351
8

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

De Vlaamse strijd is geen uit-de-tijdse folklore

Volgens De Standaard zitten de twee winnaars van de Belgische verkiezingen, Bart de Wever van de Nieuw-Vlaamse Alliantie en Elio di Rupo van de Parti Socialiste bij elkaar.

Wij hier, ten noorden van Essen, Lommel en Visé halen onze schouders op. Rare Belgen. Zij eten en drinken beter dan wij, maar zij zien om de een of andere reden nooit kans om schoon schip te maken. Wij neigen ertoe de twee Vlaamse werkgeversleiders gelijk te geven, die desgevraagd op de VRT zeiden dat zij op een snelle regeling van de communautaire problemen hoopten. Dan kreeg de regering eindelijk eens tijd voor de crisis.

Dat komt omdat in Nederland de taalstrijd nooit een sociale strijd geweest is. En in Vlaanderen juist wel. Slaan wij pagina 252 op uit het verzameld werk van Willem Elsschot, uitgegeven door P.N. van Kampen en Zoon in 1963. Eerste hoofdstuk van ‘Lijmen’.

“Hoe staat het met de Vlaamse zaak en de politiek in ´t algemeeen? Ik dacht dat hij in den vreemde gewoond had en antwoordde dat er bij mijn weten weinig veranderd was, dat bankiers en mannen van zaken nog steeds Frans spraken, evenals de meeste flaminganten  wanneer zij niet aan de weg timmerden, dat de liberalen nog steeds alle betrekkingen bij de gemeente kregen en de katholieken bij de staat”. Deze scene speelt zich een kleine eeuw geleden af ergens in Brussel. In een paar streken schetst Elsschot de situatie van Vlaanderen: Frans is de taal van de macht en de rijkdom, Vlaams die van de armoe. De Vlamingen migreerden massaal naar de grote mijn- en industriegebieden van Wallonie waar zij snel verfransten zodamoet int thans tal van activistische Waalse politici een zuiver Nederlandse achternaam dragen.

Wie achter bleef in arm Vlaanderen (titel van een beroemd boek door de socialistische journalist August de Winne, oorspronkelijke titel a travers les Flandres) had weinig kansen om aan een schraal bestaan te ontkomen – behalve later op de fiets. De Tour winnen, zegevieren in Paris Roubaix werd voor Vlaamse jongens net zo´n droom als een voetbalcarriere nu is voor Afrikanen. Wie het leven van die tijd wil leren kennen, moet maar eens de film Daens uit de videotheek halen om vervolgens in de bibliotheek de Kapellekensbaan te lenen, het beroemdste boek van Louis Paul Boon. Daar wordt de Vlaamse vernedering op tal van manieren glashelder neergezet. Boon laat ook zien hoe de herinnering aan die oude tijd het leven van latere generaties blijft tekenen. Tegenwoordig zijn het Frans én de armoede uit Vlaanderen verdrongen, maar het verleden zit in het collectieve geheugen van Vlaanderen verankerd. Ze hebben slechte herinneringen aan het verenigde België van vroeger. Zij geloven dat hun welvaart afhankelijk is van een zo groot mogelijke autonomie voor het eigen Vlaamse gewest, tot de onafhankelijkheid aan toe.

Die gedachte viert over twee jaar het honderdjarig bestaan. Ze werd voor het eerst naar voren gebracht, niet door een Vlaming, maar door een Waal, Jules Destréé, net als de De Winne een socialist, maar dan van de artistieke en romantische soort. Hij schreef een open brief aan de koning, waarin hij suggereerde Walen en Vlamingen hun eigen weg te laten gaan. Eén zin in de open brief werd legendarisch: “Sire, il n´y a pas des Belges”,  “Sire, er zijn geen Belgen”.

‘Sire’ is misschien een betere aanspreektitel voor Willem-Alexander, als hij koning is, dan majesteit. Hoe dan ook, de open brief sloeg in als een bom en haalde zelfs de New York Times. Sindsdien spookt de federalisering door de Vlaamse politiek. Toch heeft het heel lang geduurd voor de Belgische eenheidsstaat plaats maakte voor Vlaamse en Waalse gewesten.

Een federale oplossing heeft grote voordelen: Walen en Vlamingen zijn nu baas in eigen huis. Ze kunnen dat inrichten zoals ze willen. Het nadeel is echter dat deelstaten grenzen hebben. En de grens tussen Wallonië en Vlaanderen is lang niet overal scherp te trekken. Die is diffuus. Mensen laten zich weinig gelegen liggen aan officieel vastgestelde kaders. Om daar toch recht aan te doen is de federale oplossing heel ingewikkeld geworden. Er moet steeds meer worden opgesplitst en dat vereist op zijn beurt weer nieuwe uitzonderingen. Het meest prangende voorbeeld daarvan is het officieel tweetalige Brussel dat een eigen status heeft en bestuurlijke autonomie, maar tegelijkertijd hoofdstad is, niet alleen van België en de Europese Unie, maar ook van Vlaanderen.

Wie weet, is die federalisering wel een dwaalweg geweest, die uiteindelijk de Walen en de Vlamingen minder kansen geeft om zich zelf te zijn en te blijven dan een eenheidsstaat waarin je tenminste niet je creativiteit hoeft in te zetten voor zeer ingewikkelde begrenzingen en compromissen, maar gedane zaken nemen geen keer.

Het is een teken van arrogantie om de Vlaamse ontvoogdingsstrijd af te doen als uit-de-tijdse folklore. Ze heeft te maken met vrijheid en gerechtigheid. Daar liggen de wortels. Je hoeft het niet met Bart de Wever eens te zijn om toch respect te hebben voor zijn politiek en zijn idealen. Dat heeft de Waalse leider Elio di Rupo trouwens ook, zoals hij meteen verklaarde in de speech waarin hij voor zijn socialisten de overwinning opeiste.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (8)