332
11

Student en GroenLinks-lid

Frank Hemmes is 24 jaar en studeert momenteel Science & Security aan King's College in Londen. Hiervoor behaalde hij zijn bachelor Natuur- en Sterrenkunde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en een master Environment and Resource Management aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Frank is lid van GroenLinks, maar verkondigt desalniettemin zijn eigen mening. Ook is hij lid van blogcollectief Vrij-Zinnig.

De waanzin van het planonderwijs

Cultiveer een academische gemeenschap die niet draait op rapportage, controle en dwang, maar een dialoog tussen docenten, bestuurders en studenten

Onlangs kondigde staatssecretaris Zijlstra van onderwijs aan wel heil te zien in het koppelen van onderwijsbudgetten en privileges aan gedetailleerde ‘prestatie-indicatoren’. Was het hoger onderwijs voorheen al één indicatorencircus, nu gaan we richting een vorm van gestuurd planonderwijs waar de gemiddelde GOSPLAN ambtenaar nog nachtmerries van zou krijgen. Maar het is niet alleen de immense bureaucratie die steeds meer op de centrale planeconomie van de Sovjets gaat lijken. Net zoals in het stalinistisch systeem kruipen leugens en angst steeds meer door het systeem. Het hoger onderwijs zou wat dat betreft baat hebben bij haar eigen glasnost en perestroika.

Want na een jaar of zes het hele managementtheater van nabij te hebben meegemaakt, kan ik wel zeggen dat het één grote gotspe is. Een verzameling leugens die alleen overeind blijft staan omdat de rapportenschrijvers er wanhopig in blijven geloven. Op de werkvloer weet men immers heel goed dat je kwaliteit niet afmeet aan het aantal uitgedeelde diploma’s. Dat aanwezigheidsplicht voor waardeloze colleges geen gemotiveerde studenten oplevert. En dat het opleggen van publicatiequota niet leidt tot wetenschappenlijk inzicht. Je zou verwachten dat dit na de beruchte Theo-routes en (Weet u nog, de weggeefdiploma’s van InHolland?) en de affaire Stapel ook in de hogere regionen wel was doorgedrongen. Maar nee, nog steeds fixeert men zich op de prachtige jaarplannen, strategische visies en sluitende onderwijsagenda’s. Met daaraan gekoppeld de hele bult met Orwelliaanse verslagen die moeten aantonen dat alle doelstellingen meer dan gehaald zijn en dat alle opleidingen als ‘excellent’ en ‘top’ gekwalificeerd kunnen worden. In Nederland zijn immers alle universiteiten nummer 1.

Al die rapporten worden dan ook niet geschreven om er lering uit te trekken, maar omdat ze nou eenmaal van hogerhand worden geëist. En daar ligt dus de angst op de loer. De angst dat de realiteit ooit in de rapporten en verslagen zou doorschemeren. Want in werkelijkheid is niet elke opleiding van topkwaliteit, maken besturen angstaanjagende fouten en kunnen studenten eenvoudiger via hypes en misleiding worden aangetrokken dan op inhoud. En om die angst te beteugelen moet elk kritisch geluid verstomd worden, elk opmerking vanaf de werkvloer naar boven onderdrukt. De realiteit van het rapport is het enige dat telt. Wat niet wordt opgeschreven, bestaat dus niet.

De grootste schade van dit systeem zit hem niet eens in de administratieve lasten. Natuurlijk is het eeuwig zonde dat professoren indicatietabellen zitten af te vinken in plaats van onderzoek te doen. Of dat studenten worden gedwongen om naar contacturen te komen die niet zijn ontworpen om iets te onderwijzen, maar om een urenquotum te halen.
Schadelijker dan dat is de geïnstitutionaliseerde waanzin van het systeem. Waarbij iedereen het zorgvuldig gecreëerde web van leugens in stand houd, omdat dat de enige overgebleven manier is om een leefbaar werkklimaat te houden. Een kritische kanttekening zou immers het hele luchtkasteel in elkaar kunnen doen storten. Of nog erger; de instelling op de rankings doen dalen. En zo moet tenslotte een een Theo of Stapel aantonen hoe verrot het systeem eigenlijk is, waarna men duurbetaalde adviesbureaus inhuurt om het management te vertellen wat de werkvloer allang wist: dat het niveau van opleiding X, of de wetenschappelijke opbrengst van onderzoeksgroep Y eigenlijk één groot Fata Morgana was.


Het is de schade van een systeem waarin kritische studenten wordt verteld dat hun mening de ‘ranking’ van de universiteit in gevaar brengt, en dat ze daarom maar beter gewoon hoge cijfers op de Nationale Studentenenquête kunnen uitdelen. De waanzin van het planonderwijs waarin indicatoren worden opgesteld die niets met de werkelijkheid van doen hebben, waarop men geen invloed heeft, en waarvan het causale verband met het beoogde doel onbekend is.

De vraag is hoe ver de cijferwoede moet worden doorgevoerd voordat het systeem zichzelf in bureaucratie verdrinkt. Hoeveel gedemoraliseerde docenten, verspilde uren en vermoorde bomen het nog gaat kosten voor dat we inzien dat die stapels rapporten geen jota met daadwerkelijke onderwijskwaliteit van doen hebben. En we ontdekken dat luisteren naar de gebruikers van onderwijs, naar de studenten, de docenten en wellicht zelfs de kantinejuffrouwen, ons alle informatie verschaft die we nodig hebben. Cultiveer een academische gemeenschap die niet draait op rapportage, controle en dwang, maar een dialoog tussen docenten, bestuurders en studenten. Voor inspiratie hoeven we slechts te kijken naar het wetenschappelijke gebruik van peer review. Daar geen gebruik van nietszeggende nummers, maar van inhoudelijke, gerichte en constructieve kritiek. Hier ook geen slagers die hun eigen vlees keuren. Alle drie de groepen houden elkaar in balans.

Studenten vragen om onderwijs van hoge kwaliteit. Professoren weten wat nodig is voor goed onderwijs en onderzoek. En besturen hebben baat bij tevredenheid onder beide andere groepen. Een grover bekostigingsmodel is misschien wat minder nauwkeurig, maar dat wordt meer dan gecompenseerd door de toegenomen bewegingsvrijheid voor alle betrokkenen. Wanneer krijgt het onderwijs in plaats van Brezjnevs zijn Gorbatsjov?

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Frank Hemmes

Geef een reactie

Laatste reacties (11)