651
5

Econoom

Peter Rodenburg (1966) studeerde economie. In 2006 promoveerde hij aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over meten van werkloosheid. Momenteel is hij als econoom verbonden aan de afdeling Europese Studies van de Universiteit van Amsterdam, waar hij doceert over de economie van de Europese Unie.

De wassen neus van Groen Rechts

Het Nationale Energieakkoord en de Jevons paradox

In nauw overleg met de milieubeweging en de energiesector werkt de overheid momenteel al enige maanden aan een Nationaal Energieakkoord. Veel details over dit akkoord zijn nog niet bekend maar dagblad Trouw heeft de hand weten te leggen op een conceptversie en kopte vorige week dat ‘een plan voor ongekende energiebesparing op komst is’.

Overheid, milieubeweging en energiesector willen een ‘vliegende start’ maken en een nationaal draagvlak bereiken voor de omschakeling naar een duurzame energievoorziening. Dit blijkt uit een nog vertrouwelijk conceptrapport. Zuiniger omgaan met energie is een van de pijlers onder het akkoord. Alleen door hard ingrijpen in het energieverbruik kan de uitstoot van het broeikasgas CO2 worden teruggedrongen, aldus het rapport. In 2020 moet van minstens een miljoen huishoudens en bedrijven ruim de helft van het elektriciteitsverbruik uit duurzame energiebronnen komen, zoals wind, zon en andere vormen van lokale energieopwekking.

Dat is natuurlijk allemaal goed nieuws. Nederland is door de conservatieve wind die na de Paarse kabinetten door Nederland is gaan waaien een van de smerigste jongetjes van Europa geworden. Van het idee van ‘Groen rechts’ – een term die Mark Rutte ooit introduceerde toen hij nog een progressieve liberaal was – is door de samenwerking met de klimaatontkenners van de PVV in kabinet Rutte I niets terecht gekomen en inmiddels eindigt Nederland steevast onderin de lijstje op het gebied van hernieuwbare energie. Het is dus zonder meer toe te juichen dat het conservatief-matig progressieve kabinet Rutte II nu ambitie ten toon spreidt op energie- en milieugebied.  

Aangezien energiebesparing een van de grote pijlers onder het akkoord wordt en energiebesparing volgend jaar door middel van een voorlichtingscampagne landelijk gepromoot zal worden, wil ik in dit artikel in gaan op de – misschien wel onbevroede – economische effecten van energiebesparing.

Energiebesparing is natuurlijk belangrijk omdat het vervuiling en CO2-emissie vermindert. Maar helaas is de economie van energiebesparing niet zo vanzelfsprekend als het op het eerste gezicht lijkt; er zitten een paar opmerkelijke haken en ogen aan. We kunnen daarvoor in ieder geval te raden gaan bij de wijze lessen van William Stanley Jevons.  

William Stanley Jevons (1835–1882) was een van de greatest minds uit de geschiedenis van het economisch denken en hij is thans bekend als een van de grondleggers van het marginalisme en het micro-economisch denken. In zijn tijd (tweede helft 19e eeuw) was Jevons echter vooral bekend om zijn analyse van het ‘kolenvraagstuk’.

In 1865 publiceerde Jevons zijn boek The Coal Question: An Inquiry Concerning the Progress of the Nation, and the Probable Exhaustion of Our Coal-Mines. Hierin beargumenteerde Jevons dat de welvaart van Groot-Brittannië afhankelijk is van goedkope kolen en dat door stijgende productiekosten van kolen (door het uitgeput raken van de Britse kolenmijnen) en een groeiende vraag de nationale welvaart op de lange termijn wordt bedreigd.

In dit boek merkte hij ook op dat energiebesparing niet zal helpen om de nationale welvaart te beschermen. In zijn tijd werd veel kolen bespaard door de introductie van nieuwere en veel efficiëntere stoommachines die oude, inefficiënte stoommachines vervingen, maar toch steeg de totale consumptie van kolen. Jevons verklaart dat door de prijsdaling die energiebesparing te weeg brengt waardoor juist een grotere vraag naar kolen ontstaat. Dit fenomeen, dat energiebesparing door technologische verbetering juist leidt tot een grotere vraag via een lagere prijs, staat sindsdien bekend als de ‘Jevons paradox‘. 

De effecten van deze paradox worden in het maatschappelijke debat nog wel eens over het hoofd gezien. Zo beweert Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren bijvoorbeeld dat als elke Nederlander één dag in de week geen vlees eet alle milieudoelstellingen van de overheid gerealiseerd kunnen worden. Dat mag in beginsel dan wel waar zijn, maar ze vergeet daarbij het Jevons-effect. Als iedere Nederlander één dag per week geen vlees eet dan zal door de vraaguitval de prijs van vlees dalen en zal in de overige dagen van de week de consumptie door de lagere prijs juist toenemen.

Om het idee van Thieme werkelijk effectief te laten zijn is dus naast een daling van de vraag tevens een stijging van de (kost)prijs nodig om het Jevons-effect te compenseren, en dat kan door minder aanbod (sluiten van megastallen) of door het invoeren van een vleesbelasting.

De algemene opvatting onder economen is dat energiebezuinigingsmaatregelen het best gepaard kunnen gaan met belastingverhoging om het Jevons-effect uit te schakelen. En hier zit, denk ik, toch een serieus probleem. Het gevaar bestaat dat veel maatregelen uit het Energieakkoord toch (weer) te vrijblijvend zullen zijn en te weinig prijsverhogend zullen blijken te werken. Overheden hebben voortdurend laten zien dat ze de neiging hebben om milieubeleid te ontwikkelen die de grote vervuilers – de industrie, de landbouw, de luchtvaart en de autobezitters – onvoldoende laten compenseren voor de externe effecten (milieuvervuiling en klimaatverandering) die ze produceren. De vliegtax werd door Balkenende snel weer afgeschaft toen die daadwerkelijk effect bleek te hebben en de Europese CO2-emmissiehandel is in feite mislukt omdat de prijs voor emissierechten te laag is waardoor vervuilen te goedkoop is. 

Met wat vrijblijvende maatregelen gaat het dus niet lukken met dit akkoord. Echte milieumaatregelen horen pijn te doen bij veroorzakers. Maar het is zeer de vraag of Rutte bereid is een extra milieubelasting in te voeren, zelfs als burgers gecompenseerd worden door lagere energiekosten. De VVD heeft in Rutte II al veel verkiezingsbeloften gebroken en de lasten voor burgers alleen maar verhoogd in plaats van verlaagd. Bovendien is de partij al lange tijd gekaapt door de conservatieve tak. Mijn angst is dan ook dat ‘Groen rechts’ ook nu weer een wasse neus zal blijken te zijn; alle goedbedoelde landelijke promotiecampagnes volgend jaar ten spijt.

N.B.
Nu ik mijn stukje nog eens doorlees zie ik dat het met de ambitie ook wel meevalt. Vijftig procent schone energie voor een miljoen Nederlanders (van de zeventien) komt neer op een aandeel schone energie van 2,9%. Het kabinet mikt dus, na dertig jaar klimaatdebat, op meer dan 3% schone energie in 2020. Nou, nou. 

Geef een reactie

Laatste reacties (5)