2.516
50

Onderzoeker, docent en publicist

De webklant mag niet langer koning zijn

Webshoppen is wellicht individueel verstandig, maar collectief dom.

Wie de film Sorry we missed you (nu in de bioscoop) heeft gezien, wil nooit meer bij webwinkels kopen. Want deze indrukwekkende film van Ken Loach (83) schetst de afschuwelijke arbeidsomstandigheden van de bezorgers van al die miljoenen pakjes die tegenwoordig via internet worden besteld. Maar zoals bij de meeste voornemens rond de jaarwisseling uitgesproken: het hemd is nader dan de rok en dus zullen wij in 2020 met z’n allen massaal blijven webshoppen. We hebben te maken met het zoveelste voorbeeld van ‘individuele voordelen en collectieve nadelen’. Oftewel: met beslissingen die individueel heel rationeel zijn maar op collectief niveau flink wat verspilling en sociale desintegratie teweeg brengen.

cc-foto: gonghuimin468

Een van die problemen is de enorme BTW-fraude bij e-commerce: op EU-niveau loopt de fiscus 50 miljard euro mis, volgens Follow the Money. Een andere kwestie is de slechte kwaliteit van de meeste spulletjes die vooral bij Chinese webwinkels worden gekocht, begin december door Lubach op Zondag aangekaart. Problemen die alleen in Brussel of Den Haag kunnen worden opgelost– wat dus lang gaat duren. Een andere kwestie kan snel door de eigen gemeente worden aangepakt. Ik doel op de oneerlijke concurrentie tussen de webshops en de fysieke winkels die stad, wijk of dorp sociaal en levendig houden.

Verkopen via internet waren in het 2e en 3e kwartaal van 2019 volgens het CBS 18 procent hoger dan in dezelfde periode 2018, terwijl de totale detailhandel in dezelfde periode slechts een omzetstijging van zo’n drie procent liet zien. Dus tel uit je verlies voor de ‘echte’ winkels, die bovendien geplaagd worden door sterk stijgende huren.

Shoppen en clicken
Fysiek shoppen is voor steeds meer consumenten slechts één van de vele stappen in het aankoopproces geworden. Velen gaan voor de gezelligheid eerst de winkels langs en daarna op internet kijken waar ze het gewenste product goedkoper kunnen krijgen. Of waar ze de variant of kleur kunnen krijgen die in de winkel niet voorradig was. Dit leidt tot een vicieuze cirkel: naarmate meer consumenten zo handelen, houden de fysieke winkels minder voorraad aan, met als gevolg dat nóg meer mensen overstappen op Eerst Shoppen, daarna Kopen op Internet (ESKI). Een andere variant is eerst op internet surfen, daarna naar de winkel om een real-life voorbeeld te zien en informatie in te winnen die op internet moeilijk te communiceren is (bijv. hoe de bediening precies werkt) en vervolgens terug naar internet om de uiteindelijke aankoop te doen.

Naast hooggespecialiseerde webshops hebben grote ketens met zowel fysieke winkels als een webshop – de multi-channelers – de meeste overlevingskansen. Weliswaar komen er nog voortdurend nieuwe winkels bij maar die verkopen voornamelijk dure spulletjes voor de happy few (of de echte liefhebber) of richten zich juist op goedkoper-dan-goedkoop, zoals Action en kringloopwinkels. De rest sterft langzaam uit, waarbij de oudere winkeliers jarenlang hun verliezen voor lief nemen omdat zij toch geen baan kunnen krijgen die evenveel bevrediging geeft. De grotere dorpen (de kleinere waren al eerder zonder winkels) en de stedelijke buitenwijken worden daardoor steeds troostelozer, met al die gesloten en wegkwijnende winkelpanden.

Jakkeren
Een ander voorbeeld van ‘individueel verstandig en collectief dom’ vinden we bij de distributie van al die spulletjes die via internet zijn gekocht. In de oude situatie toog men naar de winkel om daar de spulletjes te kopen én meteen mee te nemen. Inmiddels is praktijk geworden dat de levering veelal later plaats vindt dan het moment van aankoop (op internet), zodat talloze bestelbusjes, scooters en bagagefietsen door de woonwijken jakkeren om hun pakketjes af te leveren. Jakkeren omdat de bezorgers – van elkaar zwaar beconcurrerende bedrijven – onder zware tijdsdruk staan om hun targets te halen, zoals we in de film van Ken Loach kunnen zien.

Het gedrag van sommige consumenten op het moment van levering is een ander element in de film, en helaas ook niet onbekend voor bezorgers in Nederland. Gedragen zelfs de grootste aso’s zich redelijk netjes in de winkel, de situatie is vaak anders wanneer de bezorger het pakketje komt brengen. Sommige mensen gedragen zich behoorlijk onbeschoft, misbruik makend van hun relatieve machtspositie. Want zij weten dat de bezorger zijn target niet haalt als hij binnen een bepaalde termijn onvoldoende pakketjes kan afleveren, bijvoorbeeld omdat de ontvanger eerst uit zijn luie nest moet komen of zijn ID-kaart niet kan vinden. En omdat er steeds meer éénpersoonshuishoudens zijn, komt het vaker voor dat er niemand thuis is en de bezorger een beroep moet doen op de buren. Die soms pissig worden omdat zij voor de zoveelste keer moeten opdraaien voor andermans webaankopen.

Lokale ophaaladressen
Gelukkig is er een simpele oplossing voor deze webshopproblematiek. De gemeente kan voor alle niet-vers aankopen besluiten dat via internet bestelde spulletjes niet langer aan huis worden afgeleverd maar bij geselecteerde ophaaladressen op buurtniveau. De gemeente kan deze selectie zelf ter hand nemen maar het lijkt mij beter de keuze aan dorps- of wijkbewoners over te laten.

Om ophaaladres te worden komen het meest in aanmerking lokale winkeliers die nog niet zijn verdwenen, of de opkomende inbreng- en kringloopwinkels. Deze kunnen zo iets bijverdienen – meer dan de huidige 30-40 cent per pakketje. Ook kunnen ze extra klandizie krijgen; omdat mensen bij het ophalen van hun pakketjes toch nog iets anders nodig hebben.

Is er in dorp of wijk geen winkelier meer – of hebben de overgebleven winkeliers geen belangstelling – dan kunnen anderen zich melden, zoals dorps- of wijkverenigingen. Het netwerk van Homerr laat zien dat particulieren eveneens in aanmerking komen. Om iets bij te verdienen, zich nuttig te maken of voor meer menselijk contact.

Wellicht kunnen we met dit systeem van lokale ophaaladressen tevens de postbezorging (ook weer op maandag!) overeind houden. Door deze te combineren met de pakketjesdistributie – zoals dit bij Tante Pos het geval was. De brieven en kaartjes (steeds minder) en pakketjes (steeds meer) kunnen door de burger zelf worden opgehaald, voor of na het werk. Wie slecht ter been is, kan betaalde krachten inschakelen: een mooie bijverdienste voor scholieren en studenten. Wie ook nog te weinig geld heeft kan een beroep doen op vrijwilligers of op de buren.

Niet alleen de bezorgers hebben voordeel van zo’n systeem van decentrale ophaaladressen: hun leven zal een stuk minder stressvol worden. Het is tevens goed voor de verkeersveiligheid, de luchtkwaliteit en de energiebesparing.

Dankzij het toeziend oog van de lokale ophaalwinkelier wordt de aankoop van dubieuze producten, zoals wapens en wapenonderdelen of riskante geneesmiddelen, een stuk minder aantrekkelijk. Hetzelfde geldt voor asociaal gedrag: “komt u morgen maar terug als u thuis uw pakketje fatsoen heeft gevonden”. Het grootste voordeel lijkt mij dat de sociale behoeften en capaciteiten van buurtbewoners beter kunnen gedijen. Door uit vrije wil post en pakketjes voor buren, andere straatbewoners en kennissen mee te nemen. Door een praatje te maken met buurtbewoners die anders worden gemeden. Door te laten zien dat internet en individualisering geen onvermijdelijke combinatie hoeven te vormen. Sterker nog: dankzij internet kan Nederland een stuk socialer en gezelliger worden.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)