1.146
21

oud-ambassadeur

Na mijn studie, theoretische economie en sociologie, aan de Nederlandsche Economische Hogeschool, nu Erasmus Universiteit, was ik voor UNESCO verbonden aan een onderzoeksinstituut in Rio de Janeiro, Brazilië [1967-1070]. Daarna werkte ik tot mijn pensionering in tal van functies voor het Ministerie van Buitenlandse Zaken [1970-2003].
Als plaatsvervangend bewindvoerder in de Aziatische Ontwikkelingsbank, Manilla, Filippijnen, vertegenwoordigde ik de Scandinavische landen, Finland, Canada en Nederland [1975-1977]. Aansluitend was ik adviseur van de Nederlandse bewindvoerder in de Wereldbank, Washington DC [1977-1980]. Teruggeroepen naar het ministerie kreeg ik de leiding van de Directie Financieel-Economische Zaken van het ministerie en ontwikkelingssamenwerking [1980-1987], met een gelijktijdige functie van Chef van de Interne Accountantsdienst [1985-1986].
Daarna was ik ambassadeur in Jemen, Tanzania, Comoren, Mauritius, Madagaskar en Saudi Arabië [1987-2000]. Ik sloot mijn ambtelijke carrière af als adviseur buitenlandse aangelegenheden van de minister-president van de Nederlandse Antillen [2000-2003].
Na mijn pensionering [maart 2003] houd ik mij bezig met het bevorderen van een rechtvaardige en duurzame vrede op basis van het internationaal recht tussen Israël en Palestina. Ik was bestuurslid van de stichting Stop de Bezetting [2007-2010] en manager van het Burgerinitiatief Sloop de Muur, dat medio 2012 leidde tot een geruchtmakend debat in de Tweede Kamer.
Johannes Jacobus (Jan) Wijenberg, geboren in Rotterdam, 02-03-1938, getrouwd, vier kinderen en zeven kleinkinderen.

De weg naar een nieuw regeringsbeleid voor Israël

De beschermplicht van de internationale gemeenschap is urgenter dan ooit. Sancties zijn nodig!

Het Russell Tribunaal roept de internationale gemeenschap op in te grijpen om te voorkomen dat Israël het pad naar genocide verder opgaat. Daarvoor zijn sancties nodig en Israël moet de schade aan Gaza betalen.

Deskundigen in het internationaal recht, wetenschappers meestal zonder een politieke agenda, zijn geïnteresseerd in de juiste interpretatie en toepassing van het recht. Keer op keer zeggen zij dat vrede tussen Israël en Palestina alleen daarop gebaseerd mogelijk is.

De internationaal machtige politieke klasse – in het kleine Nederland vooral de minister van Buitenlandse Zaken en de buitenlandwoordvoerders in de Tweede Kamer – luistert niet. Zij ratificeert dwingend internationaal recht en heeft er vervolgens maling aan. Geen wonder dus, dat van vrede niets terecht komt, onafgebroken Palestijns land wordt gestolen, veel burgers worden vermoord, hun bezittingen vernield, het lot van de Palestijnen en de bedoeïenen met de dag verslechtert en de twee staten oplossing steeds verder naar de horizon drijft.

Na de Israëlische aanslag op Gaza publiceerde het Russell Tribunaal op 25 september 2014 een uiterst kritisch rapport over Israël. De internationale gemeenschap wordt onder andere geadviseerd maatregelen te nemen om Israël te verhinderen het pad van genocide van de Gazaanse burgerbevolking verder op te gaan.

Onder die omstandigheden is de beschermplicht van de internationale gemeenschap – the Responsibility to Protect – urgenter dan ooit.

“De twee staten oplossing” – hèt recept voor een rechtvaardige en dus duurzame vrede tussen Israël en Palestina – is het met de mond beleden doel van minister van Buitenlandse Zaken, Frans Timmermans. Dat doel werd in zijn regeerperiode niet naderbij gebracht, eerder het tegendeel. Het Israël-beleid van de regering moet eindelijk in overeenstemming worden gebracht met het internationaal recht, te beginnen met de twee staten oplossing en met het mensenrechtenbeleid van de regering [Recht en Respect voor ieder Mens, juni 2013].

Voor een twee staten oplossing zijn twee staten nodig. De Arabische staat werd al in 1947 door de internationale gemeenschap toegezegd, maar tot eind 2012 effectief door Israël en zijn beschermers gesaboteerd. Het is dus de hoogste tijd dat Nederland ruim 130 VN-lidstaten – waaronder Zweden – volgt en de staat Palestina zonder enige reserve erkent. Na 66 jaar wordt het eindelijk eens tijd. Politieke uitvluchten schenden het uitzicht op vrede.

Essentiële voorwaarde is natuurlijk dat Israël zich, zonder onderhandelingen vooraf, vreedzaam terugtrekt uit Oost-Jeruzalem, de Westoever en de Gazastrook, dus achter de Groene of Bestandslijn van 1967. Pas daarna volgen finale status onderhandelingen. De omgekeerde volgorde heeft bij herhaling niet gewerkt. Israël moet ook de muur, voor zover gebouwd op Palestijns gebied afbreken en de slachtoffers schadeloos stellen. Dit alles is, op grond van het dwingend internationaal recht, de opinie van het Internationaal Gerechtshof van 2004.

Israël dient de gelegenheid van, zeg, zes maanden gegeven te worden om zich vrijwillig achter de Groene Lijn terug te trekken. Zo niet, dan volgen sancties. Sancties werken, zo is bewezen, wanneer het doel beperkt en eenduidig is en de sancties echte pijn veroorzaken. Blijft het regime halsstarrig, dan worden de sancties steeds verder opgevoerd en volgehouden.

De niet-Israëlische belastingbetaler draait steeds voor de door Israël aangerichte schade op. Toen Israël weer eens grote vernielingen aanrichtte in Libanon en Gaza, betaalde de internationale gemeenschap steeds de rekening. Daarmee wordt de voortdurende Israëlische agressie eerder aangemoedigd dan verhinderd.
Israël heeft er ook geen enkele moeite mee om investeringen in Palestijnse projecten, betaalt met donorgelden [dus alweer belastinggeld], te vernielen. Tegenmaatregelen van de donoren bleven goeddeels uit. Ook daar moet eens een eind aan komen.

Voorkomen moet worden dat de internationale gemeenschap dezelfde fouten maakt als bij de aanslagen op Libanon in 2006 en op Gaza van 2008/2009 en 2012. Ook moet Israël afblijven van onze investeringen in Palestina. Daarom:
1.    Israël moet de financiële gevolgen van de vernietiging van huizen en     infrastructuur in Gaza volledig dragen;
2.    Israël mag niet opnieuw verdienen aan de leverantie en het transport van     materialen, nodig voor de wederopbouw;
3.    Israël mag geen invloed krijgen op de soort, de hoeveelheden en de     dosering van materialen, nodig voor de Gazaanse noodhulp en herbouw;
4.    Israël dient de Nederlandse staat de schade, berokkend aan Palestijnse     projecten en programma’s, (mede)gefinancierd door middelen uit de Nederlandse begroting voor ontwikkelingssamenwerking, volledig en inclusief samengestelde interest, te vergoeden. Nederland kan daarbij in de EU tenminste aansluiting zoeken bij België, Frankrijk, Italië en Zweden.
De donorgemeenschap bracht op 13 oktober in Cairo ruim 4 miljard dollaar bijeen voor het herstel van Gaza. Dat moet een lening aan en een schuld van Israël worden.

Samengevat: Als Israël de bezette gebieden niet binnen afzienbare tijd verlaat, komen er zware sancties. Israël betaalt alle schade in Gaza en krijgt geen enkele invloed op de herbouw daarvan. De Nederlandse belastingbetaler krijgt zijn geld met interest terug voor de vernielde investeringen in Palestijnse projecten.

Geef een reactie

Laatste reacties (21)