701
11

campagneleider Milieudefensie

De wereld voeden met megastallen gaat niet

Minder vlees eten in het westen is noodzakelijk om de onevenredige grote hap die we nemen uit de wereldvoedselvoorraad te verkleinen

Alleen met intensievere landbouw kunnen we de groeiende wereldbevolking voeden, concludeert Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de raad van Bestuur van de Universiteit Wageningen. Daarom pleit hij voor een voorbeeldfunctie voor Nederland voor de intensivering van landbouw. Over de problemen die de intensieve landbouw juist oplevert voor de voedselzekerheid stapt Dijkhuizen wel heel makkelijk heen.

Er is veel maatschappelijke discussie over de wenselijkheid van megastallen. Het gaat dan vooral om diervriendelijkheid en overlast van de grote stallen, plus de problemen voor de volksgezondheid door dierziekten en antibiotica resistentie.

Maar dieren in de intensieve veehouderij eten ook veel meer krachtvoer dan biologisch gehouden dieren. Dat betekent dat er veel meer graan en soja naar deze dieren gaat. Dit zorgt voor problemen in Zuid-Amerika waar landbouwgrond wordt ingezet om ons veevoer te verbouwen in plaats van de lokale bevolking te voeden. Ook verdwijnt oerwoud om plaats te maken voor de grote sojaplantages. Goed voor het milieu is de intensieve veehouderij dus ook al niet. Daarbij is het omzetten van plantaardige eiwitten in dierlijke eiwitten een inefficiënte manier om voedsel te maken. Minder vlees eten in het westen is noodzakelijk om de onevenredige grote hap die we nemen uit de wereldvoedselvoorraad te verkleinen.

Het verbouwen van veevoer via monoculturen maakt de voedselproductie erg kwetsbaar. Kijk bijvoorbeeld naar de droogte in de verenigde Staten. Wanneer oogsten mislukken en de prijs van soja en graa stijgt op de wereldmarkt merkt de Westerse consument daar weinig van, omdat de kostprijs van veevoer weinig invloed heeft op de winkelprijs van vlees, zuivel en eieren. Maar de totale hoeveelheid voedsel in de wereld is bij een mislukte oogst wel kleiner, terwijl wij nog steeds onze grote hap uit de wereldvoorraad nemen. Wij betalen nu eenmaal meer voor een ton maïs of tarwe dan armere consumenten. Het gevolg is dat het dagelijks voedsel voor heel veel mensen in ontwikkelingslanden onbetaalbaar wordt. Door weersextremen onstaan er grote pieken in de voedselprijs. De verwachting is dat deze door pieken door de klimaatverandering vaker zullen ontstaan.

Hoe valt deze trend te keren? Om op de lange termijn iedere wereldburger van voedsel te kunnen voorzien moeten we vanaf nu onze schaarse landbouwgrond beter gaan beheren, zodat vruchtbare bodems behouden blijven. Onze voedselproductie moet veel minder afhankelijk worden van externe inputs zoals fossiele energie en nutriënten. En voedsel moet veel meer geproduceerd worden daar waar het nodig is. In 2012 wees Olivier de Schutter, de voedselrapporteur van de Verenigde Naties, al op “het wetenschappelijke bewijs dat ecologische methoden een beter resultaat geven dan het gebruik van kunstmest in het verhogen van de voedselproductie in gebieden waar hongerigen wonen, vooral in armoedige gebieden.” Het huidige industriële model van voedselproductie is volgens hem ontoereikend: “Conventionele landbouw leunt op dure input, veroorzaakt klimaatverandering en is niet bestand tegen klimaatschokken. Het is domweg niet de beste keuze in de huidige tijd”.

Het systeem van intensieve landbouw loopt wereldwijd tegen haar grenzen  aan. Als Nederland een gidsland wil zijn moet het niet hard de verkeerde kant oplopen maar gaan voor duurzamere voedselproductie. Bijvoorbeeld door in te zetten op vleesminderen, het telen van eiwitrijke gewassen op Europese grond in plaats van elders op de wereld de grond uit te putten voor ons veevoer terwijl dat vee hier voor een mestoverschot zorgt. 

Klaas Breunissen is Campagneleider duurzaam voedsel Milieudefensie. Volg hem ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (11)