1.975
137

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

De wereld volgens Krugman

De Nederlandse politiek doet alsof we in de jaren tachtig leven

Econoom en Nobelprijswinnaar Paul Krugman stak in zijn blog van 13 augustus de draak met het recente economische beleid van Nederland om de crisis te bestrijden. De Nederlandse aanpak is volgens Krugman het toonbeeld van wat in kringen van ‘Very Serious People’ — de pompeuze blaaskaken die de laatste jaren het falende economisch beleid bepalen in veel Westerse landen — geldt als “de moeilijke beslissingen nemen” die ons uit de crisis zullen halen

Aan dergelijke Very Serious People is in Nederland geen gebrek. Ze bepalen in Nederland van links tot rechts de beleidsconsensus. Als dit doortastende beleid wordt vergeleken met het dysfunctionele politieke antwoord dat in België op de crisis is geformuleerd — volstrekte beleidsimpasse, — dan doen de Belgen het aanzienlijk beter dan wij. Nederlandse politici doen dan ook met vereende krachten en grote voortvarendheid precies de verkeerde dingen, stelt Krugman. Eigenlijk waren we allemaal beter af geweest als we onze politieke en bestuurlijke top een aantal jaren op wereldreis hadden gestuurd en de economie met rust hadden gelaten.

Rutte en retro
Het beleid dat de laatste jaren in Nederland is gevoerd is niet alleen ineffectief, het is ook oneerlijk en niet zonder gevaren. Het Nederlandse politieke debat is in een soort eighties revival verwikkeld. Als je naar premier Rutte luistert dan zijn de grote probleem van Nederland niet de enorme schuldenbergen en failliete banken die de vrije jongens van de financiële wereld — ontketent door jaren van deregulering — voor ons hebben achtergelaten, maar, net als ooit voor Lubbers, Wiegel en Ruding, een veel te grote overheid die de dynamiek van de samenleving smoort.

Als je naar minister Dijsselbloem kijkt, dan zie je niet iemand die bezig is met de problemen van 2013, maar iemand die zich vooral zorgen maakt over de beeldvorming die zijn partij sinds de jaren tachtig bij iedere crisis aankleeft, de PvdA als een partij van uitgevers en potverteerders. Wat er ook gebeurt, als sociaal-democratische schatkistbewaarder zal hij de boeken sluitend houden. De politieke beeldvorming is duidelijk belangrijker dan de oplossing van werkelijke economische problemen. Dijsselbloem kiest in de traditie van zijn partij niet voor een eigentijds Plan van de Arbeid, maar voor een plan van de financiële rechtlijnigheid. 

Dat de oplossingen die Rutte en Dijsselbloem aandragen niet werken zou geen verassing moeten zijn. Het is retro politiek; het zijn antwoorden op problemen die zich nu niet voordoen. Als er nog eens Limburgse staatsmijnen gesloten moeten worden, dan is Rutte je man. Als er nog eens overheidssteun aan een Scheepsbouwbedrijf als RSV moet worden afgebouwd, kan Dijsselbloem die klus ongetwijfeld klaren. Maar er zijn geen staatsmijnen meer en de overheid heeft alles al geprivatiseerd wat los en vast zit. Rutte verwachtte dat zijn retro-beleid zou leiden tot een economische opleving, dat we aan het einde van zijn kabinetsperiode weer zouden feesten alsof het 1989 was, wat hij kreeg was een triple-dip.

De jaren dertig
De historische parallel voor de crisis van 2008 is niet de malaise van de jaren 70, maar de Grote Depressie van de jaren 30. Het vreemde is dat deze depressie uit-en-te-na is onderzocht. Jarenlang werd de Grote Depressie beschouwd als een gebeurtenis die we hadden doorgrond. Niet alleen het ontstaan van de crisis, maar ook de beleidsfouten die waren gemaakt door toenmalige politieke elites om de crisis te bestrijden, waren onomstreden examenstof geworden voor middelbare scholieren.

In een financiële crisis moet men niet de banken failliet laten gaan, niet koersen op een harde munt, niet hard van stapel lopen met bezuinigingen, en zich niet laten verleiden tot protectionisme. Een crisis als de Grote Depressie, zo werd mij op school geleerd, zou zich nu niet meer kunnen voordoen; en als hij zich wel voordeed zou hij op een veel adequatere manier worden bedwongen.

Na vijf jaar crisis begint dit steeds meer op grootspraak te lijken. Zeker, veel spelers op de financiële markten, die voor de crisis obscene hoeveelheden geld verdienden aan de roekeloze speculatie die deregulering had mogelijk gemaakt, zijn er dankzij goedkoop geld van centrale banken weer helemaal bovenop. De beurzen hebben zich grotendeels hersteld. Maar gewone bedrijven en werknemers in de reële economie zijn goeddeels uitgesloten van deze adrenalineshot. Ze worden juist afgeknepen door banken die jaloers hun reserves bewaken en overheden op zoek naar belastinggeld om steeds nieuwe tegenvallers op te vangen.

De ene dip volgt de andere op. Grote delen Europa zijn inmiddels weggezakt in wat alleen nog een depressie genoemd kan worden, en Nederland — als het gaat om de begrotingsregels in de Eurogroep steeds het braafste jongetje van de klas — is op het gebied van economische groei de hekkensluiter van Europa geworden. Als straks de nieuwe leerboeken economie worden geschreven, zal het beleid van de ‘serieuze politici’ hoogstwaarschijnlijk niet als een succesvolle beleidsmix voor financiële crises worden aangeprezen, maar juist gelden als een nieuw historisch voorbeeld van beleidsfalen: Hoe een financiële crisis niet moet worden aangepakt.

Daarmee komen ook andere parallelen met de jaren 30 in beeld. Omdat de beleidsconsensus van Krugman’s Very Serious People in Nederland het hele politieke midden omvat, staat de geloofwaardigheid van de politiek in Nederland — wederom — op het spel. Wie gelooft straks nog in de politieke en intellectuele leiders; wie vertrouwt nog op onze financiële en sociaal-economische instituties? Ze zagen de crisis niet alleen niet aankomen, maar de zware offers die ze van gewone mensen hebben gevraagd hebben geen enkel soelaas gebracht. Integendeel, ze hebben de crisis alleen maar erger gemaakt. (Wel hebben ze daarmee nog eens een overtuigend bewijs geleverd voor de paradox of thrift: als in een economie mensen allemaal tegelijkertijd worden aangespoord om te besparen dan zijn ze uiteindelijk economisch allemaal slechter af.)

Toplaag voordeel
Door het economische noodweer wordt daarnaast voor iedereen zonneklaar waar de prioriteiten van de mensen aan de beleidsknoppen van de economie liggen: niet bij de allerarmsten, of de modale burgers, maar bij toplaag van de samenleving. De kosten van de crisis worden vooral afgewenteld op de mensen die er geen schuld aan hadden, terwijl de financiële sector wordt overspoeld met goedkoop geld. Het alternatief voor het huidige economische beleid dat door veel macroeconomen wordt verdedigd ― beleid gericht op investeringen in de economie, op werkgelegenheid en op een veel actievere rol voor de overheid, ― beleid waar gewone burgers wel van zouden profiteren, wordt in Nederland ondertussen alleen nog door partijen aan de flanken van het politieke spectrum omarmt. Voor een alternatieve aanpak kunnen kiezers alleen terecht bij anti-systeem partijen als de SP en de PVV.

Dit is het serieuze punt dat Krugman naar voren brengt in zijn boutade over Nederland, met een verwijzing naar de blog van de Engelse econoom Simon Wren-Lewis over de politieke gevolgen van falend economisch beleid in het Verenigd Koninkrijk en Nederland. Als de grote middenpartijen geen alternatieven bieden voor het beleid van doctrinaire financiële rigiditeit en geen oog hebben voor de groeiende moeilijkheden van gewone burgers, dan kunnen ze de kiezers niet kwalijk nemen dat ze naar de flanken uitwijken. De grote middenpartijen maken in grote lijnen allemaal dezelfde keuzes, en dat zijn keuzes die niet goed uitpakken voor veel gewone burgers.

Het duivelse dilemma dat voor kiezers overblijft is of ze de traditionele partijen in het zadel moeten houden die hun belangen niet dienen, of dat ze in zee moeten gaan met de wilde tegenpartijen aan de flanken, die wel een alternatief bieden, maar om een hele reeks andere redenen onaantrekkelijk zijn (xenofobie, radicalisme, bestuurlijke onervarenheid). De burgers krijgen de regering die ze verdienen, wordt wel gezegd, maar de Nederlandse kiezer verdient beter.     

Geef een reactie

Laatste reacties (137)