5.557
93

Columnist

Neerlandicus. Gepensioneerd docent Nederlands. Oud-afdelingssecretaris en voorzitter PvdA voormalig lid gemeentelijke commissies.

De woningmarkt is het toonbeeld van Haags onvermogen

Het is op armoede na de grootste schande voor een land als Nederland; de woningnood

Kort na de oorlog was het heel gebruikelijk dat men, als men trouwde, eerst een paar jaar ging inwonen. Doorgaans bij één van de ouders. De oorlog had een enorme aanslag gepleegd op de woningvoorraad. Niemand die het de overheid kwalijk nam dat er niet voldoende woningen beschikbaar waren. Het zou, zo meende men, spoedig verbeteren, toen na de oorlog met vereende krachten de wederopbouw werd aangepakt. En inderdaad, velen, waaronder mijn ouders – ik was al geboren – kregen na een paar jaar van inwoning, begin jaren 50 al een nieuwbouwwoning aangeboden.  De wederopbouw leek, althans daar waar het de woningnood betreft, een geslaagde exercitie te zijn. Mede dankzij het Marshallplan.

Niets was minder waar. Het aanbod van woningen bleek geen gelijke tred te houden met de bevolkingsgroei, die groter was dan in andere Europese landen. Bovendien kwamen daar in die jaren nog eens 300.000 repatrianten uit Indonesië bij. Die laatste druk op de woningmarkt was niet meteen te voorzien en viel dan ook de overheid niet te verwijten. Wel dat er kennelijk onvoldoende zicht was op toekomstige demografische ontwikkelingen. Maar goed, misschien moest hier het wiel weer opnieuw uitgevonden worden.

In de jaren zestig vervolgens wordt de behoefte aan meer woningen nota bene willens en wetens afgeremd. De Tweede Kamer neemt in december 1960 een motie aan die vraagt om de bouw van 5.000 extra woningwetwoningen boven op het bestaande bouwprogramma van 80.000 woningen voor 1961. Het kabinet- De Quay negeert het Kamerverzoek. De extra gevraagde betaalbare woningen zijn voor de regering onaanvaardbaar vanwege een tekort aan bouwvakkers: dat geeft maar spanningen op de arbeidsmarkt en looneisen, was het argument. De woningzoeker had het nakijken en de woningnood bleef ook in de jaren zestig onverkort pijnlijk. Het wiel was nog niet uitgevonden en kennelijk hadden we nog altijd te maken met dezelfde demografische onbenullen.

De zeventiger jaren breken aan en de jaren tachtig en negentig volgen. Drie decennia waarin geen enkel lichtpuntje valt waar te nemen. Sterker; tot ver in de jaren tachtig verdelen gemeenten hun schaarse woningen met een distributiesysteem. Dat geldt vooral voor de goedkopere sociale huurwoningen in (groei)steden en dorpen. Maar ook de duurdere premiehuurwoningen én de sociale koopwoningen ontkomen niet aan een verdeelsysteem. Waar blijft toch dat wiel, waar de vakbekwame demografen en waar vooral ook een visie?

Gebrek aan visie maakte het er allemaal niet beter op. Sterker; met open ogen ontstond opnieuw een ontwikkeling waaraan men in de jaren vijftig en zestig nog een einde had gemaakt; de huisjesmelkerij. Niemand bij de overheid, noch op bestuurlijk niveau, noch op dat van de ambtenarij had kennelijk oog voor de effecten hiervan op de woningmarkt. Het verleden was buiten beeld geraakt en de neoliberale doctrine van de jaren tachtig had het klimaat gebracht waarin de welgestelden straffeloos en ten koste van het algemeen belang hun portemonnee konden vullen.

Steeds meer huurwoningen werden op die manier aan het reguliere traject onttrokken en door de nood aan een woning konden de huurprijzen onevenredig veel stijgen. In de grote steden is de private huursector tussen 2006 en 2016 met 30 procent gegroeid. In sommige grote steden zijn intussen drie op de tien huurwoningen in handen van private verhuurders. Het aantal privépersonen dat een woning koopt om te verhuren is in diezelfde periode met 75 procent toegenomen. En dat wiel, ach, dat wiel.

Dat wiel gaat voorlopig niet uitgevonden worden. Dat mag geconcludeerd worden uit de verschillende inzichten. In een gezamenlijk rapport van de Universiteit van Leuven en van Amsterdam, de werkgroep Aalbers, wordt nadrukkelijk aandacht besteed aan het zogenoemde buy-to-let, kopen om te verhuren, systeem, waarbij Aalbers c.s. voorstellen doen om deze praktijk aan banden te leggen. Daar staat tegenover dat Minister Ollongren juist tamelijk positief is over het buy-to-let fenomeen. Het wiel moet kennelijk, zeventig jaar verder, nog steeds uitgevonden worden?

De landelijke overheid blinkt in al die jaren uit in slecht inzicht, visieloosheid, demografisch amateurisme, onvermogen en vooral daadkracht. Misschien ligt ook hier, net als bij Financiën, de oorzaak bij de ambtenarencarrousel. Oude wijn in oude zakken. De hoop is nu gevestigd op lokale overheden die her en der kopers wil gaan verplichten om zelf een aantal jaren in het huis te gaan wonen. Intussen mag men zich in Den Haag een potje gaan zitten schamen. Met terugwerkende kracht.

Geef een reactie

Laatste reacties (93)