Laatste update 12:07
952
10

Communicatieprofessional, gespecialiseerd in crisiscommunicatie

Hans Siepel (1958) studeerde politicologie aan de Universiteit van Nijmegen. Na zijn studie startte hij zijn werkzame carrière, eerst bij de PPR-Tweede Kamerfractie, later bij de Groen Links fractie. In de periode van 1985 tot 1992 was hij de voorlichter van de fractie. In 1992 stapte hij over naar de NS, waar hij de functies hoofd public affairs en hoofd voorlichting vervulde. Tevens was hij de woordvoerder van de RvB van de NS. In 1997 stapte hij over naar het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij werd daar plaatsvervangend directeur communicatie. In deze functie was hij woordvoerder van diverse ministers. Hij was ook verantwoordelijk voor de communicatie bij grote projecten zoals de millenniumwisseling en het Europees voetbaltoernooi EURO 2000. Hij deed in de functie van plaatsvervangend directeur veel ervaring op met crisiscommunicatie en op zijn voorstel werd in 2005 het Expertise Centrum Risico en crisiscommunicatie (ERC) opgericht. Sinds 2005 is hij zelfstandig communicatieprofessional en geeft lezingen en trainingen op het gebied van crisiscommunicatie. Hij schreef een aantal boeken. Drie (leer)boeken op het gebied van de crisiscommunicatie en overheidscommunicatie. In één daarvan Risico en Crisiscommunicatie, die hij samen schreef met Frank Regtvoort en uitkwam in het najaar van 2007 werden de eerste contouren geschetst van een model crisiscommunicatie als operationeel proces dat wordt uitgerold langs de lijn van de drie doelstellingen, informatievoorziening, schadebeperking en betekenisgeving en is uitgegroeid tot het standaardmodel binnen het domein van de crisiscommunicatie. Daarnaast is hij auteur van een vijftal andere boeken op het terrein van de hermetische wijsheid.

Debat over burgerdoden Irak: niets geleerd van de commissie-Davids

Opnieuw een ontluisterend schouwspel. Niets gedaan met de aanbevelingen van Davids. Opnieuw geen maximale informatieverstrekking.

‘Toen ik de pijn in zijn ogen zag, voelde ook ik deze pijn en kon toen niet anders dan de wedstrijd staken’. Aldus de jonge scheidsrechter die de veelbesproken voetbalwedstrijd FC Den Bosch – Excelsior na racistische tribuneteksten stillegde. Hij werd er hogelijk om geprezen. Zijn vermogen tot empathie en zich te verplaatsen in de pijn van de ander brachten de handen van miljoenen op elkaar. Niets dan lof voor zijn handelswijze.

Wat daarnaast opviel in de buiteling van reacties en meningen is dat (terecht) de vinger naar politiek, media en het leger van opiniemakers werd gewezen. Oud-voetballer Edgar Davids schreef het op Instagram als volgt: ‘In de politiek, voetbalprogramma’s en andere media is polariseren van maatschappelijke issues en het opzetten van groepen tegenover elkaar heel gewoon geworden’. Zonder, zo wil ik eraan toevoegen, zich te bekommeren om ‘de pijn’ die dat bij mensen veroorzaakt.

Zijn reactie scoorde niet echt. De reden ligt voor de hand. Politiek en de media zien zichzelf nooit als aanstichter en als dader. Het zijn altijd maar weer die ‘hersenloze’ types. Zelf verantwoordelijkheid voelen voor de pijn in de ogen van de ander; daar worden de institutionele schoudertjes over opgehaald. In die institutionele werkelijkheid gaat het om heel andere (eigen belang) zaken. Om macht. Politiek overleven. Verkoopcijfers. Economische belangen. Scoren.

Screenshot NOS

In dat institutionele spel spelen mensenlevens geen rol. Telt verdriet, wanhoop en pijn van de ander niet. Vraag het maar aan de aardbevingsslachtoffers in Groningen. Of de gedupeerden in het belastingschandaal dat sommigen het pad van zelfmoord opduwde. In het actuele politieke debat over de burgerdoden in Irak zien we precies hetzelfde. Met hier in de hoofdrollen vooral christelijke politici, die geen haar beter zijn, ondanks vrome praatjes over medemenselijkheid, en het failliet illustreren van christelijke politiek, waarbij de oorspronkelijke Jezus-leringen met grof geweld worden vertrapt op het ‘malieveld’ van machtsbelangen en eigen gelijk.

Voor wie het vergeten is. De eerste ‘documenten’ die tot het omvangrijk Irak-dossier leidde, dateren van begin deze eeuw. Het toenmalig kabinet onder leiding van christen-politici Balkenende en De Hoop-Scheffer maakte zich op om Nederland in de VS-coalitie te helpen, om de toenmalige Iraakse dictator Saddam Hoessein van de aardbol weg te bombarderen. Beide politici haalden daar – en ik kan het weten, want ik zat er middenin – alles voor uit de kast.

Niet begiftigd met de hang naar waarheidsvinding, eerlijkheid en transparantie, maar wel met het beleidsinstrument van leugen, misleiding en bedrog, ingegeven door politiek en persoonlijk eigenbelang – de Hoop-Scheffer wilde toch echt zijn jongensdroom van NAVO-secretaris-generaal uit laten komen – werd Nederland niet alleen politiek maar vooral ook moreel verantwoordelijk. En met welk resultaat? Honderdduizenden burgerslachtoffers. Een poel van ontreddering en een ‘doodsdal’ vol met kapotgeschoten onschuldige kinderen, vrouwen en mannen. Deze christendemocraten haalden daar hun ‘macht-schoudertjes’ over op. Slechts ‘bijkomende schade’. Jammer dan!

In 2009 verscheen het langverwachte rapport van de commissie-Davids, die onderzoek deed naar hoe in de wereld van de Haagse politieke en bestuurscultuur het Irak-besluit om politieke en morele steun te verlenen, tot stand kwam. De onderzoeksresultaten waren ontluisterend. Tunnelvisies, leugens, misleiding en doelredeneringen. Het leidde naar goed Haags gebruik tot een ‘stevig’ debat. Het moest in de toekomst bij vergelijkbare kwesties toch echt anders.

Het belangrijkste punt daarbij: de regering moest zich in de toekomst verplichten tot het maximaal verstrekken van informatie aan het parlement. En dat laatste brengt ons bij de actualiteit van nu. Opnieuw een ontluisterend schouwspel. Niets gedaan met de aanbevelingen van Davids. Opnieuw geen maximale informatieverstrekking – het tegendeel zelfs: opnieuw werd de leugen ingezet, door te ontkennen dat er burgerdoden waren.

Tot welke inzichten brengt ons dit? Ten eerste dat er een wereld van verschil bestaat tussen, wat transitieprofessor Jan Rotmans, de menswerkelijkheid noemt en de institutionele werkelijkheid, waar media, politiek en opiniemakers de publicitaire dienst uitmaken en, om Edgar Davids nog eens aan te halen, polariseren het handelsmerk is en waar deze institutionele spelers niets geven om de pijn in de ogen van de ander.

Ten tweede toont het ons dat na 2000 jaar christendom de geïnstitutionaliseerde christelijke politiek verworden is tot een legerschare van moreel verval. De seksuele misbruikschandalen in de Moederkerk en het totale gebrek aan compassie met de slachtoffers en de absolute onwil om de pijn in de ogen van de ander te zien, vertelden ons al het verhaal van dit moreel verval. De hele Irak-affaire doet daar nog eens een schepje bovenop.

Volgens deze zelfde Rotmans verkeren we in tijden van majeure transitie. We beleven het einde van een tijdperk en zijn op weg naar een nieuw tijdperk, waarin de mens – en zijn pijn – centraal komt te staan. Oude denkbeelden en zienswijzen kunnen in die transitie niet mee. Een van die oude, gecorrumpeerde zienswijze, is christelijke politiek. Welk een zegen zou dat voor mens en samenleving zijn. Dan zijn die honderdduizenden Irak-doden nog ergens goed voor!

Geef een reactie

Laatste reacties (10)