627
16

Promovendus/schrijver

Dennis Schep (1985) woont sinds 2007 in Berlijn, waar hij als promovendus onderzoek doet naar autobiografische structuren. In 2005 richtte hij het theaterfestival Morgensterren op, en in 2006 publiceerde hij het literaire tijdschrift Paperwaste. Hij is de auteur van meerdere wetenschappelijke artikelen en het boek "Drugs; Rhetoric of Fantasy, Addiction to Truth." Daarnaast organiseert hij cursussen bij The Public School Berlin.

Democratische macht en de macht der democratie

Er blijft weinig optimisme over wanneer apolitieke krachten zich onttrekken aan het democratische proces

In juni 2008 besloot de Ierse regering de ratificatie van de Europese grondwet middels een referendum aan de bevolking voor te leggen. Drie jaar eerder was een eerdere versie van deze grondwet (die nauwelijks van de nieuwe variant verschilde) afgewezen bij referenda in Nederland en Frankrijk. De Nederlandse en Franse regering hadden van hun nederlaag geleerd; dit keer peinsden ze er niet over hun volk nogmaals te raadplegen. Maar tot hun afschuw gaf een artikel in de Ierse grondwet de Ieren het recht zich over de Europese grondwet uit te spreken.

In de aanloop naar de volksraadpleging werd de Ieren door verschillende politici op het hart gedrukt dat er maar een juist antwoord was: de Europese grondwet moest en zou ondertekend worden. In de woorden van de Franse minister van buitenlandse zaken, Bernard Kouchner, zou het zeer, zeer vervelend zijn voor de weldenkende Europeaan wanneer die niet kon rekenen op de Ieren, terwijl diezelfde Ieren al jaren van Europees belastinggeld hadden geleefd. Ierland werd in de media geportretteerd als een ondankbaar kind, dat vanwege een gebrek aan begrip wel eens zou kunnen weigeren de welwillendheid van papa Europa met gepaste gehoorzaamheid te beantwoorden. 

De Europese aanspraak op Ierse ratificatie ging gepaard met een volslagen gebrek aan duidelijkheid over wat die Europese grondwet nu precies inhield. Zelfs volgens een van de auteurs, de Franse ex-president Valéry Giscard d’Estaing, was dit document een voor het grote publiek volslagen onleesbaar stuk tekst, al benadrukte hij dat het feitelijk niets nieuws bevatte ten opzichte van het reeds ondertekende verdrag van Lissabon. Het was alsof auteurs en politici de bevolking ervan wilden overtuigen dat het zulke moeilijke dingen maar beter aan de experts over kon laten, omdat de materie niet alleen complex was, maar ook weinig nieuws bevatte. Maar de Ieren waren het daar niet mee eens: de Europese grondwet werd afgewezen.

Sarkozy riep onmiddellijk op tot een nieuw referendum, en Valéry Giscard d’Estaing verklaarde op de radio dat de Ieren de gelegenheid zouden moeten krijgen hun wil opnieuw uit te drukken. De democratisch tot stand gekomen afwijzing van de Europese grondwet werd door Europese leiders gezien als een aanval op de democratie. Volgens Wolfgang Schäuble, destijds de Duitse minister van binnenlandse zaken, zouden een paar miljoen Ieren niet mogen beslissen voor 495 miljoen Europeanen – al vermeldde hij er niet bij dat die overige Europeanen zich niet uit hadden kunnen spreken. De Ierse minderheid had middels een referendum het besluitvormingsproces gegijzeld, en vormde daarmee een bedreiging voor de Europese democratie. Een bedreiging die ruim een jaar later onschadelijk werd gemaakt: met een tweede referendum in 2009 werd de Europese grondwet alsnog bekrachtigd.

Hoewel de situatie rondom het versplinterde politieke landschap in Griekenland vele malen complexer is dan het Ierse referendum van 2008, valt in de Europese reactie op de recentelijk gefaalde Griekse formatiepogingen eenzelfde krampachtige houding waar te nemen. Terwijl Merkel zich samen met Sarkozy in November 2011 nog had ingespannen om het geplande Griekse referendum over lidmaatschap van de eurozone te verhinderen, verklaarde ze na het falen van de recente formatiepogingen dat ze samen zou werken met iedere democratisch verkozen regering in Griekenland, zo lang die regering zich aan de gemaakte afspraken zou houden. In hoeverre deze uitspraak een respect voor de wil van het Griekse volk behelst valt te betwijfelen, aangezien nou net die afspraken de inzet van de Griekse verkiezingen zijn.

“Wie stemt, regeert”, schreef Victor Hugo in 1862, uiting gevend aan een democratisch optimisme onderweg naar het universele stemrecht. Van dit optimisme is weinig over, nu blijkt dat niet alleen zogenaamd apolitieke krachten in de economie zich aan het democratisch proces onttrekken, maar ook veel politici zich buiten verkiezingstijd maar weinig van het volk aan lijken te trekken. Het woord democratie is samengesteld uit de Griekse woorden dēmos (volk) en kratia (heerschappij), en onderscheidt zich van woorden als monarchie, hiërarchie en anarchie, die allen het Griekse arkhē bevatten. Arkhē betekent zowel oorsprong als autoriteit, en de link tussen beide betekenissen verleent de desbetreffende termen een funderingsprincipe dat ze van een zweem van legitimiteit voorziet. Kratia daarentegen heeft in zich iets onbepaalds, een gebrek aan inherente legitimiteit, dat ongetwijfeld te maken heeft met het feit dat zowel democratie als theocratie, technocratie, aristocratie en bureaucratie termen zijn die werden gepopulariseerd door tegenstanders van dat waar ze voor staan. Plato stelde democratie gelijk aan chaos en anarchie. Maar 2400 jaar nadien is duidelijk geworden dat Plato’s politieke programma niets minder dan fascistisch was, en dat we juist in de onvoorspelbaarheid van democratie onze hoop op een betere wereld kunnen verankeren. Het is deze intrinsieke onbepaaldheid die het verschil uitmaakt tussen representatief democratische machtssystemen en de macht der democratie.

We verkeren op dit moment in de paradoxale situatie dat de regeringen die hun legitimiteit aan het volk ontlenen een enorme angst voor de onberekenbaarheid van datzelfde volk aan de dag leggen. In Ierland en Griekenland, maar ook in Nederland zien we keer op keer hoe democratische besluitvorming onder het toeziend oog van democratisch verkozen politici wordt ingeperkt door organisaties die geen verantwoording bij het volk af hoeven te leggen (Europese Commissie, IMF, Wereldbank, World Trade Organization, Goldman Sachs), en hoe op die manier een democratisch tekort wordt gecreëerd waarvan populistisch rechts de vruchten plukt. En terwijl democratische besluitvorming op eigen (Europese) bodem alleen wordt toegelaten zolang de wil van het volk met de wil van de machthebbers samenvalt, wordt een gebrek aan democratie over de grenzen nog altijd aangewend ter rechtvaardiging van militaire interventie. Vanuit dit perspectief krijgt Kaddafi’s oproep aan David Cameron om de macht neer te leggen omdat zijn regime met de rellen in Londen in Augustus 2011 alle legitimiteit verloren zou hebben een bijzonder wrange bijsmaak. 

Net zoals de Ieren vier jaar geleden zullen de Grieken net zo lang moeten blijven stemmen tot het gewenste resultaat eruit komt. Want ook dat hoort bij een democratie. In 1953, in andere tijden en een andere crisis, schreef Bertolt Brecht zijn gedicht “Die Lösung.” Los van de ironie dat de volgende Griekse verkiezingen op 17 juni plaats gaan vinden heeft dit cynische commentaar op de wantrouwende houding van de staat tegenover het volk niets aan actualiteit verloren:

De oplossing

Na de opstand van 17 juni

Liet de secretaris van de Schrijversbond

In de Stalinallee pamfletten uitdelen

Waarop te lezen stond dat het volk

Het vertrouwen van de regering verspeeld had

En het alleen door dubbel zo hard te werken

Terug kon winnen. Zou het niet

Eenvoudiger zijn als de regering

Het volk ontbond en

Een ander koos?

Geef een reactie

Laatste reacties (16)