951
26

Promovendus politicologie Leiden

Simon Otjes (1984) is promovendus politicologie bij de Universiteit Leiden. Daarvoor studeerde hij politicologie en filosofie van de sociale wetenschappen. Zijn onderzoek richt zich op nieuwe politieke partijen. Hij heeft een eigen weblog: cmonotjes.web-log.nl.

Dick Pels: Het Volk Bestaat Niet

De personendemocratie die Pels voorstaat draagt bij aan de onafhankelijkheid van het parlement tegenover het kabinet

De laatste verkiezingsposter van GroenLinks was uitermate simpel: een foto van Femke in een grijs pak direct de kiezer aankeek: zelfverzekerd, ervaren, wilskrachtig. Ergens in de hoek stond de naam GroenLinks. De verkiezingscampagne van GroenLinks focuste zich op Halsema, het populaire boegbeeld van de partij. Het verbaasde dan ook niemand dat bij de verkiezingsuitslag bij GroenLinks van alle partijen de meeste stemmen op de lijsttrekker waren uitgebracht. Terwijl GroenLinks als campagnemachine de personalisering van de politiek met beide handen heeft aangegrepen, staat de visie van GroenLinks op de democratie ver af van de personendemocratie. GroenLinks is geen voorstander van een gekozen burgemeester, of van een gekozen premier. Dat soort voorstellen worden door GroenLinksers vaak afgedaan als populistisch.


En juist dan brengt Dick Pels, de directeur van het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks, een boek uit met een hartstochtelijk pleidooi voor de personendemocratie. In zijn boek “Het volk bestaat niet” probeert Pels een links antwoord te formuleren op de uitdaging van het populisme: een ‘nieuwe, optimistische elitetheorie van de democratie.’ Personalisering van de politiek speelt een cruciale rol in deze theorie. Politiek moet bestaan uit de wisselwerking tussen de elite en het volk. Het populisme bevat een gezonde dosis wantrouwen ten opzichte van de de politiek. Het volk kan het nodige weerwerk geven aan het bestuur als ze in de ogen van de bevolking de verkeerde kant uitgaan of door de macht gecorrumpeerd worden. De elite moet aan de andere kant ook een gezond wantrouwen ten opzichte van het volk koesteren: ook ‘het’ volk heeft de waarheid niet in pacht. De elite moet durven een voorhoede te zijn, uit te gaan van hun eigen programma, en er niet voor weg schrikken om het volk te willen verheffen, zelfs als dat paternalistisch lijkt.  Zoals er ook machtenscheiding is tussen uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht, is er ook een scheiding tussen het volk en de elite. Deze hebben allebei in een democratie een eigen rol te spelen. Zij zijn elkaars tegenhanger. De een kan plannen van de ander dwarsbomen. Hoe zorgen we ervoor dat volk en elite niet helemaal uit elkaar drijven?

Pels denkt dat de personendemocratie de uitweg kan bieden. Het overbrugt het de kloof tussen elite en volk, omdat juist lager opgeleide kiezers zich beter met personen kan identificeren dan met abstracte programma’s. Het versterkt daarnaast ook de scheiding der machten binnen de politiek. Als premier en het parlement elk hun eigen mandaat hebben dan verzwakt dit de coalitiedwang die serieuze controle van de regering voorkomt. Als parlementariers op hun eigen mandaat gekozen worden, verzwakt dit de macht van partijen. De verkiezing van de burgemeester of de premier geeft de burger meer kiesmomenten, meer mogelijkheden om de politieke elite ter verantwoording te roepen, en maakt het de politiek spannender, dat versterkt interesse van burgers in politiek en zorgt voor een massalere opkomst.

De vraag is of een gepersonaliseerde democratie de problemen die Pels schetst kan oplossen. Personen zijn nauwelijks een beter bindt middel tussen elite en volk dan partijen dat zijn. De massale populariteit die Verdonk had opgedaan als minister, tweede vrouw van de VVD en onafhankelijk kamerlid, waren bij de laatste verkiezingen als sneeuw voor de zon verdwenen. En ook Wouter Bos, die in 2003 nog gehuldigd werd omdat hij echt de lessen van de Fortuyn revolte had geleerd, merkte in 2006 alweer hoe grillig en wisselvallig ‘het’ volk kan zijn. Het lijkt me dus niet dat personalisering een manier is om een duurzame brug tussen volk en elite te slaan, juist vanwege het emotionele en daardoor grillige karakter.

Door te stellen dat ‘de’ elite elitairder moet worden en ‘het’ volk populistischer, blijft Pels uitgaan van de populistische assumptie dat het volk en de elite een monolithische eenheid zijn. De opkomst van nieuwe rechtse bewegingen als de PVV heeft ervoor gezorgd dat de minderheid van de bevolking met rechtse opinies op integratie en diep wantrouwen hebben ten opzichte van de linkse kerk zich vertegenwoordigd weten in het parlement. Het populisme drijft volk en elite niet verder uit elkaar: in een democratisch bestel zijn populistische partijen democratisch mechanisme.

Ook moeten we oppassen dat personalisering wel hand hand gaat met controle op de macht. Een gekozen burgemeester of presidentiële premier kan ook alle macht in een hand brengen, zeker als zijn partij ook een meerderheid heeft in de gemeenteraad of het parlement heeft. We zien vaak het Amerikaanse stelsel als een perfect stelsel van machtenscheiding, maar als daar de partij van de president de meerderheid heeft in het Congres en in het Oppergerechtshof, dan zal niemand hem of haar kunnen stoppen. Dat betekent in de eerste plaats dat we moeten voorkomen dat personendemocratie zorgt voor een twee-partijen of twee blokkenstelsel. Zolang de macht getemperd blijft door een meer-partijenstelsel, kan personendemocratie zelfs goed uitpakken voor machtenscheiding.

Pels observeert en problematiseert twee ontwikkelingen die populistische onvrede over politiek voedt: partijdiscipline en coalitiediscipline. Partijen sluiten compromissen om in een regeringscoalitie te komen. Hiervoor moeten ze onvermijdelijk afstand doen van hun standpunten. Maar als ze vervolgens de compromissen die ze sluiten presenteren als hun eigen standpunten gaat dat ten koste van hun eigen geloofwaardigheid. Als politieke partijen zich onafhankelijker gaan opstellen van het kabinet, een helderder onderscheid maken tussen wat ze zelf willen, en wat ze hebben kunnen bereiken, zal dat het vertrouwen in de politiek versterken. Het zelfde geldt ook voor fracties. Fracties presenteren zich nu als monolithische blokken, waar alle kamerleden dezelfde mening zijn toegedaan. Veel kiezers stemmen op een partij die het dichtst bij hem of haar staat. Hij zal het met een deel van het programma niet eens zijn. Als kamerleden zich onafhankelijker opstellen van hun partij, dan zal dat ten goede komen van de mate waarin kiezerz zich kunnen herkennen in hun eigen partij, zeker als kiezers de mogelijkheid krijgen om een grotere invloed te krijgen op de samenstelling van fracties.

Omdat de personendemocratie die Pels voorstaat bijdraagt aan de onafhankelijkheid van het parlement tegenover het kabinet, en van kamerleden tegenover hun eigen fracties, kan het juist een versterking vormen van het huidige vertegenwoordigende stelsel.

Een zeer verkorte versie van dit artikel verscheen ook in het GroenLinks Magazine van Mei 2011. 

Geef een reactie

Laatste reacties (26)