1.260
38

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Dierenbeschermers houden van mensen

Betrokkenheid bij dieren gaat hand-in-hand met algehele betrokkenheid bij kwetsbare groepen. Het CDA vergeet de dieren wel eens

Wel horen we vaker van CDA’ers de uitspraak: mensen eerst; alsof mensen eronder lijden wanneer ze dieren beter behandelen. Die gedachte lijkt uit te gaan van het idee dat in de schepping de mens bovenaan staat en andere dieren kan benutten voor eigen voordeel. Kijkend naar hoe dieren leven in onze veeindustrie, en hoe allerlei lichaamsdelen geamputeerd worden (snavels, hanenkammen, tenen, staarten, tongpunten), vraag ik me weleens af wat de Schepper daarvan zou vinden. Maar dat weten de CDA’ers vast beter dan ik. Wat ik wel weet, als wetenschapper, is dat het idee van een belangenstrijd tussen dier en mens niet overeenkomt met de werkelijkheid van dierenbescherming.

Afgelopen week ging Ger Koopmans (CDA) in De Volkskrant de discussie aan met Esther Ouwehand (PvdD) in Trouw. Met uitspraken als “De Partij voor de Dieren zet dieren op een zodanig voetstuk dat mensen er last van hebben”, creëerde Koopmans een contrast tussen de belangen van dieren versus mensen.

Als pleitbezorger van het opheffen van de veeindustrie heb ik vaak gehoord dat er ‘ergere’ problemen zijn, zoals de schending van mensenrechten, het leed van mensen in ontwikkelingslanden of van de minima in eigen land. Naar aanleiding van zulke uitspraken, waarin het ene probleem prioriteit krijgt boven het andere, heb ik jaren geleden een onderzoek uitgevoerd onder een representatieve steekproef van ruim duizend Nederlanders. Hierin werd onder meer gevraagd in hoeverre men instemde met verschillende uitspraken in de stijl van bijvoorbeeld: ‘Vrouwenrechten en homorechten zijn flauwekul als je bedenkt dat er in de derde wereld mensen zijn die het veel slechter hebben’, ‘Het is onzin om geld te geven aan andere landen zolang er in ons eigen land nog zoveel groepen zijn die het moeilijk hebben’ of ‘Dierenwelzijn is een luxeprobleem zolang nog zoveel mensen het moeilijk hebben’.

Uit de resultaten bleek dat mensen die instemden met de ene prioriteit (bijvoorbeeld ‘ontwikkelingslanden eerst’) óók meer instemden met andere prioriteiten (‘eerst mensen, dan dieren’) en zelfs met de omgekeerde prioriteit (‘eigen land eerst voordat we de derde wereld helpen’). Dit is natuurlijk niet logisch: als je vindt dat de derde wereld voorgaat boven problemen in eigen land, kun je niet ook zeggen dat de minima in eigen land voorgaan boven de derde wereld.

Kennelijk is er veeleer sprake van een algemene neiging om welk probleem dan ook niet te willen oplossen en dit te rechtvaardigen door een beroep te doen op andere problemen die eerst opgelost moeten worden. Dat bleek ook uit het feit dat instemming met deze uitspraken negatief gerelateerd was aan de hoeveelheid geld die men gaf aan goede doelen, ongeacht wat voor doelen dit waren (derde wereld, ziekten, mensenrechten, milieu/natuur, dieren). Mensen die een bepaalde groep sterk voorrang gaven (bijvoorbeeld derde wereld), gaven dus juist weinig geld aan instellingen gericht op die groep of aan andere instellingen.

Een uitzondering was er voor de uitspraak ‘We zouden meer moeten denken aan het welzijn van dieren, want overal ter wereld worden dieren misbruikt ten behoeve van de mens’. Respondenten die hiermee instemden toonden een relatief hoge betrokkenheid bij álle problemen en gaven gemiddeld meer geld aan goede doelen. Dit lijkt erop te wijzen dat betrokkenheid bij dieren hand-in-hand gaat met algehele betrokkenheid bij kwetsbare groepen.

Geconcludeerd kan worden dat er mensen zijn die zich weinig betrokken voelen bij de problemen van kwetsbare groepen, zich niet inzetten om een bijdrage te leveren aan de oplossing daarvan, en dit rechtvaardigen door een beroep te doen op ‘belangrijker’ problemen waar ze evenmin iets aan doen. (Mogelijk past de opmerking: “In het buitenland hebben de dieren het veel slechter”, ook in deze categorie zelfrechtvaardigingen; zoiets als een drugsdealer bij een school die zegt: “Als ik het niet verkoop dan kopen ze het bij een ander.”) Uit mijn onderzoeksresultaten bleek dat dit vaker voorkomt bij mannen dan bij vrouwen, bij rooms-katholieken dan bij mensen met ander geloof of zonder geloof, en bij VVD- en CDA-stemmers dan bij andere partijen (de PVV bestond nog niet).

Maar ongetwijfeld is dit niet van toepassing op Dhr. Koopmans. Daarom denk ik dat hij het eigenlijk helemaal eens zal zijn met Esther Ouwehand en de voltallige PvdD, dat het belang van mens en dier hand in hand gaat. Dat zien we bijvoorbeeld aan het klimaatprobleem (minder veeindustrie = minder CO2-uitstoot = beter voor ons allen), maar het geldt ook op psychologisch niveau: trouw zijn aan waar je hart ligt, of je Christelijke waarden zoals respect voor al Gods schepselen, is goed voor dieren en komt ook het persoonlijk welzijn en de integriteit ten goede. Goed voor jezelf, voor de wereld én voor de dieren.


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (38)