506
6

Hoogleraar humanitaire hulp

Thea Hilhorst is hoogleraar humanitaire hulp en wederopbouw van het International Institute of Social Studies (ISS) van de Erasmus Universiteit. Haar onderzoeksprogramma speelt zich af in fragiele staten, conflictgebieden en in landen getroffen door natuurrampen, waaronder Angola, Congo, Mozambique, Ethiopië en Afghanistan. www.disasterstudies.wur.nl

Dilemma’s rond de voedselcrisis

Voedselhulp ligt onder vuur. Terecht?

Op Wereldvoedseldag gaat de aandacht dit jaar uiteraard naar de Hoorn van Afrika. De crisis in Somalië, Ethiopië en Kenia hangt samen met de ergste droogte in 60 jaar. Behalve in het door conflict geteisterde Somalië – waar de droogte tot hongersnood en sterfte leidt – is de crisis in de Hoorn bezworen met veel geld en voedselhulp. Het internationale humanitaire systeem werkt dus: een enorme vooruitgang vergeleken met de 20e eeuw. Wel blijft de vraag hoe dit in de toekomst zal gaan?

In de 20e eeuw zijn er volgens de meest conservatieve schattingen 70 miljoen mensen door hongersnood om het leven gekomen. In 2011 wordt, na een langzame start, de hongersnood voor miljoenen mensen afgewend. Van de 2,5 miljard Dollar die de Verenigde Naties nodig hadden voor de ramp, is in korte tijd al bijna 80% opgebracht. Voedselhulp houdt miljoenen in leven. Terwijl voedselhulp geassocieerd wordt met negatieve effecten op markten en ontwikkeling, is de werkelijkheid vaak anders. Voedselhulp kan juist zorgen voor prijsstabiliteit op lokale markten en behoedt mensen voor het verlies van hun laatste bestaansbronnen, zodat ze na de crisis de draad weer op kunnen pakken. Allemaal goed nieuws dus. Toch blijven er nog belangrijke vragen over.

Op dit moment is er wereldwijd nog steeds sprake van overvloed. Hoe zal het gaan als we weer in een periode van feitelijke schaarste terecht komen? De signalen zijn er. Bevolkingsgroei, een grotere vraag naar vlees en biobrandstoffen vormen een  toenemende concurrentie op landbouwgrond terwijl klimaatverandering de opbrengsten in veel landen juist aantast. Een incidentele crisis kunnen we aan, maar niet als die bijna elk jaar optreedt of permanent wordt. Om dat te voorkomen is méér nodig dan voedselhulp en ook méér dan ontwikkelingssamenwerking.

Volgens landbouweconoom Niek Koning ontkomen we niet aan drastische internationale maatregelen. Het gaat dan om de vraag naar graanverslindend rundvlees terug te dringen, landbouwproductie te verhogen ondanks de klimaatverandering, voedselprijzen via een internationaal systeem te stabiliseren, lokale markten in de armste landen te beschermen, en een internationaal sociaal vangnet.

De tweede vraag betreft de internationale verhoudingen. De internationale gemeenschap springt bij in crisis, getuige de grote bijdragen die nu naar de Hoorn van Afrika gaan. De motieven vermengen meelevendheid, solidariteit en eigenbelang – want stel je voor dat iedereen uit de Hoorn richting Europa trekt. Het is ondenkbaar dat een grote crisis met lokale middelen opgelost kan worden. Maar de lokale inzet moet er wel zijn. Hoe zit het met de lokale overheden? Willen zij zich echt inspannen om voedselcrisis in het land te voorkomen of wentelt men dit af op de internationale hulpverlening?

Een even belangrijke vraag is hoeveel ruimte lokale overheden in het internationale politieke spel krijgen om een goed voedselbeleid te ontwikkelen: zelf prijsbeleid maken, buffervoorraden aanleggen en hun markten zonodig beschermen?

De derde vraag betreft voedselhulp. Er is de laatste tijd naar aanleiding van de crisis in de Hoorn van Afrika heftig gedebatteerd of voedselhulp misschien afgeschaft moet worden. Het debat tussen vóór- en tegenstanders ontneemt het zicht op de vraag hoe voedselhulp beter kan. Voedselcrisis treedt het meeste op in landen die in conflict zijn of recentelijk in conflict waren. Voedselhulp is dan risicovol en zal dus nog beter moeten worden in het voorkomen van perverse effecten op de conflictdynamiek. Om negatieve effecten van voedselhulp te voorkomen, zoals het ondermijnen van lokale markten, moet voedselhulp veel specifieker worden ingezet en afgestemd op ontwikkeling.

Moeten we in een bepaalde situatie voedsel uitdelen of geld? Wanneer moet hulp beginnen en eindigen? Kunnen we voedselhulp gebruiken om mensen aan het werk te zetten voor infrastructuur projecten? Wanneer is het beter voedsel lokaal in te kopen? Dit zijn allemaal vragen die het verschil kunnen maken tussen goede en slechte hulp. Het antwoord is per situatie verschillend. Het humanitaire systeem zal dus nog verder hervormd moeten worden om meer planmatig in te spelen op de lokale economie en de politieke verwikkelingen van conflict.

Dit is een verkorte versie van de toespraak van Thea Hilhorst bij de bijeenkomst van afgelopen zaterdag in Amsterdam ter gelegenheid van Wereldvoedseldag.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)