3.829
59

Socioloog

Niraï Melis is socioloog en kinderfluisteraar. In haar werk zoekt ze de verbinding tussen idealen en mogelijkheden. Ze streeft naar meer balans in de samenleving en een bewustere manier van leven.

Discriminatie wordt aangeleerd

Zelfs als je vóór integratie en gelijkheid bent, ontkom je er niet aan enige vorm van discriminatie in je te dragen

cc-foto: Claudia Angenent

Jarenlang heb ik onderzoek gedaan naar de oorzaken van discriminatie. Hoewel mijn focus op discriminatie op basis van gender ligt, zijn er veel overeenkomsten met discriminatie op basis van afkomst. Mijn conclusie is dat discriminatie ons al sinds onze babytijd wordt aangeleerd met subtiele informatie die ons omringt. Deze informatie is zo subtiel dat het onopvallend is. Alleen met objectief onderzoek is dit te achterhalen. We zijn als vissen in een kom waar discriminatie de norm is waar we in zwemmen, pas als we worden overgezet naar een kom zonder discriminatie, zien we hoe een leven vrij van discriminatie er werkelijk uitziet.

Discriminatie is verweven in onze levens. Zelfs als je vóór integratie en gelijkheid bent, ontkom je er niet aan enige vorm van discriminatie in je te dragen. Discriminatie zit in onze taal, media-uitingen, algoritmes, lesstof, politiek systeem, economie, zorgsysteem, culturele uitingen en alles wat je kunt bedenken. Soms bestaat de discriminatie niet uit onderscheid maar is het dat er juist geen rekening wordt gehouden met het ‘anders zijn’. Vrouwen hebben bijvoorbeeld een ander lichaam, waar andere medicijnen voor nodig zijn. Dat is tussen verschillende achtergronden ook zo. Ieder lichaam is immers gegroeid naar de voedingsstoffen en omgeving die de generaties voor hem of haar hebben ervaren. Simpele voorbeelden zijn de groeicurve en BMI-index die voor grote groepen onjuist zijn.

Onze taal discrimineert met omschrijvingen als ‘zwarte schaap’, de generalisatie ‘jongens’ tegen gemengde groepen, ‘zwarte bladzijde’ ‘huidskleur’ voor de kleur van de blanke huid, enzovoorts. De meesten zijn zich niet bewust van deze discriminerende termen. Het zijn woorden die ons worden aangeleerd in onze taal. Woorden die ons onbewust leren dat ‘zwart’ fout is en ‘wit’ goed. Weinig mensen zullen stilstaan bij het verband tussen ‘zwarte schaap’ en de discriminatie van een getint persoon jaren later.

Tijdens mijn onderzoeken blijkt dat alleen de verhalen en geschiedenis van blanke mannen worden verteld en onderwezen. Dat de welvarende economie ten tijden van de Gouden Eeuw voor een groot deel aan immigranten in Nederland te danken was, weet bijna niemand. Ook het hoofdstuk van de slavernij wordt niet onderwezen op school. Of de belangrijke rol van Afrikanen en andere niet blanken bij de bevrijding van de Tweede Wereldoorlog. Net zo min dat wetenschappelijk onderzoek gedaan door vrouwen en niet-blanke mannen vaak wordt gebagatelliseerd of wordt overgenomen door blanke mannen. Als we deze kennis zouden delen, dan zou de beeldvorming van niet-blanke mensen totaal anders zijn.

Ook de media zijn zich onbewust van deze vooroordelen. In hun artikelen schrijven zij vaker negatief over niet-blanken, dan over blanken. In het geval van een strafbaar feit wordt bij niet-blanken, en steeds vaker ook bij vrouwen, de afkomst of geslacht genoemd. Bij blanke mannen wordt dit vrijwel nooit gedaan. Sterker nog, als blanke mannen een strafbaar feit hebben gepleegd, worden er verzachtende omstandigheden benoemd. Vaak gebeurt dit in relatie tot het slachtoffer, wat regelmatig leidt tot victim blaming en shaming. Bij positieve berichtgeving krijgen blanke mannen meer ruimte in de media en is het bericht positiever. Bij dezelfde prestatie door vrouwen en niet-blanke mannen, wordt dit bericht vaak negatiever weergegeven of wordt het omschreven als een ‘gegunde’ prestatie.

Soms zijn de media zich wel bewust van deze oordelen. Er wordt over het algemeen negatief verslag gelegd vanuit islamitische landen, zonder dat de context goed wordt weergegeven of dat er positieve berichtgeving tegenover staat. Er zijn meer islamitische landen met vrouwelijke leiders geweest dan van oorsprong christelijke landen. In een multicultureel land als Maleisië zijn veel dingen goed geregeld en in Oman zijn er meer vrouwen in topmanagement functies dan in Nederland. Maar de media focussen zich voornamelijk op Saoedie-Arabië, de Taliban, Palestijnen en hongerend Afrika. Ze vergeten daarbij te vermelden dat de Taliban met blanke hulp in het zadel is geholpen, de Palestijnen door de Britten uit hun grondgebied zijn gezet en dat de honger in Afrika voor een deel voortkomt uit het dumpen van Europees voedsel onder de marktprijs, waardoor boeren daar geen inkomsten ontvangen. Deze bewust gekozen beeldvorming schetst een negatief beeld van de niet-blanke mensen, terwijl blanke mensen deze situaties juist zo hebben gevormd.

Deze en vele andere subtiele impulsen zien en horen we dag in, dag uit. Vaak wordt het voor ‘waar’ aangenomen en, ook al weten mensen dat het onwaar is, na 20 jaar dezelfde boodschap is het onderbewuste ervan overtuigd dat het waar is. Deze impulsen zijn een gevaarlijke cocktail voor een ongelijkwaardige relatie, waarin veel blanken zich meester voelen, want dat zijn ze geleerd.

Op dat moment komen de discriminerende besluiten, soms heel bewust genomen, soms onbewust, maar altijd vanuit een aangeleerde angst en negatieve beeldvorming. En vaak zonder tegenspraak van de eigen omgeving. Om daar als generatie overheen te stappen vraagt kennis en inzicht. Door die subtiele impulsen positiever en eerlijker te maken, gaan mensen zich anders opstellen. Wit, zwart, man of vrouw zullen ander gedrag vertonen. Hopelijk brengt de huidige protesten de nodige veranderingen met zich mee.

Geef een reactie

Laatste reacties (59)