26.312
35

Presentator BNNVARA

Milouska Meulens is oud-presentator van het Jeugdjournaal en werkt bij BNNVARA onder meer voor Vroege Vogels.

De geheime boodschap van premier Rutte

Volgens Rutte heb je Nederlanders en 'gewone Nederlanders'

9692583840_ef9ba41457_z
cc-foto: Roel Wijnants

Aan minister-president Mark Rutte,

Uw brief aan alle Nederlanders raakte mij diep. De tranen sprongen me in de ogen, m’n hart ging er sneller van kloppen. Ik kreeg last van een hoge en oppervlakkige ademhaling. Prop in m’n keel. Druk op de borst.

Ik weet niet welk gevoel deze lichamelijke reacties veroorzaakt. Ben ik verdrietig? Misschien. Liever laat ik het niet merken, als het zo is. Dat hebben m’n ouders mij geleerd. Pijn moet je verbergen Uka, zeggen zij. Anders pakken ze je steeds weer.
Boos krijg je mij niet snel. Pas als je mij onheus bejegent of mijn gezin en familieleden, vrienden en buren. Als je bekenden en onbekenden die zich niet kunnen verdedigen aanvalt, kwetsbare groepen kwetst, over de rug van anderen persoonlijke winst behaalt of op welke andere manier dan ook gemeen doet tegen wie dan ook.

Teleurgesteld komt het dichtst bij hoe ik me nu voel. Ik ben teleurgesteld omdat u met ‘aan alle Nederlanders’, ook mij met m’n mooie rooie paspoort lijkt aan te spreken, maar tegelijkertijd heeft u het over mensen die ‘gewone’ Nederlanders uitmaken voor racist. Die wijzen ons land fundamenteel af, schrijft u. Zij kunnen maar liever weggaan. Zij doen niet normaal. En het is normaal doen of vertrekken, zegt u.

Wat nou als gewone Nederlanders niet normaal doen? Er is waarlijk iets aan de hand in dit land, als voor hen andere normen gelden, andere waarden, andere vrijheden.

Wie zijn eigenlijk die ‘gewone’ Nederlanders? Kunnen zij in geen geval racist zijn? Of bedoelt u dat ongewone Nederlanders hen er niet voor mogen uitmaken?

Ik heb eens iemand racist genoemd. Daar. Ik beken. Twee jongens zelfs. Gewone Nederlandse eikeltjes op een brommer, allebei een kale kop en allebei in een bomberjack met een Nederlands vlaggetje op de mouw.

Toen ik vele jaren geleden sjansend met jan en alleman over de Utrechtse Oudegracht flaneerde, spogen ze in het voorbijgaan een grote groene rochel in mijn afro. U moet weten: het is een crime om zo’n klont slijm uit kroeshaar te krijgen. Ik vergat de wijze lessen van mijn ouders en heb keihard gehuild.

Die jongens noem ik racist, punt. Andere kale gewone Nederlandse jongens niet hoor. Met één ben ik getrouwd. Hij doet geen vlieg kwaad. Nou ja, hij maakt mij soms kwaad, maar dat is normaal. Wat die andere kale koppen deden is dat niet. Toch noemt u in uw brief dergelijk ongewenst gedrag niet als voorbeeld van wat wij in Nederland niet pikken.
En zo krijg ik door meer passages in uw brief de indruk dat u alleen ongewone Nederlanders als ik berispt voor abnormaal gedrag. Klopt dat?

Mijn ouders kwamen hier geluk zoeken. Dat hebben ze gevonden, voor ons. Zij zelf konden zich maar slecht aanpassen aan het Hollandse klimaat en zijn uit vrije wil teruggegaan naar hun eigen land waar ze nu arm maar gelukkig leven. Nederland werd mijn eigen land. Mijn kinderen kennen niet de luxe van een ander eigen land. Zij horen hier, inclusief het recht om beesten bij de naam te noemen. Voor hen spreekt dat vanzelf, voor mij was het een stevig robbertje invechten.

Ondanks al die zelf verworven welvaart, fantaseer ik geregeld over andere plekken om te wonen. De Azoren, Jamaica, Bonaire. Als de kinderen het huis uit zijn… Versta mij niet verkeerd: ik hou van Holland. Maar de zon lokt hard. Maakt mij dat tot minder Nederlands dan anderen die nergens anders willen wonen, never ever nooit niet? Dat proef ik in uw brief. Als dat de boodschap is die u tussen de regels verstopt… Ik geef het gewoon toe: daar word ik verdrietig van.

Groet, van volgens mij een heel gewone Nederlander.

Geef een reactie

Laatste reacties (35)