Laatste update 23:22
1.212
17

schrijver

vroeger: sociaal ondernemer - nu: schrijver - straks: profvoetballer/filmster

Brusselse broodjes aap

Voorpublicatie van het boek 'Dit is Europa' (volgens kappers, dokters, politieagenten, sekswerkers en andere deskundigen)

De Europese Unie is één van onze meest ambitieuze projecten ooit. Maar wat vinden de Europeanen er zelf van? Wat vinden ze van elkaar? Hoe zien ze zichzelf? En wat zijn de grootste verschillen, overeenkomsten en eigenaardigheden?

Om deze vragen te beantwoorden reisde Mark Schalekamp naar alle 28 landen van de EU en interviewde in elke hoofdstad acht inwoners: een dokter, een politieagent, een kapper, een ondernemer, een kunstenaar, een immigrant, een sekswerker en een lokale beroemdheid.

Dit is Europa is het kleurrijke en humorvolle verslag van Project Youropeans, Schalekamps sociaal-journalistieke zoektocht naar de aard van het Europese beest. Niet vanuit politiek standpunt, maar met de open blik van een nieuwsgierige Europeaan.

Op Joop vast een voorpublicatie over zijn bevindingen in Brussel, en over de beeldvorming van de Europese Unie.

Brusselse broodjes aap

Pal achter het lieflijke Place du Luxembourg, het hart van de Leopoldswijk, negentiende-eeuws statig, doemt het Europese Parlement op. Enorm was het al bij de bouw in 1989 op de plek van een brouwerij en een rangeerterrein, nog groter werd het – een vleugeltje hier, een uitbouw daar – met de uitbreiding van het aantal lidstaten.

Boven aan de kolossen van staal en glas prijken namen: Paul- Henri Spaak, Jozsef Antall en Alturaro Spinelli. Europese helden naar ik aanneem, maar het had net zo goed de achterhoede van Manchester City kunnen zijn. Voor de hoofdingang ligt over een lengte van misschien honderd meter een gladstenen plein, licht aflopend, dus ideaal om bijvoorbeeld te skateboarden. Maar dat gebeurt hier niet: dit is Brussel.

Bij de hoofdingang, bij de securitycheck, wisselt de wacht en krijgt een bewaker een zoen van een andere bewaker, beide man, dat gebeurt hier: dit is Bruxelles.

Eenmaal binnen dwaal ik door eindeloze gangen, ik neem een trap en nog een, slenter een zaal in en kom slechts een medewerkster met een coffee-to-go  tegen. Waar dan al die  Europarlementariërs zijn? In Straatsburg, vertelt iemand me uiteindelijk. Daar reist het circus naartoe, twaalf keer per jaar voor een paar dagen.VP-LR-RGB-Schalekamp-Dit is Europa

Ik fiets een kilometertje verder, naar het Schumanplein. Hier staat het kantoor van de Europese Commissie, tegenover dat van de Europese Raad, ook hier verrezen glimmende glazen reuzen in een oude en tamelijk fletse buurt. Er zijn veel bedelaars op het plein, valt me op. Lobbyisten doen dat in pak met een mooi koffertje, anderen in kleermakerszit in lompen met een leeg koffiebekertje.

In Brussel is wat te halen, dat weten ze. Op het plein, meer een rotonde, zijn een metro-ingang, een koffietentje en een bloemenkraam.

‘Bonjour monsieur ,’ begin ik.

‘Praat maar in het Nederlands,’ zegt hij, terwijl hij een paar bossen bloemen afsnijdt (schuin uiteraard). De bloemenman ziet ze al jaren voorbijkomen en dus leent hij zich goed als vox populi – dat doen ze bij het journaal ook altijd tegenwoordig.

‘Wat voor mensen komen er nou bij u?’

‘U ziet,’ zegt-ie, ‘ik zit in de bloemen. En neem Neelie Kroes, die komt hier vaak. Ik praat met haar niet over de politiek, maar over voetbal. Ik vraag niet naar haar werk, niet omdat ik niet geïnteresseerd ben, maar omdat ze klant is. Hier wordt een ander verhaal verteld.’

‘Ik neem aan dat ze voor Feyenoord is, als Rotterdamse.’ Binnen in de kraam, boven de kassa, hangen twee voetbalfoto’s, dus zie ik mijn kans schoon het over die boeg te gooien.

‘Amai , dat weet ik niet. Maar als Holland verloren heeft, vraag ik of ze niet te zeer ontgoocheld is.’

‘Zijn het een beetje normale mensen?’

Hij kijkt veelbetekenend. ‘Tja, normaal… Ik sta hier al twintig jaar en heb ze allemaal gezien. De Zweden zijn normaal ja, de Duitsers, de Nederlanders, de Engelsen zijn normaal, de Fransen en dan beginnen we: Spanje – pffff, Italianen, de mannen normaal, maar die vrouwen, oei, en dan beginnen we aan het Oostblok. Die vinden mij een leurder , die kijken diep op me neer. Dat merk je, dat voel je.’

Brussel, de officieuze hoofdstad van Europa, daar waar de macht zetelt (of is dat toch gewoon Berlijn?). Brussel, Petit Paris,  juist uitverkoren als EU-hoofdstad vanwege het beperkte politieke gewicht, is de laatste decennia getransformeerd tot een heuse metropool waar je op straat talloze nationaliteiten ziet en hoort. De hoofdtaal is niet meer Frans (Nederlands was het al niet) maar Engels. Allemaal door toedoen van de Europese Unie. De helft van de kantoorruimte in de stad wordt door Europese instituties gebruikt (en van de andere helft is weer een goed deel op de een of andere manier in gebruik van toeleveranciers en andere belanghebbenden).

Hier zitten dus die potverteerders, als ze tenminste niet in Straatsburg vergaderen. In dit ondemocratische hol bedenkt een leger gezichtloze technocraten pietluttige regeltjes. Dat kaas niet meer op traditionele manier mag worden gemaakt, olijfolie in restaurants niet meer in open flesjes mag staan en dat de bananen recht moeten zijn. Want dat – en erger – hoorde ik over de ambtenaren en politici in Brussel. Wat ook zou kunnen slaan op Luxemburg, waar het Europese Gerechtshof zit, op Warschau, waar het Frontex-hoofdkwartier zit, Den Haag, waar Europol zit, of voor mijn part Athene, waar je het Europees Agentschap voor netwerken informatiebeveiliging (ENISA) vindt. Brussel staat er niet best op, merkte ik. Dat staan de meeste nationale bestuurlijke centra niet, maar Brussel spant de kroon, om verschillende redenen.

Doordat Brussel een nieuwe laag is, boven op die verfoeide lagen die er al waren. Maar vooral doordat Brussel zichzelf niet verdedigt, misschien niet kán verdedigen.

Dus bedacht ik halverwege mijn Europese tour, ergens tussen Tallinn en Zagreb, dat ik, als ik een boek over Europa schreef, een beter beeld moest hebben van zijn hoofdstad. Natuurlijk was ik al in de Belgische hoofdstad geweest, daar had ik kapper Fred, dichteres Els, politieagente Nancy, dokter Benoit, ondernemer Patrick, sekswerker Monique en immigrant Rachid gesproken. Maar dat is niet hetzelfde als de hoofdstad van Europa en daarom sprak ik de bloemenman, Europees Parlementslid Marietje Schaake, Christian, receptionist bij de Europese Raad, Frontex-vrouw Delphine (in Warschau), strateeg Luuk van Middelaar, EU-persvoorlichter Petr (in Sofia), EU-ambassadeur Jimmy en Herman van Rompuy, toen net ex-voorzitter van de Europese Raad. Ook weer acht man, uit verschillende hoeken.

De decolletés van de Europese serveersters
Eerst receptionist Christian, EU’s vriendelijke gezicht, in contrast met de linie die voor hem was opgeworpen: er heerste een week na de Charlie Hebdo-aanslagen maximum security, een kolfje naar de hand van een leger beveiligers, mannen die nadrukkelijk lieten merken dat met hen niet viel te spotten. Sommigen met de V van vervelend op hun borst, anderen in burger, te herkennen aan een oortje en een gezicht of ze gediend hadden in Vietnam, Korea en alle Golfoorlogen. De EU neemt beveiliging serieus, dat was me al opgevallen in de andere instituties die ik had bezocht: zonder paspoort kwam ik Frontex in Warschau, maar ook de Vertegenwoordiging, zeg maar de EU-ambassade in Den Haag, een braaf kantoor aan de Hofvijver, niet in. Het Europees Parlement scant je tas scherper dan El Al en het Justus Lipsius-gebouw, zoals dat van de Europese Raad heet, mocht ik eigenlijk niet naar binnen als het aan de beveiligers lag, want ik had hun orders niet snel genoeg opgevolgd (ze wilden me oppakken, een relletje leek in de maak, ternauwernood gesust door de perschef).

De mate van beveiliging van de EU gaat niet bepaald gelijk op met het maatschappelijke aanzien, maar wellicht hoopt het met dit vertoon aan gewicht te winnen. Het deed me denken aan een helemaal niet zo rijke vriend die op Ibiza voor een avondje uit twee vervaarlijke bodyguards inhuurde en dus bij elke club de lange rij wachtenden voorbij kon lopen en overal een vipbehandeling kreeg. Maar Christian dus. Wanneer je de hal in het Justus Lipsiusgebouw oversteekt, een tocht van een meter of vijftig, kom je bij hem, de liften aan de ene kant en een krantenkiosk en een reisbureautje aan de andere. Zeer voorkomend, in bijna elke gewenste taal, helpt hij je vriendelijk op weg, al 25 jaar. ‘Vroeger was 90 procent van de vragen in het Frans,’ zegt hij, ‘maar nu is het bijna allemaal in het Engels. Niet zo gek: aanvankelijk waren de Franstalige landen, Frankrijk, Luxemburg, België, maar ook Italië waar men het vaak spreekt, in de meerderheid.’

Hij weet er veel van, merk ik op.

‘Ja, maar dat moet toch ook. Ik luister ook weleens naar persconferenties als ik hier zit, soms zie ik het voorbijkomen via het intranet. Maar veel gaat me boven de pet, dat is me te technisch.’

‘Als u op een verjaardagsfeestje bent, vragen mensen dan over de EU?’

‘Ja, dikwijls. Voor velen is het een mistig geheel, zelfs voor mijn familie. En vaak is het ook zo dat men voor of tegen Europa is, zo zwart-wit. Terwijl als mensen beter zouden weten waarover gestemd wordt, zoals laatst over de grondwet, het bijna onmogelijk is om ertegen te zijn.’

‘Legt u ze het dan uit?’

‘In het begin vaak wel. Dat de nationale regeringen vaak met twee tongen moeten praten, noodgedwongen: ze hebben thuis hun kiezers, hun klanten, en moeten hier samenwerken.’

Dat van die onbekendheid is wel een issue. Ook Delphine geeft toe dat haar vrienden verdraaid weinig weten van Frontex. ‘Ik denk dat ze op school al zouden moeten leren over Europa.’ Want onbekend maakt onbemind. En geeft ruimte aan vooroordelen en broodjes aap.

‘Och, al die regels…’ zegt Delphine. ‘Die zijn er om de boel veiliger te maken, zodat je bepaalde etenswaren ook in het buitenland kunt verkopen, op die interne markt. Wij kunnen onze Franse kaas ook niet meer exporteren omdat de melk ervoor niet gepasteuriseerd is.’

‘Daar is toch nooit iemand aan doodgegaan?’

‘Nee, maar je moet risico’s op ziekten zo veel mogelijk beperken wanneer je internationaal verkoopt. Het is ook vervelend voor ons. Maar gelukkig kunnen we zelf onze kaas nog eten,’ lacht ze. ‘O ja?’

‘Zeker, we mogen de kaas zeker nog produceren, al zijn ook daar de regels iets strikter dan vroeger.’

Marietje Schaake, Europarlementariër voor de liberale fractie, reageert bijna geïrriteerd wanneer ik het onderwerp aansnijd: de komkommers.

‘Ja, en de ladders van de glazenwassers, de zolen van de kappers, de decolletés van de serveersters die moesten worden bedekt tegen UV-straling. Tja, lang niet altijd gaat het om EU-regels, al wordt dat vaak gedacht. En dat van die ladder komt vanuit de vakbonden, die eerlijke concurrentie wilden en gelijke spelregels op de interne markt.’ Er zijn genoeg landen die hun nationale bedrijven bevoordelen door specifieke regelgeving. Zoals het voorbeeld van het suikergehalte in de muesli, die in een bepaald land zo laag moest zijn dat alleen de lokale producent daaraan kon voldoen. Wat ertoe leidde dat de buitenlandse producenten gingen klagen bij de Europese Commissie. ‘Of het harmoniseren van het wattage van stofzuigers, ook een bekend voorbeeld, het resultaat van een duurzaamheidagenda, dat moet je wel Europees doen, niet ieder land voor zich.’

Dat ze hier zich in Brussel wel iets van aantrekken, terecht of niet, blijkt uit het takenpakket van eurocommissaris Timmermans, die Betere Regulering onder zich heeft, wat voor hem vooral ‘minder Europese wetgeving’ betekent.

Marietje belandde in 2009 met voorkeursstemmen in het Europese Parlement, na een goede campagne via social media. Dat had ze geleerd van Obama, die ze had geholpen bij diens verkiezing. Door de week is ze in Brussel aan het werk, op vrijdag doet ze Amsterdam, waar ik haar spreek.

‘Je woont en werkt dus op twee plaatsen?’

‘Minimaal,’ lacht ze, ‘want ik ben ook een keer per maand in Straatsburg. En daar woon ik niet, daar zit ik meestal in een hotelletje. Dat moet je zelf regelen en betalen van je vergoeding, dus de een overnacht in een vijfsterrenhotel en de ander in een B&B. Ik zit ergens rustig maar bescheiden, want ik hoef er alleen maar te slapen.’

Een keer per maand trekt het circus van Brussel naar Straatsburg. De jaarlijkse kosten van reis en verblijf (en het vervoer van vrachtwagens vol dossierkisten) zijn ongeveer 200 miljoen euro. De gebouwen in Straatsburg staan de rest van de tijd leeg.

‘Ja, da’s heel vervelend,’ geeft ze toe.

‘Is dat niet af te schaffen?’

‘Het punt is dat de Raad daarover gaat, de ministers dus. En zoiets kan alleen worden aangepast wanneer zij het er unaniem mee eens zijn.’

‘Laat me raden. Er is altijd één stem tegen: de Franse?’

‘Ja, en de Fransen zijn zich niet zo bewust van hoe enorm storend de Nederlanders dat vinden. Veel andere Europeanen boeit het ook minder.’

‘Hoe komt dat?’

‘Ik denk dat wij meer de hand op de knip houden en dit een symbool van verspilling is. Ook niet handig is hoe de vergaderingen vaak gepland zijn, dan is er eentje op dinsdag, niks op woensdag en weer een op donderdag, zodat je daar een dag voor niks zit, te kort om op en neer naar huis te gaan.’

‘Dat is toch Brussel voor de meesten?’

‘Nee, iedereen woont in zijn lidstaat, dat wordt eigenlijk ook wel verwacht. In sommige landen zou het zelfs een schande betekenen als hun parlementariërs in Brussel zouden wonen: in het district waar ze vandaan komen willen de mensen hen ook echt zien.’

‘Maar volgens mij verwachten Nederlanders vooral dat jij in Brussel aan het werk bent.’

‘Klopt, maar dat moet je allebei doen: daar en hier. Of zelfs in buitenlanden, zoals in Irak, waar ik een paar weken geleden was.’

Ze zijn er dus, die vooroordelen. Behalve dat Brussel zich bezighoudt met pietluttigheden of zich bemoeit met zaken waar het zich niet mee zou moeten bemoeien, vinden velen dat Brussel onnodig duur is, bevolkt wordt door incapabele politici en dat de besluitvorming ondemocratisch is – om de grote vermeende tekortkomingen maar even te noemen.

Zakkenvullers!

Nu.nl, 20 juli 2015:

De diplomatieke dienst van de Europese Unie wil een eigen servies voor banketten en diners. Het mogelijke prijskaartje: 1,5 tot 3 miljoen euro. De aanbesteding begint dinsdag, meldden media in Brussel maandag.

Het tafelzilver voor de zogenoemde Europese Dienst voor Extern Optreden is begroot op zo’n 2 miljoen euro. Dat is de grootste kostenpost. Maar ook voor het porseleinen servies (550.000 euro) is topkwaliteit vereist: geschikt voor de vaatwasser en bestand tegen verkleuring. Op elk stuk moet het Europese logo van twaalf sterren in goud prijken.

Een greep uit de online reacties van de zogenaamde reaguurders en de hoeveelheid minnetjes en plusjes die hen dat oplevert:

‘schandalig !!’ 76 plusjes, 2 minnetjes

‘drinkt dat logo beter of zo, te gek voor woorden. ik zeg niks gewoon standaart bekers voor koffie en eventueel een oplossoepje net als de rest van de bevolking. Elite waanbeeltjes’ (49+, 1-)

‘Weer een bizar besluit van de nieuwe Adel, terwijl er mensen verrekken van de honger en de voedselbanken wachtlijsten hebben, en geen aanvoer genoeg. Mensen creperen van de pijn omdat ze niet naar de tandarts kunnen. Het is een bloody shame.’ (54+, 2-)

‘O nee, niks daarvan. Ze halen hun serviesgoed en bestek maar bij de Hema of zoiets. Ze zijn knettergek daar.’ (43+, 0-)

Het is een willekeurig voorbeeld. Telkens wanneer een bericht over de Europese Unie maar iets met geld te maken heeft, is dit de teneur van de reacties. Nu.nl kan nog worden beschouwd als tamelijk politiek-neutraal, diens lezers als de gemiddelde Nederlander: op sites als Telegraaf.nl of GeenStijl zijn de reacties nog zuurder. Brussel is duur, kijk maar naar die Straatsburg-verhuizing. Dat Brussels apparaat is duur, te veel overbetaalde ambtenaren en politici. Dat is het beeld.

De werkelijkheid is genuanceerder. De EU heeft een begroting die bijeengebracht wordt met minder dan één procent van nationale begrotingen (en die bovendien teruggeschroefd is voor de komende zeven jaar, naar 908 miljard). Het besteedt slechts zes procent van de totale begroting aan zichzelf: aan behuizing en salarissen.

Bij de Europese Commissie, waaronder, geleid door een eurocommissaris, de diverse ministeries vallen, werken 32.000 ambtenaren (in Den Haag, ter vergelijking, zijn dat er 120.000). Hun salarissen zijn hoog gemeten naar Nederlandse maatstaven, niet volgens Scandinavische of Italiaanse. De gedachte was dat beloningen niet te laag moeten zijn, opdat die in ieder geval geen belemmering zouden zijn om naar Brussel te tijgen (toen in 2004 tien nieuwe Oost-Europese landen zich aansloten is de salariëring overigens enigszins aangepast en verdienen ambtenaren uit die landen een derde minder dan hun Westerse collega’s ).

Het bedoelde gevolg van die voor velen ruime vergoeding is dat de kwaliteit van het Brussels ambtenarenleger hoog is. Zo hoog dat Nederlanders maar met moeite aan de bak komen, zelfs voor stageplaatsen: de Nederlander spreekt Nederlands en (slordig) Engels, waar de Luxemburger moeiteloos vier talen spreekt, maar ook de Roemenen, Litouwers en Polen beter opgeleid zijn en ambitieuzer solliciteren. Nederlanders bezetten steeds minder belangrijke posities binnen de EU. Piet Dankert was in de jaren tachtig voorzitter van het Europees Parlement en natuurlijk hadden we in de middeleeuwen Sicco Mansholt, landbouwcommissaris – toen een cruciale functie – en gedurende zeven maanden voorzitter van de Europese Commissie.

En dan is er nog die andere kostenpost, die van de vertalers. Een miljard per jaar ongeveer, of ‘twee euro per persoon per jaar’, zoals de EU het liever voorrekent. De 28 landen tellen 24 officiële talen, waaronder wel heel erg vreemde, merkte ik toen ik een promotiefilmpje voor mijn crowdfundcampagne opnam. Zo’n filmpje moet wervend zijn, ludiek en vervolgens viral  gaan, dus had ik bedacht dat ik elke regel van mijn tekst in een van de EU-talen zou uitspreken. De dagen ervoor hadden de verschillende ambassades mij telefonisch geholpen en had ik fonetisch het verhaaltje van anderhalve minuut uit mijn hoofd geleerd. In het Lets zei ik iets als ‘het project Youropeans is reuzebelangrijk’ en in het Fins ‘geef mij dus geld’ (misschien had de tekst beter gekund, misschien).

Dit is wat de Youropeans vonden over Brusselse politici, op een glijdende schaal van kwaad tot erger: ze zitten in hun toren, ze missen voeling met de gewone mensen, ze zijn lui of zelfs corrupt. Zelfs Donald Tusk, de nieuwe voorzitter van de Raad, kan op kritiek rekenen van zijn landgenoten. ‘Mooi hé, dat Tusk die belangrijke baan heeft?’ vroeg ik een paar van zijn  landgenoten, die antwoordden met ‘Ach, het is misschien goed voor het land. Maar ik vind dat hij thuis had moeten blijven om voor zijn partij te zorgen. Die is een chaos.’

Italiaanse Europolitici worden regelmatig afgefakkeld in satirische tv-programma’s. ‘Want het blijkt dat ze niets doen,’ zegt Helvia, Nederlands immigrante, maar Italiaans fel, ‘dat ze maar een uurtje per week in het Europese parlement zitten. Schandalig wordt het gevonden.’

Alleen in Estland is men enthousiast over zijn politici. ‘Het land is zo klein, dat we elkaar goed kennen, we weten dus op wie we stemmen,’ zegt dokter Toomas. ‘Andrus Ansip, die nu eurocommissaris wordt, ken ik nog van de universiteit. Hij studeerde scheikunde. Was een erg goeie sporter.’

‘Natuurlijk sturen we ook goede mensen,’ zegt Spaans politica Cayetana, ‘maar traditioneel is het een olifantenbegraafplaats, voor mensen aan het eind van hun carrière, presidenten van provinciale regeringen, mensen die ooit belangrijk waren in de partij. En dit moet uiteraard veranderen.’

De Kroatische eurocommissaris heb ik ontmoet. Nevem Mimica, verder opvallend kleurloos, stuurde een persconferentie zeer behendig door in elke journalistenvraag aanleiding te zien om vooral zijn eigen verhaal te vertellen, zo uitgebreid dat slechts een journalist of drie beantwoord werd. ‘Nee, we sturen niet onze toppers,’ had Vedrana, gemeenteraadslid in Zagreb, zelf een jong talent, me maanden daarvoor verzekerd. ‘Het zijn politieke benoemingen en dat is jammer, want ik zou liever een goede en capabele Duitser als eurocommissaris hebben dan per se een Kroaat. Ik ben ervan overtuigd dat bijvoorbeeld de Zweedse commissaris evenveel aan de Kroatische belangen denkt als aan de Zweedse.’ Ik ben het met haar eens, zo vond ik het ook vreemd dat ik tijdens Europese verkiezingen alleen op een Nederlander kon stemmen: voor mij telt de beste man of vrouw en die hoeft niet uit mijn land te komen, want hij hoeft van mij niet per se Nederlandse belangen te dienen. Maar voor transnationale lijsten, zoals dat heet, is een verdragswijziging nodig. ‘Voor velen een stap te ver in Europese eenwording, dus dat zal niet snel gebeuren,’ zegt Marietje.

Ondemocratisch?
De Europese Unie heeft te kampen met een democratisch deficit, dat is een veelgehoord verwijt. Belangrijke beslissingen, zoals onlangs over een eventuele Grexit, worden genomen achter gesloten deuren. Of door de Europese Commissie, niet gekozen, maar benoemd en voorbereid door technocratische Brusselse ambtenaren.

Dat kan zo zijn, maar het wijst niet meteen op een tekort aan democratie, want ook al worden die beslissingen genomen in achterkamertjes, ze komen wel van nationale ministers middels de Raad van ministers of de Europese Raad, vaak met strikte opdrachten van hun nationale parlementen op zak. Die ministers zijn inderdaad benoemd, maar wel via de verkozen volksvertegenwoordigers. En het zijn de regeringsleiders die de Europese Commissie aanwijzen via de Europese Raad.

De democratie is dus indirect. Op zich niets nieuws: zo functioneert de Nederlandse Eerste Kamer ook. Bovendien is met het Verdrag van Lissabon in 2007 de positie van het Europees Parlement aanzienlijk verstevigd. Tot dan toe had het slechts een raadgevende rol, nu moeten veel besluiten ook door het parlement worden goedgekeurd. En die leden zijn rechtstreeks gekozen.

De klacht dat de EU niet al te democratisch is, komt ook voort uit de lage opkomst voor Europese verkiezingen. Die is in elk land lager dan voor nationale verkiezingen, met als dieptepunt Slowakije met een percentage van 13 procent. Bovendien zijn de issues tijdens de verkiezingen vaak nationaal, dienen die vaak vooral als populariteitsmeter van de nationale regering. Daar kan de EU niets aan doen, dat is eerder een zaak van die nationale overheden.

Thierry Baudet, een Nederlandse euroscepticus, betoogde dat democratie een demos , een volk, vereist. En die is er niet: er is geen volk, want dat vraagt een gedeelde taal en cultuur, zo stelt hij en dus is de EU niet democratisch. Het snijdt geen hout, lijkt me: de Europese cultuur is er zeker, als resultaat van eeuwenlange handel, oorlog, verhuizingen, uitwisselingen en reizen van schrijvers, componisten en schilders, bovendien joods-christelijk geworteld. Die gedeelde taal is er ook, dat is Engels.

‘Onzin, dat de EU niet democratisch zou zijn,’ zegt Xavier Bettel, toen nog burgemeester, inmiddels als premier van Luxemburg de EU voorzittend in de tweede helft van 2015, dus wellicht niet helemaal onbevooroordeeld, ‘de EU dat zijn wij, het zijn alle 28 landen, we hebben onze vertegenwoordigers daar’.

Ondemocratisch? De EU is wat mij betreft té democratisch: de structuur, de grootte en het besluitvormingsproces maken de unie praktisch onbestuurbaar. Maar op één punt zou je wel kunnen spreken van een democratisch deficit en een zo beruchte ‘kloof tussen burger en politiek’. Want dit zegt de Eurobarometer over de bekendheid van de Nederlander met de EU:

de meeste Nederlanders (97%) hebben weleens gehoord van het Europees Parlement. Dit is nog iets meer dan het Europees gemiddelde (92%), 91% van de Nederlanders is bekend met de Europese Commissie (ten opzichte van het Europees gemiddelde van 85%).

Van alle beroepscategorieën zijn studenten het minst bekend met de Europese Commissie (73%), zelfstandigen het best (100%), wat me vooral iets zegt over het niveau van de Nederlandse student.

53% van de Nederlanders heeft vertrouwen in het Europees Parlement en dat is meer dan Europees gemiddeld (42%). Studenten hebben wel weer het meeste vertrouwen in dit parlement (81%), waar maar 40 procent van de werkzoekenden vertrouwen heeft.

Zo’n zelfde verhouding geldt voor het vertrouwen in de Europese Commissie. Deze cijfers vallen nog mee. De Europese Centrale Bank is ook nog wel bekend, maar naar de bekendheid van de Europese Raad en de Raad van de Europese Unie is niet gevraagd – die zijn daarvoor waarschijnlijk te onbekend.

Dan de werkwijze van de EU. Liefst 52% van de Europeanen zegt te weten hoe de EU werkt, wat ik onverklaarbaar hoog vind. Want weet jij van de precieze verhouding tussen de Europese Commissie en de Europese Raad? Of, nog moeilijker, weet jij het verschil tussen de Europese Raad en de Raad van Europa? En de Raad van de Europese Unie? Brussel is gewoon onnodig ingewikkeld,* en al die slecht gekozen namen dragen niet bepaald bij aan een beter begrip.

Dus, samenvattend, zijn de vooroordelen grotendeels niet terecht.

De verhalen over de regeltjes veelal broodjes aap, niet te wijten aan bedilzucht, maar het resultaat van protesterende bedrijven of van het initiatief van een industrie. Het ambtenarenapparaat is relatief slank, maar redelijk vet betaald. Die ambtenaren zijn wel goed, wat dan weer niet geldt voor alle politici. En ondemocratisch zou ik Brussel ook niet noemen. Hoe komt het dan toch dat het beeld van de Europese Unie zo slecht is?

Uit: Dit is Europa, volgens zijn kappers, dokters, politieagenten, sekswerkers en andere deskundigen (€22,50, Maven Publishing, ISBN 9789491845796)

Uitnodiging debat: Brusselse broodjes aap
Op maandag 7 maart wordt in het Huis van Europa gedebatteerd over de (on)mogelijkheden van Europese communicatie, naar aanleiding van het verschijnen van het boek. Waarom communiceert Nederland over de EU zoals het doet? Waarom zijn we niet trotser op het Nederlands voorzitterschap en wíllen we wel deelnemen aan de campagne rond het Oekraïne-referendum? Zou het ook beter kunnen? En welke rol spelen de Nederlandse media hierin? 

Mark Schalekamp zal onder andere in gesprek gaan met Tony Agotha (Buitenlandse Zaken), Michiel van Hulten (Stem voor Nederland) en Euroscepticus Chris Aalberts (The Post Online).

Locatie: Huis van Europa, Korte Vijverberg 5/6, 2513 AB Den Haag
Start: 16:00 uur
Toegang: Gratis, maar aanmelden is verplicht en bij binnenkomst moet je je paspoort paraat hebben
Aanmelden kan door een mail te sturen naar lydia@mavenpublishing.nl


Laatste publicatie van Mark Schalekamp

  • Dit is Europa

    Volgens zijn kappers, dokters, politieagenten, sekswerkers en andere deskundigen

    maart 2016


Geef een reactie

Laatste reacties (17)