2.827
3

Wetenschapsonderzoeker

Dr. Victor Toom is wetenschapsonderzoeker en auteur van het boek Dragers van Waarheid. Twintig jaar forensisch DNA-onderzoek in Nederland (Kluwer, 2011). Hij heeft veel gepubliceerd in zowel sociaal-wetenschappelijke als forensische tijdschriften over de ethische, juridische en sociale implicaties van forensisch DNA-onderzoek. Zijn huidige onderzoek gaat over het identificeren van de slachtoffers van de Srebrenica genocide. Een overzicht van zijn werk en publicaties staat hier: http://uni-frankfurt.academia.edu/VictorToom

DNA- verwantschapsonderzoek in alle onopgeloste misdrijven?

Niet doen!

Eindelijk! Na meer dan 13 jaar lijkt de moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra opgelost te zijn. Daarmee is een voorlopig einde gekomen aan één van Nederlands meest geruchtmakende opsporingsonderzoeken ooit. Een terecht en gemeend compliment voor politie, justitie, Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Friese bevolking. Maar het succes in deze zaak noopt tot een verdere bevraging van het uitgevoerde DNA-verwantschapsonderzoek.

Het opsporingsonderzoek naar de moordenaar van Marianne Vaatstra leek een beetje in de vergetelheid te raken. Totdat in mei van dit jaar bekend werd gemaakt dat Marianne en haar moordenaar elkaar waarschijnlijk kenden, dat de moordenaar vermoedelijk woonachtig was in de buurt van het plaats delict en dat forensisch onderzoek opnieuw uitwees dat het DNA van de moordenaar vaak voorkomt in Noordwest Europa. De recente berichtgevingen over het opsporingsonderzoek, inclusief de uitzending mei j.l. van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever, zijn niet geheel toevallig.

Op 1 april van dit jaar trad de Wet DNA-verwantschapsonderzoek in werking. Deze wet maakt het mogelijk te zoeken naar onvolledige matches tussen DNA-profielen. Iets anders gezegd: er mag nu gezocht worden naar vergelijkbare, maar niet identieke DNA-profielen (een near match). Het NFI is in april direct aan de slag gegaan met het DNA-profiel van de moordenaar van Marianne. Het leverde geen near match op; eigenlijk is de Nederlandse DNA-databank, waarin minder dan 1% van de Nederlandse bevolking is opgeslagen, te klein voor DNA-verwantschapsonderzoek. Het Openbaar Ministerie (OM) in Leeuwarden besloot vervolgens een DNA-verwantschapsonderzoek te starten naar model van een medisch bevolkingsonderzoek.

In september ontvingen 8080 mannen woonachtig in een straal van vijf kilometer rondom het plaats delict een uitnodiging om deel te nemen aan het DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek, 89% is komen opdagen, aldus het OM. Dat betekent dat bijna 900 mannen zich niet hebben gemeld voor DNA-afname – verondersteld werd dat de moordenaar in deze groep van weigeraars zou zitten. Maandagochtend bleek dat dus niet het geval te zijn.

Het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra lijkt zich perfect te lenen voor het georganiseerde DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek: het betreft een van de ernstigst denkbare misdrijven met zeer veel maatschappelijke onrust. Bovendien bleek het DNA-profiel van de moordenaar een bijzonder kenmerk te hebben wat de kans op succes zonder al teveel ‘bijvangst’ (onterecht aangewezen families) vergroot. Maar wellicht de belangrijkste reden voor succes in deze zaak is de locatie van het misdrijf: een dunbevolkt stukje Nederland (dus relatief weinig potentiële verdachten) met gemeenschapszin.

Op internet kopte De Telegraaf maandagochtend al dat Peter R. de Vries de DNA-match in deze zaak goede ‘reclame’ vindt voor dit type onderzoek. Daarmee wordt gesuggereerd dat het vaker moet worden toegepast in onopgeloste, zware en schokkende misdrijven. En dat is misschien een goede ontwikkeling, maar zeker niet vanzelfsprekend ‘goed’.

Op dit ogenblik wordt in een aantal cold cases overwogen of DNA-verwantschapsonderzoek zal worden ingezet. In een geruchtmakende zaak, de ‘Utrechtse serieverkrachter’, bevraagt het NFI de DNA-databank al voor near matches. Als dit onderzoek niet tot resultaten leidt, dan overweegt de Utrechtse hoofdofficier van Justitie te starten met een DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek.

Ernstig misdrijf: ja. Geschokte maatschappij: zeker. Maar een kans op een succesvol resultaat?

In een straal van vijf kilometer om het gebied waar de serie-verkrachter actief was, liggen gemeenten als Houten, Bunnik, Zeist, De Bilt, Bilthoven, een groot gedeelte van Utrecht en de Universiteit Utrecht. In potentie zou het onderzoek zich dus richten op enkele honderdduizenden mannen en hun familie. De ervaring in Friesland leert dat ongeveer 10 procent niet komt opdagen na een oproep. In een stedelijk gebied met doorgaans weinig gemeenschapszin zou het zomaar kunnen dat een veel hoger percentage niet komt opdagen. Er kunnen dus duizenden of zelfs tienduizenden mannen geen DNA afstaan in een eventueel DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek in Utrecht.

Het nieuws van deze week zal er zeker toe leiden dat DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek omarmd zal worden. En ook de politiek beweegt, al jaren. Zo lieten VVD, CDA en PVV vorig jaar nog weten voorstander te zijn van het verplicht stellen van deelname aan grootschalig DNA-onderzoek. Het is in deze context wachten op een voorstel van het tough-on-crime duo Opstelten en Teeven om dat mogelijk te maken.
Willen zij daadwerkelijk dat al die duizenden burgers worden verplicht aan te tonen dat zij onschuldig zijn? En wat doe je met de weigeraars, ga je die oppakken, arresteren? Geen goed idee dus. Je hebt dan wellicht niks te verbergen, feit is wel dat met dit nieuwe type DNA-onderzoek iedereen als ‘niet-verdachte’ in het vizier van justitie terecht kan komen.

Het DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek moet daarom gereserveerd blijven voor een zeer specifieke soort van onopgeloste misdrijven: de ernstige en schokkendste zaken, waarbij zeldzame DNA-kenmerken zijn aangetroffen, en waarvan het zeer aannemelijk is dat de onbekende verdachte woont in een dunbevolkt gebied met lage mobiliteit.

Als deze criteria worden toegepast op de Utrechtse serieverkrachter, dan kan er helaas geen DNA-verwantschapsbevolkingsonderzoek worden georganiseerd. Dat is een wrange vaststelling voor de slachtoffers en andere betrokkenen. Maar er wonen simpelweg teveel mensen in de regio, en gegeven de anonimiteit die eigen is aan steden zal de betrokkenheid zeer waarschijnlijk laag zijn.

Dit artikel verscheen op 20 november in bewerkte vorm in NRC Handelsblad

Lees ook: Chris Klomp: DNA is niet heilig

Geef een reactie

Laatste reacties (3)