Laatste update 19:35
3.785
33

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Docenten moeten voortaan weigeren hun tijd te verdoen aan onzin

De huidige problemen worden niet veroorzaakt door de docenten, ze zijn het gevolg van een kleine vijfendertig jaar onderwijsbeleid

Woensdag publiceerde Pascal Cuijpers een gedreven maar ook wanhopig stuk over de verantwoordelijkheid van docenten om zelf opvolgers te zoeken, nu de al lang voorspelde vergrijzing met daverende kracht toeslaat. Het probleem: leraar is geen gewild beroep meer. Hoe is dat zo gekomen?

In 1961 betrad ik voor het eerst een beetje schroomvallig het Sint Franciscuscollege aan de Beukelsdijk in Rotterdam vlak bij de grote villa, die later bekendheid zou krijgen als het paleis van Pim Fortuyn. Het was een patersschool waar Franciscanen de dienst uitmaakten en de katholiciteit bewaakten. Toch droegen maar zeven docenten een pij. Voor het overige bestond het het docentenkorps uit leken die in zeer grote meerderheid een universitaire opleiding hadden afgerond. Er waren ook een paar leraren zónder academische achtergrond maar die hadden dan een Mo B diploma, dat hen de bevoegdheid gaf om in de bovenbouw van onze school te doceren. Zij hadden dat doel bereikt na jaren moeizame studie in de avonduren. Wat zwaarte en kwaliteit betreft stonden de MO-opleidingen nauwelijks bij vergelijkbare universitaire curricula ten achter. Het hele systeem is uit de lucht gehaald, toen in de jaren tachtig lerarenopleidingen werden ingericht voor zogenaamde tweedegraadsdocenten.

Zeer gerespecteerd beroep
Het leraarschap op een gymnasium of HBS was een zeer gerespecteerd beroep. Het werd goed betaald. Je behoorde bij de notabelen en je maakte qualitate qua deel uit van de intelligentsia. In de klas genoten ze grote vrijheid om hun lessen in te richten naar hun eigen smaak. Dit geschiedde met wisselend succes. Je had altijd wel een paar leraren die ‘geen orde konden houden’ maar de meesten lukte dit uitstekend en dat kwam omdat ze hun eigen didactische aanpak konden kiezen. De een excelleerde in daverende verhalen die hun leerlingen nog decennia bijbleven, de ander liet je vooral proeven doen om zelf de wetten en de wonderen van de natuur bloot te leggen, een derde was berucht om zijn dril- en stampwerk maar dat bleef dan wel hangen.

Het aantal academici zal in die tijd hooguit tien procent van de bevolking hebben hebben uitgemaakt. Toch kostte het de middelbare scholen geen moeite doctorandussen en ingenieurs aan te trekken ondanks het feit dat er toen nog absoluut geen sprake was van een massaal hoger onderwijs zoals tegenwoordig.

Enorme salarisverlaging
Daar heeft Wim Deetman, minister van onderwijs in het eerste kabinet Lubbers een einde aan gemaakt. Hij bracht de Herstructurering Onderwijs Salarisstructuur tot stand, afgekort HOS. Hij had namelijk een enorme bezuinigingsopdracht gekregen en deze maatregel leidde tot een enorme salarisverlaging in het hele onderwijs. Uiteraard behielden de zittende docenten hun oude rechten maar wie sinds 1985 voor het onderwijs heeft gekozen, is de klos. Zij staan bekend als de nahossers.

Dat heeft negatieve gevolgen gehad voor de status van het lerarenberoep. Het kreeg in de ogen van velen de reputatie van een slecht betaalde functie, die je alleen maar accepteerde als je een hopeloze idealist was of in het echte leven had gefaald. Academici begonnen het leraarschap te mijden tenzij ze geen alternatief hadden.

Als ik op de tram sta te wachten zie ik aan de andere kant van de vijver een lyceum dat dit jaar zijn 150-jarig bestaan viert. De school telt 62 docenten van wie er veertien academisch gevormd zijn. De rest niet. Zijn zelfstandigheid heeft dit lyceum al lang verloren. Het staat met een aantal andere instellingen onder het gezag van een bestuur dat een stad verder kantoor houdt. Op dat kantoor werken dertien personen. Aan het lyceum zelf overigens zijn vijftien personen verbonden die niet voor de klas staan maar iets anders doen.

Lerarenagenda
In de jaren zeventig van de vorige eeuw heb ik nog een paar jaar een deeltijdbaantje gehad op de HAVO-top van een Pedagogische Academie. “Han,” zei de directeur bij mijn aantreden. “Als je met een meisje alleen spreekt, zorg dan dat de deur van het lokaal wijd open staat, want het is haar woord tegen het jouwe en jou zullen ze niet geloven. Nog beter: maak zulke afspraken in de docentenkamer. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd”. Het waren naïeve tijden, de directeur dacht er niet aan dat je misschien ook bij mannen onder elkaar de deur van het lokaal beter wijd open kon laten staan. Maar het was een niet mis te verstane waarschuwing. Daarna kreeg ik een lerarenagenda die ruimschoots voldoende was om mijn administratie bij te houden.

De docenten van nu zijn gebonden aan allerlei procedures, protocollen en richtlijnen die zij nauwkeurig moeten opvolgen. Daar hoort een zware administratieve last bij. Het afwijken van vastgelegde patronen wordt daardoor sterk ontmoedigd. Bestuur en inspectie controleren vooral daarop. De leraar van nu is een gewantrouwd persoon geworden, die zich continu moet verantwoorden.

Onderaan de ladder
Uiteraard is dat fnuikend voor de status van het beroep. Je staat ergens onderaan de hiërarchische ladder. Geen wonder dat assertieve ouders van hun kant ook een duit in het zakje doen en met de vuist op tafel slaan als de genialiteit van hun zoon of dochter onvoldoende wordt erkend. Het is dan nog maar de vraag of bij zulke conflicten directie en bestuur vierkant achter je gaan staan. De bekostiging van de school hangt samen met het aantal leerlingen. Als ouders gaan shoppen, dan kost dat geld.

Daar blijft het niet bij. Je loopt ook nog eens risico te worden aangebracht bij het meldpunt dat de politieke ondernemers Baudet en Cliteur in het leven hebben geroepen om het middelbaar onderwijs van linkse smetten vrij te maken. Zij verspreiden trouwens consequent de leugen dat de gemiddelde docent van tegenwoordig een propagandist is die de westerse waarden ondermijnt. Of je wordt ervan beschuldigd, zoals die ene onderwijsassistent overkwam, dat je je laatdunkend hebt uitgelaten over de huwelijkspraktijken van de profeet, waarna je door je eigen directie naar huis wordt gestuurd, zogenaamd voor een afkoelingsperiode. Ook dat is niet bepaald een bijdrage aan de status of de aantrekkelijkheid van het leraarschap. Je wordt neergezet als een creep.

In het licht van deze feiten is het niet verwonderlijk dat in de wereld van het onderwijs een veenbrand van ontevredenheid woedt, die soms aan de oppervlakte komt. Dan leggen de docenten een dag het werk neer. Dan komen ze met tienduizenden naar het Malieveld. Veel zoden zet dat niet aan de dijk. Als ze op het Malieveld staan, dan staan ze daar goed, is de algemene houding van de politiek. Zij zijn niet onder de indruk van een demonstratie of een staking van een dag. Als de commotie voorbij is, gaat alles op de oude voet verder. Als de docenten hun staatjes maar invullen, is alles goed. Ondertussen betrek je de ontevredenen bij eindeloos overleg waarin je als bestuurder de voorstellen van je gesprekspartners neutraliseert door het betere de vijand te laten zijn van het goede. Zo blijft een idee eindeloos op tafel liggen in plaats van zijn weg te vinden naar de praktijk.

Het wordt tijd dat zij eens ophouden met al die optochten en weigeren hun tijd te verdoen aan onzin. Als alle docenten de procedures en protocollen terzijde leggen om les te geven zoals hun hart en hun persoonlijke didactische talenten dat ingeven, is al een eerste stap gezet. Als een lerarenkorps dat massaal doet en volhoudt, kan geen bestuur of inspectie iets beginnen. Ook is het van grote betekenis de verantwoordelijkheden daar te leggen waar ze zijn. De huidige problemen worden niet veroorzaakt door de docenten. Zij zijn het gevolg van een kleine vijfendertig jaar onderwijsbeleid. De verantwoordelijken voor de huidige problemen zijn de Haagse politiek en de besturen van al die onderwijsmolochs, ooit gevormd vanwege die mythische ‘schaalvoordelen’. Help ze niet met lapmiddelen van eigen makelij tijdelijk uit de brand. De crisis in het onderwijs is niet van de docenten maar van de politiek en de bestuurders. Zij zijn de probleemeigenaar. Niemand anders.

Vrijheid
Om de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep te vergroten moet aan twee voorwaarden worden voldaan: een behoorlijke beloning en vrijheid van de docenten in de klas om de lessen naar hun eigen beste inzicht te kunnen inrichten. Het gaat om het halen van de leerdoelen, niet om de weg daarheen. Begin zelf het onderwijs zo in te richten. Doe dat openlijk en wees solidair. Laat je geen verantwoordelijkheden aan praten die niet bij jou horen. Wijk niet voor dreigementen.
En anders blijft het bij pappen en nathouden. Dan zal leraar nooit een gewild beroep meer worden maar een tijdelijke ankerplaats voor wie op zoek is naar iets beters. En voor de rest: if you pay peanuts, you get monkeys.

Cc-foto: Skitterphoto


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (33)