3.455
53

Journalist

Brenda Stoter is geboren en getogen in Rotterdam. Sinds 2010 is ze als freelancer werkzaam in de journalistiek en schrijft ze voornamelijk voor het AD, stichtingen en bedrijven. Eerder schreef ze artikelen voor de Elsevier, Roest, HP/De Tijd, stichting Music Matters en werkte ze mee aan het Hoofdboek. Ze is gespecialiseerd in de multiculturele samenleving, jongerencultuur, Rotterdam, Egypte en Rwanda.

Doe mij maar een hoofddoek

Een tipje van de sluier

Ik hou van hoofddoeken, echt. Mijn liefde voor het gesluierde gaat zelfs zo diep dat ik er best één zou willen dragen. Zo’n mooie met een stukje kant eronder, of met een bloem aan de zijkant of een simpele witte die mijn donkere ogen beter doet uitkomen. Als ik een Marokkaanse dame met een sierlijke hoofddoek voorbij zie lopen, denk ik vaak Wow, wat ben je mooi. Uit het onderzoek van Motivaction blijkt dat de hoofddoek allang geen ‘kopvod’ meer is, hij wordt steeds modieuzer. Helaas stuit de hoofddoek nog steeds op weerstand. Niet iedereen deelt mijn mening. Vooral Nederlanders vinden dat de hoofddoek in bepaalde beroepen echt niet kan.

Blauwe hoofddoekjes, kanten hoofddoekjes en hoofddoeken met een print. Soms met een extra vulling of een tierelantijntje aan de zijkant. Echt, ik vind het prachtig. Als klein meisje zat ik in een klas waar steeds meer meisjes een hoofddoek gingen dragen. Op mijn 10de stond ik op een ochtend op en besloot ik voor de spiegel te experimenteren. Met een hoofddoekje op liep ik trots naar beneden, waar mijn moeder me verbaasd aankeek. Of ik zo echt naar school wou gaan, was haar vraag. Toen ik haar uitlegde dat mijn vriendinnetjes er ook eentje droegen, lachte ze. “Brenda, die meisjes hebben er eentje op omdat ze moslim zijn, niet omdat het mode is. Jij bent toch geen moslim?” Nee, dat was ik niet. Enigszins teleurgesteld deed ik een petje op.

Mijn moeder begreep het allemaal prima. In de jaren ’90 wist zij al dat een hoofddoek niets met mode of onderdrukking, maar alles met identiteit en geloof te maken heeft. Precies zoals nu, jaren later, door Motivaction is vastgesteld. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van het Hoofdboek, een boek dat Nederland een kijkje in de wereld van de hoofddoek geeft. Toch wordt de hoofddoek steeds modieuzer. Op de eerste plaats is het een onderdeel van je identiteit, maar dat betekent niet dat je erbij moet lopen als een modeflater. De hoofddoek mag best mooi, hip en kleurrijk zijn. En dat is het ook vaak.

Een hoofddoek zegt niets over je kwaliteiten. De negatieve reacties zeggen wel iets over de onwetendheid van veel Nederlanders.

Mensen die de hoofddoek er niet uit vinden zien of onacceptabel vinden, begrijp ik niet. Heb je wel eens goed naar die meiden gekeken, denk ik dan, die zien er beter uit dan jij. Bovendien, wat valt er niet te accepteren aan een stukje stof? Uit het onderzoek blijkt dat de hoofddoek in veel beroepen als not done wordt gezien. Volgens veel Nederlanders is de hoofddoek alleen acceptabel in beroepen zoals caissière, schoonmaakster en radiopresentatrice. Het laatste omdat ze dan toch niet te zien is. Alsof je met een hoofddoek op geen respectabel beroep kan uitoefenen. Dat slaat nergens op. Die vrouwen spreken net zo goed Nederlands als jij en ik, studeren en hebben net zoveel passie en carrièredrang als ieder ander mens. Een hoofddoek zegt niets over je intelligentie of kwaliteiten. Een hoofddoek is niet beter of niet minder. De hoofddoek is een hoofddoek, klaar. De negatieve reacties daarentegen zeggen wel iets over de onwetendheid van veel Nederlanders.

Enfin. Omdat ik zelf heb meegewerkt aan het Hoofdboek, besloot ik laatst de proef op de som te nemen en er zelf eentje op te doen. Modieus als dat ik ben, bestond de onderlaag uit een okergele doek en de bovenlaag uit een mosgroene stof. Met mijn hakjes, trenchcoat en hoofddoek op deed ik een rondje stad. De reacties waren uiteenlopend. In sommige winkels werd ik asociaal behandeld of juist extra vriendelijk ter woord gestaan. Meerdere malen werd er luid tegen mij gesproken, alsof een hoofddoek doof maakt. Ik zal er verder niet over uitweiden, want dan heb ik in het artikel al gedaan, maar dat de reacties anders waren, was duidelijk.

Dat is toch geen gezicht, zo’n doekie achter de kassa van de Etos,’’ zei een man die ik moest interviewen laatst.

Dit was niet de eerste keer dat ik een hoofddoek droeg. Afgezien van die jeugdelijke opwelling, droeg ik ook een hoofddoek wanneer ik naar een islamitische bruiloft in de moskee ging. Ik heb daar geen enkel probleem mee. In de moskee dien je bedekt te zijn, prima. Ik pas me dan aan. Toch merkte ik dat wanneer ik na dit bezoekje over straat liep, mensen me raar aankeken in het dorpje waar ik naartoe moest. Je zou toch denken dat Nederlanders er inmiddels wel aan gewend zijn, maar helaas. Dat gaat niet altijd op. Ik ken ze ook persoonlijk, de mensen die de hoofddoek onacceptabel vinden. “Dat is toch geen gezicht, zo’n doekie achter de kassa van de Etos”, zei een man die ik moest interviewen laatst. Toen ik hem vroeg waarom hij het zo lelijk vond, had hij daar geen antwoord op. “Het is on-Nederlands”, zei hij kortaf. Ik ging er niet op in. Die discussie zou te lang duren en bovendien weinig nut hebben.

En nu ligt het Hoofdboek in de winkels. Het vrolijke boek bevat een verzameling van interviews, foto’s en onderzoeksresultaten over de hoofddoek. Tipjes van de sluier, zoals ik ze zelf graag noem. Een aanrader voor iedere hoofddoekdraagster, maar vooral een aanrader voor ieder onwetend persoon die zichzelf  op een vooroordeel betrapt. In het boek wordt korte metten gemaakt met de vooroordelen. Eindelijk.

Dit artikel heb ik geschreven naar aanleiding van het Hoofdboek, een boek over de hoofddoek. Als schrijver was ik betrokken bij de totstandkoming van het boek. In het Hoofdboek staat een artikel van mij. Hierin bespreek ik de onderzoeksresultaten.

Geef een reactie

Laatste reacties (53)