769
0

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Doe normaal joh!

Meten is weten, maar de argumenten voor menselijk handelen kun je niet in kaart brengen met tellen

Patiënten worden in toenemende mate uitgenodigd zich te bemoeien met onderzoek naar ziekte en gezondheid. Er zijn ook steeds meer mondige patiënten die op krachtige wijze eisen dat onderzoek meer met hun belangen rekening moet houden. Waarom is dat?

Beslissingen op maatschappelijk niveau die het belang van het individu overstijgen moet gebaseerd zijn op wat we echt zeker weten. Alleen: wat is ‘zeker’? En welke manier om de waarheid te beschrijven is de meest betrouwbare? De strijd over wat de waarheid is wordt gevoerd via de wetenschap. Ik vind ook dat wetenschap de meest democratische manier is om vast te stellen wat de waarheid is. Loopt de band van je fiets steeds leeg? Dan ga je het plakkertje er niet op doen op basis van waar je voelt dat het lek zit, niet op basis van waar je gelooft dat het gaatje zit en je gaat niet naar een magiër die magische gaven heeft, in een glazen bol kijkt en je dan vertelt waar het plakkertje moet. Nee, je neemt een bak water, pompt de band op en houdt die onder het water om te zien waar de luchtbelletjes omhoog komen. Dat is wetenschappelijk denken.

In de populistische campagne om te zorgen dat wetenschap populair werd is men de slogan ‘Meten is Weten’ gaan gebruiken. Maar dan moet er een instrument bestaan waarmee je effectief kunt meten wat je wilt weten, er moet overeenstemming zijn over het belang van de maat ten opzichte van het fenomeen dat je wilt bestuderen. Als je wilt weten waarom de irrationele mensen die we nu eenmaal zijn iets doen, kun je meten tot je een ons weegt, maar de argumenten voor menselijk handelen kun je niet in kaart brengen met tellen. Je moet ze begrijpen en voor begrip gebruik je andere methoden voor dat een meetlat of maatbeker.

Het belangrijkste probleem is echter dat ieder mens, ook al ben je wetenschapper, zo zijn eigen idee heeft over wat normaal is. Mijn idee van wat normaal is, is het echte normaal. Het is begrijpelijk, want als we er niet van uit kunnen gaan dat normaal normaal is, dan hebben onze hersenen geen vast kader meer. Belangrijkste vraag voor je iets wilt onderzoeken is dus wat is normaal. Is normaal ‘wat gebruikelijk is’? Is normaal ‘wat we verwachten’? Is normaal ‘wat mogelijk is’? Is normaal ‘wat volgens ons niet afwijkt’?

Alleen al daarom is het belangrijk om, voor je iets gaat onderzoeken, op democratische wijze te hebben vastgesteld wat normaal is, zodat wat we de uitkomsten van onderzoeken kunnen duiden in de zin waarin de uitkomst afwijkt van wat we normaal vinden, maar vooral waarom we dat normaal vinden. En we zullen moeten leven met het feit dat het per bevolkingsgroep kan verschillen. Daarom moet die discussie worden bevorderd en daarom moeten de mensen voor wie het onderzoek belangrijk is, betrokken worden bij het onderzoek. Dus patiënten moeten meediscussiëren over wat voor onderzoek gedaan moet worden, welke vragen er gesteld moeten worden en hoe de uitkomsten geduid moeten worden en tot welk beleid dat moet leiden. Je moet dat niet allemaal in één hand leggen: dat van de wetenschapper die onderzoek bedenkt, de methode bepaalt, de resultaten formuleert en ook nog de resultaten van betekenis voorziet.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Ivan schrijft voor Joop elke dag een Gezond Weetje van de Dag: 
klik hier voor een overzicht


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (0)