2.013
101

Ondernemer/ Publicist

Michael Blok is geboren in 1970 in de regio Den Haag. Hij woont sinds 1988 in Amsterdam, met tussenpozen in Londen en Parijs. Hij studeerde economie en bedrijfskunde, en begon zijn carrière als zakenbankier bij Morgan Stanley. Later was hij strategieconsultant bij McKinsey, en in 2004 richtte hij met 3 collega's The Anders & Winst Company op, een adviesbureau op het gebied van duurzaam en strategisch zakendoen. Van 2007 t/m 2010 was hij voorzitter van GroenLinks in Amsterdam-Oost. Sinds begin 2011 is hij actief binnen het Platform Stop Racisme en Uitsluiting en publiceert hij regelmatig over het minderhedenonvriendelijke klimaat in Nederland.

Don Bosco wint, integratie verliest

Het Hof beloont hypergeïntegreerde moslims met uitsluiting

Gisteren deed de rechter uitspraak in de zaak die een Volendamse meisje had aangespannen tegen het Don Bosco College. Het schoolbestuur verbiedt haar een hoofddoekje te dragen op school, en de rechter steunt dat beleid nu definitief. Het meisje zal moeten kiezen tussen haar school en haar levensovertuiging. Als de rechter het recht al juist heeft toegepast, dan moet het recht veranderd worden. Want deze uitspraak zet het hek open voor nog veel meer onnodige persoonlijke migrantendrama’s en flauwe discriminerende maatregelen. Dingen waarvan we er dankzij Rutte en Wilders al genoeg hebben in Nederland.

Het oordeel van het hof komt er op neer dat een religieuze school heel veel ruimte heeft om zelf te bepalen wat nodig is om haar identiteit vorm te geven. Een school mag dus in principe vrij regels opstellen om haar identiteit te beschermen, ook als die de grondrechten van leerlingen kunnen aantasten. De hoofdtoets voor de rechter is of de school die regels consequent toepast. Het Hof heeft in deze zaak besloten dat het schoolbestuur met haar hoofddoekverbod een algemeen geldende regel heeft die consequent wordt toegepast. Die regel is daarmee wettig, en het meisje moet nu kiezen tussen haar hoofddoek en haar school.

De rechters laten daarbij een aantal belangrijke feiten links liggen. De rechter zegt dat een davidster (die wel op de school mag worden gedragen) niet noodzakelijk een uiting is van een niet-katholiek geloof, en een hoofddoek wel. Op de andere school die valt onder dit schoolbestuur zijn hoofddoeken wel toegestaan, wat op zijn minst de indruk van inconsequentie wekt. En tot kort geleden mochten leerlingen wel een hoofddoekje dragen op de school. Ook is het zeer de vraag of de school echt de identiteit wil beschermen, want de school is in de praktijk niet te onderscheiden van een openbare school. Het verbieden van een hoofddoek omdat die niet katholiek zou zijn, is onzin. De centrale figuur van het katholicisme, Maria, wordt altijd afgebeeld met hoofddoek. En de meeste katholieke vrouwen gaan met een hoofddoek naar de kerk. Door het dragen van een hoofddoek neem je dus bepaald geen afstand van het katholieke geloof.

Maar de onafhankelijke rechterlijke macht verdient respect, dus moeten we proberen te geloven dat de uitspraak van de rechter het recht juist heeft toegepast. De volgende vraag is dan of dat recht goed genoeg is.

Want het heeft hier rare gevolgen, en van een redelijke belangenafweging lijkt hier geen sprake. De leerlingen van de school hebben (blijkt uit interviews) geen moeite met hoofddoekjes, en zoals gezegd is er geen enkele bedreiging voor de identiteit van de school. De school heeft dus niets te winnen bij een verbod, maar bepaalde leerlingen wel veel te verliezen. Het Don Bosco is de enige middelbare school in Volendam. Het meisje moet dus een onmogelijke keuze maken tussen haar vrienden en vertrouwde omgeving en haar principes en identiteit. Dat de school zich zo opstelt is harteloos, maar dat het recht eraan meewerkt is gewoon niet goed genoeg.

Maar misschien nog wel erger is het signaal dat deze uitspraak stuurt naar immigranten. De vader van het meisje heeft zich door hard werken een plaats veroverd in de maatschappij in een dorp dat een gastvrije reputatie heeft voor toeristen, maar niet voor vreemdelingen die er komen wonen. Tijdens de door uw dienaar bijgewoonde zitting bleek dat deze man zijn dochters sterk stimuleert om de best mogelijke opleiding te krijgen, en daarom koos hij voor de lokale katholieke school. Een van die dochters besluit een hoofddoek te gaan dragen, zonder enige druk van buitenaf. Dit is dus een hypergeïntegreerde familie die aan de hoogste integratieeisen voldoet die politici zouden kunnen verzinnen. En nu beloont onze maatschappij deze mensen door ze uit de dorpsschool te weren, en zo de impliciete boodschap uit te sturen dat ze er nooit bij zullen horen tot het laatste beetje eigen identiteit is opgegeven.

Als de wetgeving rond religieuze scholen dergelijke misstanden tot gevolg heeft, is het dus tijd die eens kritisch tegen het licht te houden. Misschien is het redelijk dat kleding die niet expliciet afstand neemt van de religieuze grondslag van de school niet meer verboden mag worden, tenzij om andere redenen zoals hygiëne of veiligheid. Misschien moet explicieter worden gesteld in de wet dat het recht op onderwijs en het recht op vrije meningsuiting minstens even zwaar wegen als de vrijheid van onderwijs. En als de financieel gelijke behandeling van openbare en religieuze scholen betekent dat belastinggeld wordt gebruikt voor discriminerend beleid, is het misschien ook tijd om dat ter discussie te stellen.

Geef een reactie

Laatste reacties (101)