1.535
10

Journalist / Programmamaker

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is redacteur bij Joop. Hasna schreef in het verleden columns voor o.a. e-zine Spunk, NRC.next en Trouw.

Donor zijn, je voelt er niets van

Als jouw big boss boos wordt omdat je onbaatzuchtig je medemens wil helpen, dan zou ik snel de catalogus doornemen en een andere big boss uitzoeken

Het is weer zover: het is donorweek. Ieder jaar worden we er met behulp van legio BN-ers op gewezen dat het onze burgerplicht is om een donorcodicil in te vullen. Het liefst natuurlijk een ‘ja! Ik ben donor, pluk me maar kaal na mijn dood’, maar een ‘nee, doe maar niet’ is ook goed. Zolang we maar een keuze maken zodat na ons overlijden de dokters snel weten wat te doen.

Al jaren voer ik thuis de discussie over of donorschap volgens de islam is toegestaan, of niet. In Marokko werd hier niet over gesproken en ook in Nederland werd het onderwerp stilzwijgend genegeerd. Als je er niet over praat, dan is het er niet. Dat idee. Bovendien wordt een overleden persoon in mijn moederland zo ontzettend snel begraven dat het lichaam waarschijnlijk al lang en breed onder de grond ligt, voordat je überhaupt het woord ‘donor’ kunt zeggen. Maar met kinderen die opgroeien in een land waar de discussie over donorschap hevig woedt, konden mijn ouders er uiteindelijk niet meer onderuit. De kwestie werd onderzocht, maar een eenduidig antwoord bleef uit. Niemand weet precies hoe het zit.

Toch besloot ik op negentienjarige leeftijd dat ik het wel best vond, gesteund door een imam die mij vertelde zelf ook een codicil te hebben. In een column op de jongerenwebsite Spunk schreef ik in 2005 “Allah krijgt mijn geest, maar mijn lichaam gaat naar de mensen die het echt nodig hebben”. Inmiddels heeft iedereen in mijn omgeving zich daar bij neergelegd en zijn mijn organen geen issue meer. Na mijn dood zijn ze van een ander.

Van mijn ouders verwachtte ik toen ik het onderwerp voor het eerst ter sprake bracht veel weerstand en die kreeg ik ook. We voerden discussies over het ‘voor wat hoort wat’-systeem en wat het zou betekenen als één van hun kinderen in een noodlottige situatie terecht zou komen en hierdoor geen recht zou hebben op een donor. En wat het voor de wereld zou betekenen als je wel een donororgaan mag krijgen, maar het niet mag geven – het bizarre credo waar mijn moeder heilig in gelooft – voor iedereen zou gelden. Dan zijn we snel uitgesproken.

Nu zal ik nooit pleiten voor een systeem waarbij iemand die een ‘ja’ heeft aangekruist op zijn of haar codicil voorrang krijgt op iemand die een ‘nee’ heeft aangekruist. Simpelweg omdat ik vind dat iedereen evenveel recht op (over-)leven heeft. Wie je ook bent, wat je overtuiging ook is. De overtreffende trap van dit idee, dat het geven en nemen is en anders krijg je lekker helemaal niets, vind ik zo mogelijk nog luguberder. Het is gemeen en inhumaan om een hulpbehoevende niet te helpen en aan zijn lot over te laten. De dood dus.

Evenzo vind ik het dus gemeen en inhumaan dat niet-donoren hulpbehoevenden aan hun lot overlaten.

Soms zou ik mensen in mijn omgeving, die geen donor zijn of uit luiheid hun codicil niet hebben ingevuld, toch flink heen en weer willen schudden en tegen ze willen roepen dat ze niet zo egoïstisch moeten zijn. Donor zijn, je voelt er na je dood niets van. Wat weerhoudt je er nog van?

Als je nergens in gelooft is het pure egoïsme om niet het ja-hokje aan te kruisen. Waar ben je bang voor?

Als je in God, Allah, Jahweh of een ander Almachtig Opperwezen gelooft: als jouw big boss boos wordt omdat je onbaatzuchtig je medemens wil helpen, dan zou ik snel de catalogus doornemen en een andere big boss uitzoeken, want dat is natuurlijk onzin. Leef en laat leven.

Lees meer over orgaandonatie:
Karim Khaoiri: Donor? Mag ik er éven over nadenken?

Joost-Jan Kool: Kanttekening bij de donorweek

Guido Bik: Het orgaandonatiebeleid moet echt anders

Dit artikel staat ook op de website van Hasna El Maroudi

Geef een reactie

Laatste reacties (10)