2.307
53

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Doorbreek apartheid in Kunst & Cultuur

De politiek moet er toch eens voor zorgen dat immigranten en hun nageslacht als artiesten het cultuurpaleis binnenkomen én op dezelfde wijze het theater verlaten 

Ik heb zoveel Hollandse vrienden dat het mij onmogelijk is om continu in etnische scheidslijnen te kunnen denken. Maar ik ben ook te veel socioloog om het structurele uitsluitingmechanisme in onze samenleving over het hoofd te kunnen zien.

Na ruim vier decennia aanwezigheid van niet-westerse allochtonen in Nederland, zijn zij (beter gezegd, wij) opvallend afwezig in het middenkader binnen de instituties die bepalend zijn voor de identiteit van onze samenleving: het hoger en middelbaar onderwijs, de kunst en cultuur en het ontwikkelingssamenwerking.

Dé instituties die bij uitstek vormend zijn en bezielend zouden moeten uitdragen hoe een samenleving zichzelf ziet. Nog altijd communiceert Nederland naar zichzelf en naar de wereld alsof het een etnisch-cultureel homogene samenleving is, vanuit de instituties die van oudsher gezien worden als het bolwerk van de progressieve elite. Ik kom een ander keer terug op de ontwikkelingssamenwerking en het onderwijs alsook op het eurocentrisme van de Nederlandse schoolboeken. Nu eerst over de kunst en cultuur, waarin ik me het meest thuis voel en des te meer unheimisch wordt van de voortsukkelende blindheid van bestuurders en directeuren voor de schaamteloze etnische apartheid die ze in stand houden.

Toen ik tien jaar geleden als deelnemer of gastprogrammamaker van conferenties of festivals een van deze culturele paleizen in onze grote steden binnenkwam trof ik een autochtoon bolwerk – van de baliemedewerker, de curator of de programmamaker tot aan de directeur of artistiek leider. Maar ik sprak mezelf moed in: we zijn op de goede weg, want ik mag hier optreden.  

Nu de populatie van de immigrantenkinderen een nog groter aandeel, vooral in het jongere deel, van de bevolking vormen, zijn zij dus de toekomst van deze steden. Maar tien jaar later tref ik min of meer hetzelfde bolwerk in onze cultuurpaleizen. Sterker nog, zelfs de nieuwe cultuurpaleizen die ondertussen met wijkgelden opgezet zijn, bedoeld voor de emancipatie van wat euforisch de krachtwijken (van oud-minister Vogelaar) worden genoemd, gaan op de oude monotone koers van het etnocentrisch personeelsbeleid door.

Onlangs trad ik op in zo’n culturele wijkpaleis. Ruim 65 procent van de bevolking van dat stadsdeel is allochtoon, maar van de baliemedewerker, de koffiejuffrouw tot aan de medewerker cultuureducatie, pr-man, programmamaker en directeur: er is geen enkel allochtoon te bekennen. Behalve de vrijwilligers die gratis voor events worden ingezet, die komen uit de wijk en zijn allochtoon, en ja, ook de schoonmakers die ’s nachts of in de vroege ochtend onopvallend de boel mogen schoon maken.

Ik bespeurde bij medewerkers van dit cultuurpaleis – ingezetenen van deze blanke enclave, midden in een immigrantenwijk – geen gevoel van ongemak over deze toestand van apartheid. Tuurlijk, de programmering was kleurrijk en ze zijn vriendelijk, hoffelijk en attent voor hun allochtone gasten. Daarmee was ook alles gezegd. De immigranten en hun nageslacht zijn van harte welkom als gast, ofwel als bezoeker ofwel als artiest, in de Hollandse cultuurpaleizen. Maar aan het einde van de voorstelling vertrekken ze weer als gasten. Aan de vergader- en besluittafel de ochtend erna zitten de inheemsen weer onder elkaar. En dat in steden waar migranten een groot deel van de gemeenschap zijn gaan vormen en binnen een sector die het vooral moet hebben van gemeenschapsgelden.

Is dat allemaal opzettelijk en een brute afspiegeling van discriminatie? Neen, maar de uitkomst is er niet minder beroerd om. Als er een sector is dat overbevolkt wordt door progressief en kosmopolitisch georiënteerd Nederland, is het de kunst & cultuur sector wel. Maar hun feitelijke keuzes zijn zo provinciaals als de neten. De immigranten mogen exotisch wezen in de Hollandse paleizen, maar meebeslissen over de inkleuring van de culturele agenda van Nederland, gaat de hokjesgeest van de dames en heren een brug te ver. Er heerst wantrouwen tegenover de allochtonen die toch zo dapper zijn om zich te melden voor de midden en hogere functies in de kunstsector. Of ze binnen het team passen, dat is de dodelijke norm. Kunnen de teams zich wellicht anders opstellen?

Ik spreek weleens een enkele bestuurder die ik beter ken er op aan, binnen die sector. Zij geven het onmiddellijk toe en spreken schande uit. Hoe het zit met hun eigen organisatie? Wij zitten in het beleidsfase “een stukje bewustwording”, is vaak het antwoord. Dat houdt meestal in dat er een dure coach wordt ingehuurd om bij een hele dure jaarlijkse heidag of – weekend het belang van diversiteit te gaan ontvouwen. Die coaches zijn vaak blanke Hollanders en er is een kort optreden van een allochtone muzikant of verhalenverteller, als peper en zout erbij. Natuurlijk mogen de buitenlandse hapjes niet ontbreken.

Het is een langdurend en zich herhalende triest verhaal van stagnatie, dat niet zal veranderen zolang er geen druk van buiten is. Hier zijn de hardcore voorstanders van de multiculturele samenleving vaak aan het roer, maar bij hun keuzes voelen ze geen druk om hun woorden in daden om te zetten.

De nodige druk zou in dit geval een politieke moeten zijn omdat de sector eenmaal leunt op gemeenschapsgelden. Die druk gaat komen als de immigranten het niet meer pikken dat mede met hun belastingsgeleden de zwaar gesubsidieerde kunst & cultuursector een witte bastion blijft. Er komt dan een tijd dat zij niet alleen gast zijn, maar ook als gastheer het publiek welkom mogen heten.



Shervin Nekuee is socioloog, schrijver en debatprogrammamaker


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (53)