16.803
123

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Drie lessen die we kunnen trekken uit de Turkijerel

"Goed dat Nederland in de diplomatieke rel met Turkije de rug recht houdt, dit zouden we wel vaker mogen doen"

De recente diplomatieke crisis tussen Nederland en Turkije leidt tot veel ophef. Niet alleen werden de landingsrechten van het vliegtuig van de Turkse Minister van Buitenlandse Zaken Cavusoglu ingetrokken, zodat hij geen speech kon komen geven op een campagnebijeenkomst voor het Turkse referendum op het Turkse consulaat in Rotterdam. Ook werd de Turkse Minister van Familiezaken, Kaya, aangehouden in Rotterdam, waarna zij onder begeleiding van de politie het land werd uitgezet opdat ook zij niet in Rotterdam een speech kon komen geven. De spanningen liepen zo hoog op dat de Turkse autocratische President Erdogan Nederland ‘nazistisch’ en ‘fascistisch’ noemde. Nederland hield in de hele kwestie echter de rug recht ten opzichte van de Turken. En er zijn drie lessen die uit deze hele kwestie getrokken kunnen worden.

Als eerste is dit alles een les in democratie voor Turkije. Eindelijk een land dat opstaat tegen een regime dat honderden journalisten in de cel heeft gezet, duizenden politieke tegenstanders vervolgt, en op grote schaal rechters, burgermeesters en docenten ontslaat die opvattingen hebben die niet stroken met die van het regime. Een land waar minderheden systematisch onderdrukt worden, maar waarvan het regime direct op de achterste poten staat zodra er iets met Turkse minderheden in het buitenland aan de hand is. Turkije leert op deze manier dat het Europa niet kan blijven chanteren, zoals ze bijvoorbeeld gedurende de vluchtelingencrisis deden. Europa geeft zo haar grenzen aan Turkije aan. En dat is een goede zaak.

De tweede les, voor ons in Nederland, is dat de discussie over botsende, dubbele, loyaliteit bij sommige Turkse Nederlanders nu een keer goed gevoerd zal worden, Het is bizar te moeten constateren dat sommige bezitters van het Nederlandse staatsburgerschap die aan het demonstreren waren bij het Turkse consulaat het hadden over ‘onze Minister’ en ‘onze regering’ wanneer zij spraken over Minister Kaya en de Turkse regering. Dit getuigt niet zozeer van ‘mislukte integratie’, zoals sommigen beweren, maar eerder van integratie die nooit echt van de grond is gekomen. Andere, biculturele, Turkse Nederlanders zal het wellicht pijn doen dat voor hun gevoel hun vader en hun moeder, Turkije en Nederland, met elkaar vechten. Maar wellicht is het ook voor hen een goede zaak als zij nadenken over hoe reëel het is om in een tijd van botsende belangen van twee natiestaten niet te kiezen tussen een van beide. Het leven bestaat uit keuzes maken. Ook op dit vlak.

De derde les is voor Europa. Deze hele kwestie laat de noodzaak zien voor de EU-landen om samen te werken in een wereld waarin we omringd zijn door figuren als Erdogan, Poetin en Trump. Een dergelijke wereld vraagt om een sterk, verenigd Europa. Een Europa wat de waarden van vrijheid, democratie en mensenrechten uit blijft dragen, en autocraten waar ook ter wereld op haar eigen verantwoordelijkheden wijst. Een Europa dat niet met zich laat sollen, dat het goede voorbeeld geeft, en dat autocraten die het thuis niet al te nauw nemen met de regels laat zien dat ze op vreemde bodem niet meer zonder meer kunnen doen en laten wat ze willen.

Bovenstaande lessen zijn allen nuttig, en nodig. Maar de gevolgen van deze botsing tussen Nederland en Turkije kunnen in bepaalde opzichten ook negatief zijn. Voor de handel bijvoorbeeld, en daarmee dus voor de Nederlandse koopman. Maar het grootste nadeel is waarschijnlijk het risico op het aanwakkeren van nationalistische gevoelens in Turkije. Dit incident kan daartoe leiden en ervoor zorgen dat Erdogan bij het nakende Turkse referendum de winst naar binnen sleept. Maar dit risico moeten we maar op de koop toe nemen. Nederland kan niet toestaan dat er door Turkije met haar gesold wordt. Dat Nederlandse staatsburgers op onze bodem door Turkije geïntimideerd worden. En dat een land dat fundamentele vrijheden en mensenrechten op alle mogelijke manier schendt zonder toestemming in Nederland kan doen en laten wat het wil.

Nederland doet er goed aan een keer niet idealen op te offeren aan handelsbelangen. Dit zouden we wel vaker mogen doen. Bijvoorbeeld in onze relatie met het fundamentalistische regime van Saudi-Arabië, een relatie waarin we nu systematisch een dubbele standaard laten zien. Ook ten opzichte van de Saudis zouden we wel eens vaker onze rug recht mogen houden. En zo vallen er nog wel meer voorbeelden te bedenken waarin het Nederlandse buitenlandbeleid wel eens meer door de dominee dan door de koopman ingevuld mag worden. Er is niks mis met een land dat zo af en toe stevig op haar strepen staat, en haar tanden laat zien. Natuurlijk moeten we ook pragmatisch kunnen zijn en onze belangen, en die van bondgenoten, in het oog houden. Maar onze idealen zijn er om uit te dragen, en we moeten onszelf als Nederland zijnde altijd recht in de spiegel aan kunnen kijken. En daarbij hoort het dat je soms een kwestie laat escaleren, wanneer de tegenpartij alle redelijkheid voorbij is, en je als land duidelijk de grens hebt aangegeven. Dan moet je soms de confrontatie aangaan. De komende tijd zullen we gaan zien waar dat allemaal toe zal leiden.

Geef een reactie

Laatste reacties (123)