4.177
13

Schrijver en jurist

Claire Schut (28 februari 1956, Amsterdam) is schrijver en jurist. Ze heeft ruim 25 jaar ervaring bij de overheid, o.m. op het terrein van ambtenarenrecht, klachtrecht en onderzoek naar discriminatie, seksuele intimidatie en ambtelijke integriteit. Als freelance tekstschrijver en journalist schreef ze o.m. voor de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), SNS bank Randstad, Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (COA), Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO), Federatie van Nederlandse Exporteurs (Fenedex), ISW Opleidingen en Literair Theater Branoul.

Drie Vrouwen – over slavernij en vrijheid

De boodschap in de nieuwe film van Ida Does: Ze is erin geslaagd om iets onzegbaar gruwelijks in schoonheid te verpakken

Zaterdag 17 februari is in Filmhuis Den Haag de publiekspremière van ‘Drie Vrouwen – over slavernij en vrijheid’ van filmmaker Ida Does. Net als haar documentaire ‘Amsterdam Sporen van Suiker’ uit 2016 is het een adembenemend pijnlijke tegelijk mooie film geworden. Van de getuigenissen uit het verleden die als water moeizaam met de hand uit een waterput omhoog getakeld moeten worden tot aan het hoopgevende ‘I have a dream’ van Martin Luther King en de bevrijdende dans aan het slot: Ida Does is erin geslaagd om iets onzegbaar gruwelijks in schoonheid te verpakken en ondanks alles mild te blijven, pleitend voor erkenning, verzoening en een gezamenlijke toekomst. Dat is knap.

Het begint met beelden van een waterput begroeid met varens. Vrouwenstemmen. Een korte tekst: “Vanaf de late 16de eeuw hebben Nederlanders naar schatting ruim 600.000 slaafgemaakte mensen uit Afrika gevoerd. Zij werden in de kolonies in slavernij gehouden. Of doorverkocht. Zij werden niet als mens beschouwd, maar als handelswaar. Op de plantages in Suriname, Brazilië, op Curaçao, St. Maarten en andere eilanden produceerden zij koffie, cacao, katoen, tabak en suiker. Nederland was in deze periode een economische wereldmacht.”

Dan volgt een kennismaking met de ‘Drie vrouwen’: erfgoeddeskundige Valika Smeulders (Pasado Presente), winti-priesteres Marian Markelo en onderzoeker Ellen-Rose Kambel. Hun verhalen en ervaringen heeft Ida Does kunstig vervlochten tot een alomvattend relaas over een gedeelde geschiedenis, de slavernij en de koloniale geschiedenis van Nederland.

De slavernij werd in Nederland in 1863 afgeschaft. Dat lijkt een eeuwigheid geleden, maar schijn bedriegt. Dat ontdekt ook Ellen-Rose Kambel als ze googelt naar haar familiegeschiedenis. Ze vindt haar overgrootmoeder Mimi die geboren is als privé-slaaf van ‘Charbon en Zoon’ uit Amsterdam. Van de eigenaar van Mimi, plantagehouder Jan Adam Charbon, blijkt zelfs een foto te bestaan. Breed, besnord en zelfverzekerd blikt Charbon in de camera, zittend in de tuin van zijn buitenplaats ‘Huize Rusthoff’ bij Sassenheim.

Die foto van de man die haar voorouders in slavernij bezat, is voor Kambel het startschot om dieper te graven. De documentaire volgt haar op haar zoektocht, bladerend in slavenregisters, dwalend over plantages in Suriname, speurend naar plukjes informatie over hoe haar voorouders leefden.

Terug in Nederland gaat Kambel de confrontatie aan met de nazaten van ‘Charbon en Zoon’ die geld verdienden over de rug van haar voorouders. Dat leidt aan het slot van de film tot een bijzondere ontmoeting in het park waar vroeger de tuinen van ‘Huize Rusthoff’ waren.

Ook het verhaal van Valika Smeulders die historische wandelingen door de Haagse binnenstad organiseert, brengt het slavernijverleden ontstellend dichtbij. In Den Haag zetelde het bestuur van de koloniën, terwijl de elite vaak economische belangen in overzeese plantages had. In de film voert Smeulders haar groepje wandelaars langs de meest schitterende Haagse locaties. De boomrijke lanen van het statige Lange Voorhout met zijn kapitale patriciërshuizen. De Lange Vijverberg, de Hofvijver, het Mauritshuis. Het is oogverblindend mooi.

Dat beeld kantelt, als Smeulders de geheimen ontsluiert die achter veel gevels verborgen liggen. Zo woonde aan het Lange Voorhout nr. 13 Stephanus Neale (1688-1762). Hij introduceerde koffie in Suriname en gold als een van de meest succesvolle plantage-eigenaren. ‘De rijkste der rijken’ was zijn bijnaam, ook wel ‘de Koning van Suriname’. Wreed was Neale ook, al had men daar in zijn tijd, met de bijbel in de hand, een andere visie op. Op de trappen naar de voordeur van nr. 13 vertelt Smeulders over het lot van de slaaf Profijt. Om nooit meer te stoppen met huilen.

Er is veel meer waarover Smeulders haar groepje wandelaars vertelt. Over de Koninklijke Bibliotheek bijvoorbeeld en Anton de Kom. Diligentia waar in 1841 de eerste antislavernij-vergadering plaatsvond. En het Binnenhof waar vervolgens 20 jaar lang werd gebakkeleid over de afschaffing van de slavernij en de schadeloosstelling van de slaveneigenaren.

In al die Haagse pracht blijven de slaafgemaakten zelf vrijwel onzichtbaar. Hoe zij hun miserabele leven hebben ervaren, is voorzover bekend niet opgetekend.

Toch is het Ida Does gelukt om hen een stem te geven. Dat doet ze op allerlei manieren, heel inventief. Bijvoorbeeld via de derde vrouw in de film. Marian Markelo vertelt over de winti-cultuur die de slaafgemaakten in Suriname verbond met de religies en tradities van hun Afrikaanse voorouders. Je ziet haar in een prachtig gewaad majestueus door het Haags Historisch Museum schrijden. Op de (inmiddels afgelopen) tentoonstelling ‘Afrikaanse bediendes  aan het Haagse Hof’ kruipt ze in de huid van de jongetjes Cupido en Sideron en fantaseert hoe het moet zijn geweest om als 7-jarig manneke van de ouders weggerukt te worden om als cadeautje voor de stadhouder te dienen. Voor de schilderijen waarop blanke vorsten zich met hun zwarte bediende hebben laten vereeuwigen, zingt ze een lied van meer dan 350 jaar oud. Een onvergetelijk krachtig beeld.

Toch is ‘Drie vrouwen – over slavernij en vrijheid’ geen moment bitter of boos. Zelfs niet als een van de nazaten Charbon in de film relativerend sputtert dat het allemaal geschiedenis is, dat je het moet zien in de context van toen, en dat hij geen enkele emotie voelt. “Jij toch ook niet?” zegt hij tegen Kambel. Die mompelt iets over migraine en laat het erbij.

Als toeschouwer kun je je verbazen over zoveel zelfbeheersing en geduld. Er is zelfs begrip voor die verongelijkt morrende Hollanders die het nu nog niet hebben begrepen en de confrontatie met dit verleden liever uit de weg gaan. Zo zegt Kambel over haar eerste bezoek aan Sassenheim: “Het is een gevoelig onderwerp in Nederland.” Alsof zij rekening moet houden met de gevoelens van de afstammelingen van slaveneigenaren, in plaats van omgekeerd. Wonderlijk. En misschien ook niet. In een brief die Kambel in de film voorleest, schrijft zij aan de nazaten Charbon dat het voor hen ook moeilijk moet zijn. Om geruststellend erop te laten volgen: “Het gaat me niet om compensatie, genoegdoening of excuses. Als de gruwelijkheden van de slavernij een prominentere plek in ons bewustzijn zouden hebben, zou het veel makkelijker zijn om racisme aan te pakken. Het gaat om de erkenning dat Park Rusthoff aangelegd kon worden met geld dat is verdiend met slavenarbeid.”

Als aan het slot van de documentaire de verschillende verhaallijnen samenkomen, bidt winti-priesteres Markelo ter voorbereiding op de ontmoeting in Sassenheim: “Voorouders. Ik verzoek u. Als ik op weg ga, geef mij de juiste woorden. Dat ik vanmiddag woorden uitspreek die liefdevol zullen zijn, woorden die ons niet uit elkaar drijven, maar woorden die ons met elkaar gaan verbinden.”

Dat is de boodschap: erkenning, heling, verbinding. Nu maar hopen dat Ida Does en al degenen die aan deze indringende en beeldschone documentaire hebben bijgedragen, in hun opzet zullen slagen.

Meer informatie vind je hier

Dit artikel verscheen eerder op de website Republiek Allochtonië

Ida Does (Paramaribo, 1955) was o.a. hoofdredacteur van het Surinaamse tijdschrift Mutyama (cultuur en geschiedenis), chef-redactie van het dagblad Amigoe (Arubaanse editie) en redacteur bij het Algemeen Dagblad (Caribische editie).  Ze schreef Caribische verhalen voor VPRO radio (De Avonden), was correspondent voor Wereldnet en werkte als eindredacteur van diverse televisieprogramma’s bij Omroep West. Sinds 2007 werkt Ida Does als zelfstandig documentaire filmmaker en producent. Werk van haar is o.m.: ‘Amsterdam, sporen van suiker’ , ‘Poetry is an Island: Derek Walcott’, ‘Pieces, memories of Anton de Kom’  en ‘MI A NO MI, IK BEN NIET IK, TREFOSSA. Haar films zijn al meermalen in de prijzen gevallen. Meer info: www.idadoes.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (13)