Laatste update 09:41
1.797
8

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

‘Drietrapsraket’? Twee jaar krantenartikelen over Denk

Deze maand deed de Raad voor de Journalistiek uitspraak omtrent een klacht van Kamerlid Öztürk tegen NRC. In het algemeen vindt Öztürks partij Denk, dat diverse kranten zeer negatief over haar berichten. Blijkt dat ook uit onderzoek?

“Een drietrapsraket” is wat Denk beschrijft in een veel gedeeld online filmpje: “De eerste stap is dat de journalist (…) gaat graven in het verleden (…). De tweede stap is dat de journalist (…) een strafeis gaat opstellen. De derde (…) stap is dat ze (…) een vonnis vellen over iemand en daarmee iemand monddood maken.” Denk besluit het filmpje met de gevleugelde woorden: “Trap er dus niet in.”

Denk
cc-foto: Roel Wijnants

Is die “iemand” misschien Selçuk Öztürk? Het filmpje verscheen op 13 juni 2016, twee dagen voordat NRC Next opende met: “Onderzoek integriteit Denk-voorzitter Öztürk.” Deze week oordeelde de Raad dat die kop en bijgaande ondertitel “te stellig” waren. Wel voegde de Raad daar aan toe dat het voorpagina-artikel zelf berustte op “deugdelijk onderzoek” na toepassing van “voldoende wederhoor.”

Criminalisering
Denk lijkt in het filmpje te refereren aan criminalisering. Dit wil zeggen dat berichtgeving zich richt op misstappen, al dan niet strafbaar, die zouden zijn begaan door een nieuwe partij of haar leden. Zulke berichtgeving over een partij lijkt sterk op misdaadverslaggeving. Dit brengt de partij in diskrediet. Het leidt ook de aandacht af van de politieke boodschap die de partij wil uitdragen.

Criminalisering is een aspect van het ‘protestparadigma.’ Die term slaat niet zozeer op partijen als wel op sociale bewegingen. Met het protestparadigma wordt een patroon bedoeld in de wijze waarop journalisten berichtgeven over bewegingen. Journalisten richten zich dan niet op hun kernboodschap, maar op allerlei randzaken. Daarbij worden bewegingen afgeschilderd als ineffectief en illegitiem.

Concreet betekent dit dat media overheidsinstanties vaker aan het woord laten dan de bewegingen. Of toevallige omstanders interviewen die – veelal ongeïnformeerd – schande spreken van acties van die bewegingen. Wat bovendien vaak de media haalt zijn gewelddadige of ontwrichtende aspecten van acties. Een opruiend spandoek, file, een vernield bushokje. Minder aandacht is er dan voor de inhoud.

Paradigma
Was de criminalisering van Öztürk terecht? De Raad suggereert dat NRC goede redenen had voor de insteek van de publicaties vorig jaar. Maar wellicht berichten kranten in het algemeen vanuit het protestparadigma over Denk? Om die vraag te beantwoorden moeten alle landelijke krantenartikelen over Denk worden onderzocht. Dat is wat een student aan ons instituut, Jesse Beentjes, heeft gedaan.

In zijn scriptie zijn alle artikelen over Denk opgezocht in de vijf grote landelijke dagbladen. Er bleken 449 artikelen te zijn gepubliceerd vanaf het introduceren van de naam ‘Denk’ in 2015 tot de Tweede Kamerverkiezingen. Elk artikel is gecodeerd aan de hand van een dozijn aspecten, waaronder of haar politieke boodschap werd overgebracht enerzijds en of de partij werd gemarginaliseerd anderzijds.

Van berichtgeving vanuit een protestparadigma was sprake, zo was het idee, als Denks kernboodschap niet werd overgebracht en er tegelijkertijd sprake was van marginalisatie. Als kernboodschap was gedefinieerd dat Denk tegen discriminatie is en vóór migranten. Dat stond in 57% van de artikelen te lezen. In nog eens 10% van de artikelen was er geen marginalisatie, maar in de overige 32% wel.

Althans, in die artikelen werd niet verwezen naar haar kernboodschap maar wel naar connecties tussen Denk en Turkije (31%) en/of naar Denk als protestbeweging (13%). Of kiezers die insteek negatief vinden is nog maar de vraag. Onomstreden negatieve kwalificaties als onervaren (4%), populistisch (2%) en extremistisch (2%) komen minder vaak voor. Weinig protestparadigma dus.

In de scriptie keek Jesse ook naar de toon van de berichtgeving over Denk. Van de artikelen bevatte een kwart geen evaluatie van de partij. Een derde telde evenveel positieve als negatieve evaluaties. Slechts 2% had louter positieve, 6% vooral positieve, een kwart overwegend negatieve en een tiende uitsluitend negatieve evaluaties. Kortom, meer negatief dan positief, maar weinig puur negativisme.

Raket
Het lijkt dus mee te vallen met de berichtgeving over Denk. Ook gegeven het feit dat onder negatieve verslaggeving bijvoorbeeld de artikelen vallen over Öztürks handel en wandel in vastgoed – artikelen die volgens de Raad op deugdelijk onderzoek berusten. Meer algemeen lijkt het onvermijdelijk dat een deel van de berichtgeving over een partij (in dit geval één op tien artikelen) uitsluitend negatief is.

Uiteraard is met dit onderzoek niet het laatste woord gesproken over Denk en de nieuwsmedia. In de scriptie zijn louter kranten gecodeerd, en louter op twaalf criteria. Bovendien richt de scriptie zich vooral op negatieve berichten over Denk en bevat ze ook geen vergelijking met andere partijen. Niettemin geeft dit een goede indruk, in elk geval wat betreft krantenberichtgeving over Denk.

Hoe de berichtgeving er ook uitziet, Denk heeft een sterke prikkel om te blijven klagen. De partij heeft immers belang bij conflict. Conflict zorgt vaak voor media-aandacht. Media-aandacht is voor nieuwe partijen een eerste levensbehoefte en is schaars. Hoe schaars? Probeert u zich eens de twaalf andere nieuwe partijen te herinneren die, naast Denk en FvD, op uw stembiljet prijkten op 15 maart.

Geen drietrapsraket, wel twaalf doodgeborenen.

Geef een reactie

Laatste reacties (8)