2.277
57

Blogger

Ik ben een 27 jarige Rotterdammer, niet afgestudeerd en geen opleiding volgend op het moment. Ik ben gestopt met studeren, omdat ik mij volledig wilde richten op het schrijven. Ik ben zeer geïnteresseerd in het maatschappelijk debat en volg dit al jaren op de voet en geloof dat wij, als wij willen, ook daadwerkelijk iets kunnen veranderen. Een beetje naïef dus ook.

Drugsrunners, een Rotterdams product

Het taboe van horen, zien en zwijgen moet doorbroken worden

Eindelijk, het begint steeds meer door te dringen bij bestuurders dat het ‘bestrijden’ van criminaliteit niet louter met hard/ harder/ hardst straffen en ‘hoge’ geld boetes kan, maar dat er wel degelijk naar de sociale achtergronden gekeken dient te worden.

Zondag 22 januari besteedde Brandpunt aandacht aan het landelijk, maar vooral Limburgs probleem van de drugsrunners. Al jaren schreeuwt Maastricht om hulp, maar kennelijk blijkt het nog altijd niet door te dringen in Den Haag en kan burgervader Onno Hoes nu niets anders, evenals zijn voorganger Gerd Leers dan de noodklok te luiden. Je zou denken dat crime fighter- en staatssecretaris Teeven en minister Opstelten bij hun aantreden hier iets mee gingen doen. Of dat minister Gerd Leers op zijn minst, op zijn mooiste Limburgs, zijn collegae aanschoot om hen op het hart te drukken iets te doen aan de Randstedelijke drugsrunners in het mooie Limburg. Helaas, Brandpunt is kennelijk nodig om hen duidelijk te maken dat dit probleem niet in de vergetelheid mag geraken.

In de uitzending werd duidelijk gemaakt dat hard straffen nauwelijks werkt, hoge boetes opleggen aan jongens die deze boete net zo makkelijk terug kunnen “runnen” heeft natuurlijk weinig zin. Wat dan wel, nog harder straffen en hogere boetes? Jazeker, maar slechts voor een kleine groep. Ook dient men sociale achtergronden van dit soort jongens mee te nemen in preventief beleid, of op zijn minst in onderzoeken als begin. Los van de sociale achtergronden dient men, in mijn optiek, vooral ook de geschiedenis van de wijken/ buurten te bestuderen waar dit soort jongens vandaan komen. Vaak kom je veel te weten door te luisteren naar mensen in de wijken waarin zij opgegroeid zijn. Evalueer het preventief- en repressief gevoerde beleid van begin jaren negentig vorige eeuw tot nu. Bestudeer de aanpak van probleemgezinnen/ jongeren in de breedste zin, van Jeugdzorg- tot de straatcoach/ jongerenwerker die zich allen bezighouden met hen. Bestudeer het beleid rondom gebruikmaking van informanten voor de Criminele Inlichtingen Eenheid op effectiviteit. Durf oog te hebben voor de gezinnen die niet bekend zijn en stel dan vooral de vraag hoe het kan dat deze gezinnen niet bekend zijn. Of hooguit bekend bij de politie voor niet relevante vergrijpen, of soms zelfs alleen bekend bij jongerenwerkers. Bestudeer de studieloopbaan, of vooral het gebrek hieraan en durf de vraag te stellen waarom er niet (in een eerder stadium) is ingegrepen.

Ik pleit voor nieuw goed doordacht populisme- en partijpolitieke onzin vrij preventief beleid, beleid dat gericht is op het voorkomen dat er straks  een nieuwe generatie (al hou je dit nooit helemaal tegen) jongeren kansloos is. Voor de huidige groep drugsrunners heeft het weinig zin, die kunnen hooguit op andere manieren geprikkeld worden om het wereldje vaarwel te zeggen. Ik ben tegen het gebruik van jonge informanten voor de Criminele Inlichtingen Eenheid, maar indien men hier gebruik van maakt (en dit is al jaren een feit) zorg dan dat het doorspelen van informatie daadwerkelijk loont. Draag ook verantwoordelijkheid voor de (na)zorg van informanten, of het nu om psychische hulp, waar mogelijk strafvermindering, huisvesting (uit de wijk/stad), herpakken van een studie of om bescherming gaat.

In de reportage van Brandpunt noemt men het Rotterdamse Oude Noorden, jongeren uit onder andere dit deel van Rotterdam die als drugsrunners Limburg onveilig maken. Tuurlijk, in de kop chargeer ik. Drugsrunners zijn geen exclusief Rotterdams product, maar het in mijn ogen “ondoordachte” no-nonsens beleid in Rotterdam neemt Limburg de Rotterdammers nu waarschijnlijk niet in dank af. Het Oude Noorden ging evenals enkele andere gebieden in Rotterdam flink op de schop. Huizen gingen tegen de vlakte, drugspanden werden gesloten, vooral loopjongens werden opgepakt, dit alles terwijl “de grote vissen” vaak de dans wisten te ontspringen. De aanpak van bepaalde families heeft slechts tijdelijk gewerkt, als dit al gewerkt heeft aangezien het zich, zoals ik heb begrepen, vooral beperkte tot enkele grote families in het Oude Noorden. Beleidmakers hadden vrees voor een waterbedeffect, maar zeker als het de grotere invloedrijkere families betrof kon men weten dat dit het verschuiven van het probleem is. Of het nu om het verschuiven van het probleem binnen Rotterdam is of naar een andere plaats in Nederland. Criminelen laten zich niet tegenhouden door stads- en landgrenzen, dit hadden ze kunnen weten. Burgervader Onno Hoes merkte dan ook terecht in Brandpunt op dat er beter samengewerkt dient te worden. Wellicht is het een idee om dit in de toekomst vanaf de geboorte van grootschalige operaties al te doen.

Los van het Oude Noorden komen deze drugsrunners onder andere ook uit delen van Crooswijk, Kralingen en Rotterdam West. Vooral de jongens uit Crooswijk, het Oude Noorden en Kralingen, waar ik bekend mee ben, wanen zich onaantastbaar. Zij zwijgen, hebben vaak al geruime tijd vastgezeten en schuwen absoluut niet om extreem veel geweld te gebruiken. Voor deze jongens is horen, zien en zwijgen een gouden absolute regel. In de afgelopen jaren, vanaf het moment dat bekend werd dat ik een boek over opgroeien in een achterstandswijk wilde schrijven, heb ik persoonlijk al vaak te horen gekregen dat ook ik dien te zwijgen over deze jongens en hun praktijken.

Woorden (te) zorgvuldig afwegen, wat kan wel en wat kan niet gezegd worden, het blijft een helse klus. Zo blijven onaantastbare dus ook onaantastbaar. Het taboe van horen, zien en zwijgen moet doorbroken worden.

Geef een reactie

Laatste reacties (57)