2.106
60

Opiniepeiler

In 1971 ben ik afgestudeerd als Sociaal Geograaf bij de UvA in Amsterdam. Na een korte periode als wetenschappelijk medewerker ben ik 15 jaar actief geweest als onderzoeker, tussen 1973 en 1975 bij Inter/View, daarna samen met Hedy d’Ancona (Cebeon) en vanaf 1980 als mededirecteur van Inter/View. Vanaf 1976 was ik in de media actief op het terrein van verkiezingsonderzoek. Eerst bij Vara’s In de Rooie Haan. Later o.a. in Achter het Nieuws en NOVA.
In 1984 werd ik assistent van Anton Dreesmann, waarbij onder andere het project Micro Computer Club Nederland werd opgezet en ik directeur werd van Headstart in de Verenigde Staten. Bij de beursgang van Inter/View in 1986 werd ik gevraagd als voorzitter van de raad van commissarissen te functioneren. Dat heeft tot 1999 geduurd. Na vier jaar (1991-1995) te hebben gewerkt bij ITT Gouden Gids op het terrein van marketing en business development was ik drie jaar CIO bij Wegener Arcade. Daarbij onder meer verantwoordelijk voor de interne IT en de internetactiviteiten. Van 1998 tot en met 2001 ben ik CEO geweest van Newconomy.
Sinds 2002 run ik www.peil.nl, een opiniepanel, waarmee actuele ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving op de voet gevolgd kunnen worden. En ik ben betrokken bij een aantal vernieuwingsprojecten op het terrein van technologie en media.

Dwaallicht Spitzer

Een onthullende kijk in de bekrompen gedachtenwereld van de digitaal criticus Manfred Spitzer, bekend van onder meer Brandpunt

De afgelopen dagen heeft Manfred Spitzer in diverse media vrij spel gekregen om zijn opvattingen over digitale media te spuien. Ze zouden ons dom maken en als je kleine kinderen met een iPad in contact brengt is dat mishandeling.

Ik heb een tijdje geleden al zijn boek met stijgende verbazing gelezen. Niet alleen kende ik tegenover nogal wat van zijn “wetenschappelijk” bewijs vele andere onderzoeken waaruit het tegendeel opgemaakt kan worden. Ook stond het haaks op mijn eigen ervaringen met onder andere mijn eigen kinderen. Maar aan het eind van het boek kwam de aap uit de mouw.

Omdat ik al sinds 1980 over een PC beschik behoren mijn oudste kinderen (35 en 34 jaar) tot de eerste generatie die al rondom hun 4e, 5e jaar behoorlijk intensief met digitale media aan de slag ging. Weliswaar niet met internet, maar wel met allerlei educatieve spelletjes, onder andere het door mij in 1984 bedachte Topografie Nederland. Sindsdien zijn ze actief met computers in de weer geweest en ook vanaf de start van internet met internet. Marc startte op jonge leeftijd ook al een bedrijf (Veiling.com), dat hij in 2000 verkocht.

Niemand die hen vandaag de dag ontmoet zal toch iets herkennen van het beeld dat Spitzer schetst van de slechte invloed van digitale media.

Mijn dochtertje, net 4, is al van heel jongs af aan actief met iPhone en iPad. Dat houdt natuurlijk niet in dat ze dat 24 uur per dag doet. Ik schat dat ze dat per dag meestal tussen een half uur en anderhalf uur met de iPad actief is, naast de andere dingen die een meisje van 4 doet. Zij gaat met regelmaat naar Cuba, waar ze dan onder andere samen is met een aantal neefjes en nichtjes van ongeveer dezelfde leeftijd. Die kinderen groeien op zoals Spitzer het graag ziet. Weinig televisie en geen digitale media.

Keer op keer valt me op hoe groot het verschil is tussen wat mijn dochtertje weet en kan en haar Cubaanse neefjes en nichtjes. Op geen enkele manier kan ik dan ontdekken in wat mijn kind nadeel heeft ervaren door het feit dat ze al van heel jongs af aan met digitale media in de weer is, integendeel zelfs.

Als je het boek van Spitzer leest of zijn interviews, of hem bij Brandpunt hebt gezien dan lijkt het er op dat hij niet goed weet hoe bijvoorbeeld Google doorgaans gebruikt wordt. Daarnaast maakt hij valse vergelijkingen tussen het duivelse van digitale media en het fantastische van de analoge wereld. Zo doet hij alsof je door Google amper meer wat leest. Google wordt juist vaak gebruikt om gericht informatie te zoeken. Maar als je dan op de website bent aanbeland waar die informatie is dan neem je die al lezend of kijkend tot je en dat proces verschilt weinig van het tot je nemen van die informatie uit een boek of encyclopedie. (Ik weet van veel mensen trouwens dat ze veel vaker in Wikipedia kijken dan ze vroeger in een encyclopedie keken).

En als hij bij Brandpunt beschrijft hoe belangrijk het is voor het onthouden om informatie tot je te nemen terwijl je er ook fysieke handelingen bij verricht vergeet hij blijkbaar dat je bij het lezen van een boek minder handelingen verricht dan als je achter een computer zit. (Je beweegt je handen en vingers dan meer dan bij het lezen van een boek).

Daarnaast zitten er in het boek (en in zijn uitspraken) een groot aantal impliciete en expliciete waardeoordelen. Nergens in zijn boek kom ik bijvoorbeeld tegen dat hij de voor- en nadelen van digitale media afweegt. Het komt steeds neer op dat digitale media alleen maar slecht of verschrikkelijk slecht zijn. (Dit staat echt letterlijk aan het eind van zijn boek: “Mijd  digitale media. Daarvan worden we… dik, dom, agressief, eenzaam, ziek en ongelukkig.”)

Natuurlijk zijn er bij alles wat we in ons leven doen voor- en nadelen. Ook ten aanzien van de computer en digitale media zijn er nadelen. Men kan er aan verslaafd raken, net zoals aan drank, drugs, hardlopen, lezen, sex, voetballen en piano spelen. En de rij is oneindig. Maar alleen maar zeggen dat digitale media nadelen kennen (en eigenlijk vooral zeggen dat ze extreme nadelen hebben) kun je, als je goed om je heen kijkt, niet met droge ogen beweren.

Behalve als je blijkbaar een heel speciaal wereldbeeld hebt. En laat dat nu bij Spitzer het geval zijn zoals aan het einde van zijn boek blijkt. Ik kreeg van de uitgever enkele weken geleden een tekstueel nog ongecorrigeerde proefdruk. Het lezen van de laatste drie pagina’s verklaarde veel. Dit zijn ze, klik om ze te lezen:

Al eerder in zijn boek geeft Spitzer aan dat hij uit principe thuis geen televisie heeft. Ook dat mag van mij. Maar als zo iemand met veel wetenschappelijk bewijs en aplomb alleen maar zou zeggen hoe slecht en verfoeilijk televisie is, dan neem ik zo iemand ook met een grote korrel zout. En uit zijn adviezen aan het einde van het boek over hoe je beter kunt leven blijkt de wijze waarop hij in het leven staat en hoe hij tegen bepaalde ontwikkelingen aan kijkt. Er staat nog net niet in dat je het best per dag een half uur op je hoofd moet staan en vooral veel brandnetelthee moet drinken.

Ik vind het prima als iemand op deze manier probeert zijn eigen leven in te vullen en ook als hij dat eveneens van zijn kinderen vraagt. Maar toen ik dat las, begreep ik ook waarom ik op zoveel plekken in het boek vond dat het of absoluut haaks stond op mijn eigen ervaringen en/of dat het een heel selectieve wijze was van het beoordelen van wat hij waarnam. (Zo kan je bij een vergelijking van kinderen die aan het videogamen zijn met kinderen die met leerboek en pen huiswerk aan het maken zijn, het eerste louter negatief benaderen en het laatste louter positief, zoals hij doet. Maar het zou ook kunnen zijn dat het videogamen je ook bepaalde vaardigheden oplevert en dat het maken van bepaald soort huiswerk je maar weinig oplevert. Kortom, het ligt allemaal veel genuanceerder).

Vanzelfsprekend moet je alles met mate doen. En de school die ik voor ogen heb is natuurlijk geen school waar de kinderen het grootste deel van hun tijd met de iPad bezig zijn. Net zoals ze op school nu ook niet de hele tijd met een leerboek bezig zijn of met een schriftje. Maar er zitten wel veel voordelen aan het gebruik van de iPad bij het leerproces. Ik kom daar binnenkort uitgebreid op terug. Uit ons schoolmodel blijkt ook heel duidelijk hoe we onze scholen zien en welke rol de iPad daarbij speelt. Een visie die expliciet wordt gesteund door een aantal hoogleraren, zoals Luc Stevens, Rob Martens en Wim Veen.

Maar van enige genuanceerdheid bij Spitzer is niets terug te vinden. En dat blijkt ook samen te hangen met een heel eigen opvatting van hoe de wereld eruit zou moeten zien. Ik vergelijk het gekscherend met iemand van de Taliban die wetenschappelijk bewijst dat het Christendom absoluut niet deugt. Als je maar goed in allerlei onderzoek grasduint met een gekleurde bril zal je daar altijd wel onderbouwingen voor vinden.

Het gevaar van Spitzer is dat hij – in feite via bangmakerij – onzekere ouders oproept om hun kind vooral voor te bereiden op de wereld zoals Spitzer zou willen dat hij eruit zal zien in de toekomst. Zoals hij er 30, 40 jaar geleden uitzag. Terwijl je gewoon beseft dat in de toekomst de aanwezigheid en invloed van de digitale component in het dagelijks leven alleen maar zal toenemen.  Dus als je kinderen op die toekomst wil voorbereiden is het advies van Spitzer het slechtste advies dat je kunt volgen.

Triest is wel hoe weinig tegengeluid Spitzer krijgt als hij in de Nederlandse media wordt geïnterviewd. Alleen Volkskrant-columnist Bert Wagendorp diende hem (op een grappige manier) van repliek.

Vanaf dat ik in de jaren tachtig mijn verwachtingen over de digitale media heb geuit (zoals in mijn boek ‘Dankzij de snelheid van het licht’ uit 1995) heb ik gemerkt hoe sterk conservatisme en nostalgie overheersen. Met als gevolg dat het overgrote deel van het opdoen van digitale kennis en vaardigheden in Nederland vandaag de dag nog buiten school gebeuren. Dat wordt het best gesymboliseerd door de uitspraak van een leerling “mijn leraar weet wel wat ik niet weet, maar niet wat ik wel weet”.

De wereld wordt steeds digitaler of je het leuk vindt of niet. Als je het wilt zien biedt het mogelijkheden aan jongeren (en ouderen) die men jaren geleden voor onmogelijk had gehouden. Alle kennis in de wereld is letterlijk een muisklik van je verwijderd. Je kunt met veel meer mensen communiceren dan vroeger. Dankzij computer en tablet ben je ook in staat om je persoonlijke productiviteit aanzienlijk te verhogen (doordat je niet meer door fysieke grenzen wordt belemmerd). Dat levert nieuwe kansen op en nieuwe bedreigingen.

Het is anders dan vroeger, niet beter of slechter. Maar het slechtste voor je kinderen zou zijn als je alleen maar de bedreigingen ziet en het alleen maar slechter vindt dan vroeger. Want we hebben nog geen tijdmachine waarmee je je kind naar dat verleden kan meenemen. Als ouder en als school heb je de plicht om je kind op de toekomst voor te bereiden. En dat doe je absoluut niet als je het advies van Spitzer opvolgt.

Geef een reactie

Laatste reacties (60)