954
9

Coörd. Duurzaam Landgebruik Both Ends

Na haar studie 'tropisch landgebruik, irrigatie en waterbouw' aan Wageningen UR begon Nathalie haar loopbaan bij de vereniging 'Inzet'. Deze organisatie ging in 2003 over in Both ENDS, waar Nathalie ging werken in het team Strategische Samenwerking. Zij stortte zich op het verduurzamen van de wereldwijde bloemensector. Bovendien werd zij de eerste coördinator van het Joke Waller-Hunter initiative, dat beurzen verstrekt aan personen die - door organisaties uit ontwikkelingslanden - zijn genomineerd omdat hun individueel leiderschap een bijdrage levert aan de gehele duurzaamheidbeweging.

In 2008 trad Nathalie toe in het team Beleidsbeinvloeding, dat veranderingen probeert teweeg te brengen in het ontwikkelingsbeleid van de Nederlandse overheid. Omdat Nathalie is gespecialiseerd in tropisch landgebruik, landbouw en irrigatie, houdt zij zich vooral bezig met beleidsbeïnvloeding rond het thema 'duurzaam landgebruik'. Vanaf 1 januari 2011 is zij coördinator voor het gelijknamige cluster binnen de organisatie. Bovendien is zij vanaf die datum projectleider van de samenwerking die Both ENDS is aangegaan met Cordaid waarin kleine boeren en duurzaam produceren centraal staan

Nathalie vindt het IAASTD rapport Agriculture at a Crossroads, waarin mogelijkheden voor een gezonde, duurzame en rechtvaardige landbouwsector helder geformuleerd zijn, het meest belangwekkende rapport van de afgelopen 10 jaar. Zij zal telkens weer en bij iedere gelegenheid beleidsmakers hieraan helpen herinneren.
Specialisme: tropisch landgebruik, landbouw en irrigatie

Echt verder met voedselzekerheid

Alleen de productie omhoog gooien binnen het bestaande landbouwareaal is niet genoeg 

Staatssecretaris van Economische zaken Sharon Dijksma gaf afgelopen maandag nog eens haar koers aan in de Europese ministerraad voor landbouw en visserij. Haar toverwoorden zijn ‘Climate Smart Agriculture’: voor meer voedselzekerheid moet de productie omhoog binnen het bestaande landbouwareaal, terwijl de landbouwsector zich aanpast aan de gevolgen van klimaatverandering en minder broeikasgassen uitstoot.

Dijksma wil dat de Nederlandse topsector Agri&Food de boer opgaat met deze formule. Zelf werkt ze hier driftig aan door met de organisaties van Bill Clinton en Kofi Annan. De miljoenen die daarvoor zijn vrijgemaakt gaan vooral op aan het in de markt zetten van Nederlandse zaden in Malawi, Tanzania, Rwanda en Kenia. Maar levert dat de verduurzaming van landbouwsystemen en voedselzekerheid in ontwikkelingslanden op die we willen?
Het antwoord is helaas nee.

Onderzoek van de Rotterdam School of Management, Erasmus Universiteit (RSM) en Panteia/EIM van eind januari toont dat aan. De wetenschappers concluderen dat het topsectorenbeleid teveel leunt op technische innovatie, de ‘hardware’. Er is te weinig nadruk op innoverende ‘software’: investeren in mensen, vakmanschap en samenbrengen van bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties. Geld steken in technologie en R&D bepaalt maar 23 procent van het innovatiesucces. Onderzoeker Henk Volberda van de Erasmus Universiteit bij BNR vorige week: “Dat [investeren in technologie] is dus ook belangrijk, maar aan de zachte kant van innovatie die maar liefst driekwart van het succes bepaalt, daar wordt te weinig aan gedaan.”

Both ENDS pleit voor een agro-ecologische benadering van landbouwontwikkeling. Dat dragen we dit weekend uit op de conferentie ‘Voedsel Anders’ op de Universiteit van Wageningen (het hol van de leeuw). In agro-ecologie zijn duurzame landbouwmethoden belangrijk waarbij de natuurlijke processen zoveel mogelijk worden nagebootst. Centraal staan de boerinnen en boeren zelf. Wat willen zij en wat hebben ze nodig? Wij denken dat duurzame voedselzekerheid alleen bereikt kan worden door gelijkwaardige samenwerking tussen boer(inn)en met hun eeuwenlange ervaring en expertise en westerse wetenschappers.

We hebben succcesvolle voorbeelden van kleinschalige projecten met enorme potentie te over. Bewoners van tropisch regenwoud die tegelijk voedsel produceren en door slim planten hun bossen beschermen en herstellen in Sri Lanka en Costa Rica. Lokale consumenten en agrariërs die samen duurzaamheidscriteria afspreken voor producten voor de regionale markt in Vietnam. In Iran beheren lokale gemeenschappen hun publieke weidegronden duurzaam. In Zuid Afrika werken we met boer(inn)en die kleinschalig duurzame rooibosthee produceren. De lijst is veel langer. Dit zijn allemaal kleinschalige projecten, goedkoop voor de kleine producenten en gericht op lokale en regionale markten. En niet onbelangrijk: er is respect voor de natuurlijke omgeving.

Wij hebben hier in Nederland naast onze ‘technische – Wageningse’ kennis van de zaadveredelaars en kassenbouwers veel meer in huis. Wat we met water kunnen (baggeren, dijken bouwen en polderen) dat kunnen we met landbouw ook. Zoals boer(inn)en met wetenschappers samenbrengen om landbouwkennis te ontwikkelen en toe te passen. Bestuurders buiten Nederland met lokale maatschappelijke organisaties en bedrijven verbinden om duurzame landbouw zonder landroof waar te maken. Daarbij wint Nederland ook want we kunnen veel leren van kleinschalige agrariërs in ontwikkelingslanden die optimaal omgaan met schaarse middelen en de uitstoot van broeikasgassen voorkomen.

Onze conclusie: Sharon Dijksma zou haar koers moeten verleggen van de inzet op harde technische innovatie naar de ‘software’ waar Nederland zo sterk in is. Zo kan de topsector Agri&Food nog beter gaan bijdragen aan zinvolle innovatie en duurzame voedselzekerheid.

Volg Nathalie van Haren ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (9)