318
4

Directeur UN Women Nationaal Comité Nederland

Marije Cornelissen (1974, Stiens) was tot 2014 Europarlementariër voor GroenLinks en vice-voorzitter van de Groene fractie. Nu is zij directeur van het UN Women Nationaal Comité Nederland

Echte mensen met echte honger

Als de wereld zou bestaan uit playmobilpoppetjes waren de ministers goed bezig

Ik kan me er zo kwaad over maken als politici negeren wat hun besluiten betekenen voor mensen. Alsof een land of continent besturen iets abstracts en institutioneels is dat los zou kunnen staan van de mensen die er wonen. Staatssecretaris Bleker doet precies dat.

Bleker negeert de wil van een meerderheid van de Tweede Kamer, van zijn Europese collega-ministers en van het Europees Parlement om de komende twee jaar noodsteun te geven aan Europese voedselbanken. Door zich te verschuilen achter juridische argumenten, dreigen 18 miljoen mensen volgend jaar honger te lijden.

18 miljoen arme Europeanen krijgen op dit moment voedselpakketten uit een EU programma. Sinds 1987 worden landbouwoverschotten op die manier verdeeld. Bleker en zijn Britse, Duitse, Deense, Tsjechische en Zweedse collega’s vinden dat voedselhulp aan armen eerder sociaal beleid dan landbouwbeleid is. Daar hebben ze groot gelijk in. Ze vinden dat er geen rechtsgrondslag is in het EU verdrag om het voedselprogramma in stand te houden, nu de landbouwoverschotten ophouden te bestaan. Ook daar hebben ze gelijk in. Bovendien vindt de Nederlandse overheid dat voedselbanken sowieso niet door de overheid gefinancierd moeten worden, het sociale vangnet zou voldoende moeten zijn. Daar hebben ze best een punt – voor de Nederlandse situatie. Daarom wordt het programma per 1 januari 2012 opgedoekt. Als de wereld zou bestaan uit playmobilpoppetjes waren de ministers goed bezig.

Maar ondertussen zijn er echte mensen met echte honger. Ik heb in de afgelopen jaren voedselbanken in heel Europa bezocht en daar mensen van vlees en bloed gesproken. Bij de Hongaarse voedselbank bijvoorbeeld, die voor 90 procent afhankelijk is van het EU programma. Deze voedselbank voorziet iedere week 400.000 mensen van voedsel. Mensen die verder niks hebben. Die in slechte huizen in slechte buurten met derdehands kleren proberen om werk te krijgen dat er niet is. Of omdat ze geen opleiding of hoop meer hebben. De voedselbank doet hard zijn best om ook restvoedsel van supermarkten, boeren en fabrikanten te krijgen, maar is voorlopig bijna geheel aangewezen op het EU programma. In Hongarije is het niet normaal om donateur te zijn van een goed doel en is maatschappelijk verantwoord ondernemen nog maar mondjesmaat doorgedrongen. Er moet geïnvesteerd worden in naamsbekendheid en het opbouwen van een netwerk, voor de voedselbank onafhankelijk van de overheid kan varen op burgers en bedrijven zoals de Nederlandse dat doen. Als het EU programma nu in een keer ophoudt is er geen voedselbank meer. Dan wordt in januari het laatste eten uitgedeeld en hebben mensen daarna simpelweg honger. Zij moeten terugvallen op het sociale vangnet, dat in Hongarije zoveel gaten vertoont dat de meesten er dwars doorheen zullen vallen. En dat middenin de zwaarste economische crisis sinds decennia.

Mijn voorstel is om in de komende twee jaar nog voedsel te blijven bieden met EU-middelen, en tegelijk te investeren in de onafhankelijkheid van voedselbanken. Door bijvoorbeeld Nederlandse voedselbanken hun kennis te laten delen over hoe zij zonder overheidssteun aan voedsel komen. Door hen financieel te ondersteunen voor de aanschaf van een computer, voor een cursus logistiek en een extra vrachtwagen. Door te investeren in naamsbekendheid van voedselbanken en het organiseren van acties om voedsel in te zamelen. Vanaf 2014, als de nieuwe EU begroting ingaat, houdt het voedselprogramma dan op te bestaan zoals de Nederlandse regering dat graag wil. Wat mij betreft gaat de EU vanaf dan veel meer investeren in het voorkomen en structureel oplossen van armoede, maar dat terzijde.

Klinkt redelijk, niet? In de Tweede Kamer heeft mijn collega Rik Grashoff dan ook een meerderheid gekregen voor een motie die de regering oproept mee te werken aan een redelijke overgangsregeling, waardoor miljoenen mensen zich in kunnen stellen op een nieuwe situatie waarin landbouwoverschotten niet langer beschikbaar zijn. De Europese Commissie en twintig andere landen stellen hetzelfde voor. Ondanks een dringend beroep heeft Bleker  echter besloten de motie naast zich neer te leggen want “het kabinet acht dit om subsidiariteitsredenen niet wenselijk”. Ondanks een tweede dringend beroep van de Kamer op de minister loog hij gisteren in het overleg met andere landbouwministers dat zijn parlement vindt dat de noodoplossing er niet moet komen. Zie video. Had hij zijn positie bijgesteld in lijn met de wens van de Kamer, dan zou de noodsteun een feit zijn, aangezien Nederland de beslissende stem had voor de vereiste meerderheid.

Eurocommissaris Ciolos was na afloop geschokt.

“Dit is het bewijs van het egoïsme in de EU, terwijl solidariteit juist zo hard nodig is.”

Ik sluit met bij zijn woorden aan. Kennelijk is voor Bleker het “subsidiariteitsprobleem” van hoogstens twee jaar zo onoverkomelijk dat hij miljoenen mensen hun voedselhulp ontzegt en zo een klein financieel voordeeltje mee naar Den Haag kan nemen.

Geef een reactie

Laatste reacties (4)