1.879
21

Nazir Bibi Naeem (1990) studeert Engelse taal en cultuur aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en is activiste voor Amnesty International.

Een aanslag op Pakistaanse christenen is een aanslag op héél Pakistan

En anders kunnen de corrupte regeringsleiders de witte strook in de nationale vlag van Pakistan beter ook maar groen kleuren, want die vertegenwoordigt iedere Pakistaanse burger die niet moslim is

Op zondag 15 maart 2015, onder het kopje “Shit, not again”, las ik het nieuws van de zelfmoord aanslag op twee kerken in Pakistan, waarbij 14 onschuldige doden en 78 gewonden vielen. De aanval is opgeëist door Jamaat-ul-Ahrar, een splinter fractie van de Pakistaanse Taliban (niet te verwarren met de Afghaanse Taliban). In 2013 werd op een zondag een kerk in Peshawar gebombardeerd, waarbij 85 mensen het leven verloren, en is de grootste aanslag op de christelijke gemeenschap in de geschiedenis van Pakistan. Deze aanval werd opgeëist door Jundullah, een andere splinter beweging van de Pakistaanse Taliban.

Het verschil tussen deze twee aanslagen? De aanslag in 2013 was doelbewuste religieuze discriminatie tegen Pakistaanse christenen, en de aanslag van 15 maart 2015 was uit wraak op de militaire operatie ‘Zarb-E-Azb’ van het Pakistaanse leger tegen de Pakistaanse Taliban, net als de Peshawar school attack afgelopen december, waarbij 145 mensen (waaronder 132 kinderen) omkwamen. In de media worden de aanslagen op Pakistaanse christenen maar al te snel geïnterpreteerd als intolerantie tegenover andersgelovigen, waardoor Pakistan langzamerhand een reputatie van een radicaal islamitische, sharia-opleggend regime begint te krijgen, maar het probleem ligt niet bij ‘intolerantie’.

Wat vaak wordt vergeten, of nooit echt verteld, is dat Pakistaanse christenen voor Pakistan niet ‘ineens’ een dreiging zijn. Na hindoes zijn christenen de grootste minderheid in Pakistan, en vertegenwoordigen zij ongeveer 1,6% van de Pakistaanse gemeenschap. Een grote populatie christenen is te vinden in de metropolis van Karachi, de grootste stad van Pakistan, en er zijn nog een onbekend aantal Christelijke dorpen in de Punjab provincie, voornamelijk in de steden Lahore en Faisalabad, waar christenen al generaties lang woonachtig zijn. Zelfs in de conservatieve Khyber Pakhtunkhwa provincie zijn er ongeveer 200.000 christenen te vinden, waarvan 70.000 christenen in de stad Peshawar.

Bijna alle Pakistaanse christenen zijn afstammelingen van bekeerde hindoes uit de Britse koloniale tijdperk. De meeste bekeerlingen waren van de lagere kasten, die de laagste rang in de maatschappij hadden, van geboorte tot hun dood. Bekeren tot het christendom was een ontsnapping uit het kastensysteem. Het Brits-Indië gaf deze bekeerlingen werk in hun ‘cantonments’, speciale woonwijken die door het leger waren gemaakt voor soldaten. De christenen werkten in en rondom de huizen en hadden een eigen woongebied in zo’n cantonment die ‘Lal Kurti’ wordt genoemd. Vandaag de dag wonen welgestelde Pakistanen in die cantonments, en bestaan deze ‘Lal Kurti’-woonwijken nog steeds door de kloof in financiële status.

In de tijd dat Pakistan werd opgericht stonden de christenen achter de Pakistan Muslim League (PML), die werd aangestuurd door de oprichter van Pakistan, Muhammad Ali Jinnah. Christenen werd gelijkheid en vrijheid om hun geloof te belijden beloofd, en daarom steunde de christelijke gemeenschap Jinnah. Deels ook omdat de islam een monotheïstische godsdienst is, en dichter bij het christendom ligt dan het polytheïstische hindoeïsme. Nadat Pakistan in 1947 onafhankelijk werd, veranderde de positie van de christenen helaas op dramatische wijze. De opvolgers van Jinnah misbruikten de anti-blasfemie wetten en gaven de naam ‘Islamic Republic of Pakistan’ een hele andere lading. Het meten met twee maten, tussen moslims en christenen, en de wijze waarop de wetten worden geïmplementeerd, geeft een gevaarlijk signaal af: dat de islam ineens dé nationale identiteit is.

Pakistaanse christenen zijn al sinds de 14de en 15de eeuw deel van een meertalig, multi-etnisch en multireligieus land (daarmee bedoel ik India voordat het werd opgedeeld). Al eeuwen hebben mensen met allerlei verschillende godsdiensten naast en met elkaar in harmonie geleefd. Ze vieren vaak zelfs elkaars feestdagen samen. Christenen (en hindoes en sikhs) kunnen rekenen op de sympathie van hun mede-landgenoten, want in een land met 182,1 miljoen (2013) inwoners zijn zij voor de gewone burger nog steeds een buurman, vriend of zelfs familie.

Politieke spanningen in en rondom Pakistan hebben bijgedragen aan het noodlot van de christenen die omgekomen zijn in de aanslagen op kerken. Militanten groepen die deze aanvallen uitvoeren denken een statement te maken, een signaal af te geven aan het Westen. Daar komt nog bij dat de houding van de huidige premier van Pakistan tegenover deze gewelddadige ontwikkelingen op zijn zachts gezegd laakbaar genoemd mag worden. Hij lijkt zich totaal niet te bekommeren om het lot van deze burgers.

Wanneer we het over Pakistan hebben, dan ben ik niet de meest optimistische persoon, maar ik heb tóch hoop dat het weer goed kan komen. Wat Pakistan vergeten lijkt te zijn, maar wat ik gelukkig desondanks bij genoeg mensen terugzie, is de wil om mensen die ‘anders’ zijn de ruimte te geven hun leven te leven zoals ze dat wensen. De belangrijkste man in de geschiedenis van Pakistan, Muhammad Ali Jinnah, zei in 1947 in een toespraak hierover [11 augustus, 1947 | 1st presidential address to the constituent assembly of Pakistan by Muhammad Ali Jinnah]:

You are free; you are free to go to your temples, you are free to go to your mosques or to any other place or worship in this State of Pakistan. You may belong to any religion or caste or creed — that has nothing to do with the business of the State.

En anders kunnen de corrupte regeringsleiders de witte strook in de nationale vlag van Pakistan beter ook maar groen kleuren, want die vertegenwoordigt iedere Pakistaanse burger die niet moslim is.

Geef een reactie

Laatste reacties (21)