2.129
34

Journalist / Programmamaker

Hasna El Maroudi (Rotterdam, 1985) is redacteur bij Joop. Hasna schreef in het verleden columns voor o.a. e-zine Spunk, NRC.next en Trouw.

Eén battle die Hans Hillen nooit gaat winnen

Onze minister van Defensie is bang voor rapmuziek, maar de realiteit is nog veel enger

Ik vraag me vaak af in welke wereld sommige politici leven. Bijvoorbeeld toen
premier Rutte riep dat armoede in Nederland niet bestaat. ‘Hij moet eens op Rotterdam-Zuid gaan kijken’, dacht ik destijds. Nederland is een stuk groter dan het Haagse. Nu is het demissionair minister Hans Hillen (Defensie, CDA) die wel zulke dommigheid tentoonspreidt dat mijn rap-broek bijna van mijn kont zakt.

In een interview met Elsevier zegt Hillen namelijk:

De ergste uitvinding ooit is rappen: agressief schreeuwen op een offensief ritme. Dat beeld zit in de samenleving. We moeten terug naar het Franse chanson, met een gitaar zonder drums. Harmonie en melodie leren ons weer inschikkelijk te zijn en daarmee overwinnen we problemen.

Nu zal ik als liefhebber van de Franse taal – op een blauwe maandag heb ik Franse taal en cultuur gestudeerd – altijd pleiten voor méér Franse liederen.  Sterker nog, op mijn ideale dag lig ik in het park, schijnt de zon, kriebelen grassprietjes tussen mijn tenen en klinkt frivool gitaarspel op de achtergrond. Dat de wereld er voor Hillen, en soms voor mij, mooier uitziet wanneer we Jacques Brel, Edith Piaf, of Dalida opzetten, betekent dat we ons gelukkig moeten prijzen. Het betekent dat we niets te klagen hebben.

Want terwijl Hillen rap ‘de ergste uitvinding ooit’ noemt, is rapmuziek voor velen niet alleen een uitlaatklep maar ook een communicatiemiddel. Bovendien wordt vaak een aantal sociale en maatschappelijke misstanden in rapmuziek aan de kaak gesteld. In een taal die, anders dan de taal van Hillen, de burger kan begrijpen.

Neem bijvoorbeeld Tupac’s klassieker ‘changes’, waarin hij, zoals de titel doet vermoeden, pleit voor verandering. Het nummer gaat voor een groot deel over racisme in de Verenigde Staten en de manier waarop met Afro-Amerikanen wordt omgegaan, maar het raakt ook een groter probleem: de politieke focus. Vanzelfsprekend is een ‘war on drugs’ belangrijk, maar is het niet vele malen belangrijker dat iedereen te eten heeft? Een ‘war on poverty’ zou de prioriteit moeten hebben, aldus Tupac.

In de Verenigde Staten zijn tal van voorbeelden te noemen van rappers of rap-formaties die sociale en maatschappelijke problemen door middel van hun teksten aan de kaak stellen en/of hebben gesteld. Denk aan Fuck the Police van N.W.A., of Straight out of Compton, van dezelfde formatie.  Andere voorbeelden zijn KRS-one met Sound of da Police, of nummers van hiphop-formatie Public Enemy. Stuk voor stuk nummers die redelijk agressief overkomen, maar het is dan ook geen kattenpis waar over wordt gerapt. In een samenleving waarin racisme, corruptie bij de politie en armoede werkelijkheid zijn, moeten soms harde woorden vallen.

Dichter bij huis zijn we een stuk milder. Wij hebben onder meer Ali B.. De rapper van Marokkaanse komaf is door velen in het hart gesloten. Hij zette zich in het verleden in voor War Child en nam met Marco Borsato het nummer ‘Wat zou je doen’ op. Hiermee werd geld ingezameld voor de organisatie, maar belangrijker: doordat Ali B. als rapper een rolmodel is, werd tegelijkertijd ook bewustzijn gecreëerd onder jongeren. Ook rapper Lange Frans slaagde er in het verleden in zaken als zinloos geweld (in het nummer Zinloos) aan de kaak te stellen. Of juist de positieve punten van Nederland, te midden van alle negatieve, aan te kaarten in het nummer ‘Het land van’. Meer expliciete teksten zijn te vinden bij rapper Appa, die vaak genoeg mijn wenkbrauwen doet fronzen, maar ach, ieder zijn taalgebruik…

De minister denkt een punt te hebben wanneer hij zegt dat het beeld van agressief schreeuwen in de samenleving zit, maar mist waar het daadwerkelijk om draait: Het is een schreeuw om aandacht. Er wordt geroepen: politici, doe íets. De bewoording mag Hillen dan niet altijd uitkomen, maar het is de taal van de straat die gesproken wordt.

Beste Hans, luister eens wat beter naar de teksten. Zoek eens uit waar die boosheid (ik zie namelijk geen agressie) vandaan komt en pak die problemen aan. Je pleidooi voor inschikkelijkheid is volkomen ongepast. Als iedereen zijn mond houdt, als iedereen netjes ja knikt en in de rij gaat staan, wie luistert er dan nog naar de kleine man? Jij blijkt er nu in ieder geval al doof voor te zijn.

Volg Hasna El Maroudi ook op Twitter

Dit artikel staat ook op de website van Hasna El Maroudi

Geef een reactie

Laatste reacties (34)