1.139
17

Tweede Kamerlid GroenLinks

Na een studie internationaal recht in Amsterdam, vertrekt Van Tongeren naar Australië. Daar is ze directeur van organisaties voor daklozen, vluchtelingen en mishandelde vrouwen. Ook is ze oprichter en directeur van een centrum voor vreedzame conflictbemiddeling. Terug in Nederland werkt Van Tongeren bij de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en is ze directeur van een vrouwenopvang en een vestiging van de Sociale Dienst. Sinds 2003 is Liesbeth van Tongeren directeur van Greenpeace Nederland. Naast haar werk bij Greenpeace is ze bestuurslid van Women on Top en van een onderneming in duurzaam vastgoed. Ze werd in 2010 voor GroenLinks in de Tweede Kamer gekozen.

Een beter klimaat begint bij jezelf

Een reden voor optimisme; in reactie op de nalatigheid van regeringen, nemen steeds meer mensen het heft in eigen handen

‘Een beter milieu begint bij jezelf’. Wie herinnert zich deze succesvolle campagne uit de jaren negentig niet? Toen de internationale klimaattop in Doha twee weken terug van start ging, moest ik hier vaak aan denken. Als de landen zich niet afhankelijk van elkaar hadden opgesteld en zelf verantwoordelijkheid namen, kon er een nieuwe impuls voor een echt effectieve klimaataanpak worden geforceerd. Een aanpak die eerlijk is voor ontwikkelingslanden, die in tijden van werkloosheid groene banen schept en mensen hoop geeft.

De klimaattop werd van tevoren al met scepsis ontvangen. Toch zijn de onderhandelingen niet voor niets geweest: het Kyoto-protocol is verlengd tot aan 2020. Maar de eindconclusie is teleurstellend: de wereldleiders zijn er nauwlijks in geslaagd om nieuwe afspraken te maken over het verminderen van de CO2-uitstoot. Er komen te weinig nieuwe afspraken die de opwarming van de aarde tegengaan. Voor de achttiende keer ontbrak het aan politieke wil én moed om over de eigen korte termijn economische belangen heen te kijken.

Groene pioniers
Toch is er reden voor optimisme. In reactie op de nalatigheid van regeringen, nemen steeds meer mensen het heft in eigen handen. Dat gaat verder dan het scheiden van afval, het doven van lampen en het flexitariërschap. De initiatieven om zelf schone energie te generen, energie te besparen en eerlijk voedsel te produceren rijzen de pan uit. Zolang de overheid het laat afweten, zoeken mensen en bedrijven elkaar op om hun huis, bedrijf en buurt te voorzien van zonnepanelen, LED-verlichting en oplaadpunten voor elektrische auto’s. Hier begint een beter milieu echt bij mensen zelf.

Terwijl het aantal groene pioniers in Nederland groeiende is, is de Nederlandse overheid juist minder gaan doen om klimaatverandering tegen te gaan. Die terugtrekkende beweging is problematisch, omdat burgers slechts in staat zijn de CO2-uitstoot met 20 procent te verminderen. Het is cru dat niet zij, maar de grootverbruikers en de fossiele industrie bijna zes miljard euro aan subsidie ontvangen (tegenover 1,5 miljard euro aan hernieuwbare energie).

Uit ‘The Climate Change Performance Index’ van afgelopen maandag blijkt dat Nederland voor de tweede keer op rij dramatisch is gedaald op deze ranglijst. Inmiddels presteert ons land op het gebied van klimaatpolitiek het slechtst van Europa en slechter dan landen als de Verenigde Staten en India. Aanvoerders van de lijst – Denemarken, Zweden en Portugal – zijn het bewijs dat het anders kan. In het rapport spreken de onderzoekers de hoop uit dat het nieuwe kabinet gaat zorgen voor een trendbreuk.

Het voorbeeld van de jaren negentig verdient navolging
Paars III zou een voorbeeld kunnen nemen aan haar voorgangers uit de jaren negentig: Paars I en Paars II. De overheidscampagne voor gedragsverandering werd in die jaren namelijk opgevolgd door concrete maatregelen waar mensen ook echt wat aan hadden. In 1994 werd een energiebelasting ingevoerd waardoor het bijvoorbeeld aantrekkelijk werd om dubbele ramen te nemen. Enkele jaren later werd een energie prestatienorm geïntroduceerd die onder andere isolatie-eisen stelde aan nieuwbouw. Het zijn voorbeelden die laten zien dat groene politiek een keuze is.

Nederland moet zich niet afhankelijk opstellen van internationale klimaattoppen en kan ook niet verwachten dat individuele burgers een echte doorbraak kunnen forceren. In tijden dat mondiaal beleid moeilijk van de grond komt, zijn andere initiatieven noodzakelijk. Het onderzoeksbureau Ecofys presenteerde deze zomer een simpele, maar doeltreffende aanpak ‘Wedging the Gap’. Bedrijven, burgers, maatschappelijke organisaties en grote steden die werken aan dezelfde soort projecten, moeten de handen ineen slaan. Beeld je maar in hoeveel winst er kan worden gehaald als 15 grote Nederlandse gemeenten hun verdergaande emissiereductie programma’s verbinden en uitvoeren. Ecofys selecteerde 21 van dit soort coalities die samen kunnen zorgen voor een ongekende CO2-reductie van 10 gigaton in 2020.

Deze vernieuwende aanpak sluit perfect aan bij het kabinetsvoornemen om bruggen te slaan. Paars III zal coalities moeten smeden met de groene pioniers en koplopers die al dagelijks bezig zijn om het klimaatprobleem te keren. Nederland moet niet langer passief wachten op wat de andere regeringsleiders doen en laten. Een beter klimaat begint immers bij jezelf.

Geef een reactie

Laatste reacties (17)