Laatste update 20:00
2.271
29

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Een cursus alternative facts en framing uit het verleden

Hoe je het onverdedigbare verdedigen kunt

Incompetentie is een belangrijk kenmerk van het bewind Trump. Die treedt niet alleen aan de dag bij de president zelf maar net zo goed bij zijn ministers. De bizarre uitspraak van minister Ben Carson, die uit Afrika ontvoerde slaven aanduidde als emigranten is daar alleen maar het meest recente voorbeeld van. Het was niet eens fout. Het was absurd. Tegelijkertijd deed de vooraanstaande spreker denken aan John C. Calhoun, een belangrijk Amerikaans politicus uit de eerste helft van de negentiende eeuw over wie de laatste jaren veel te doen is.

John C. Calhoun

Calhoun is qua reputatie een beetje te vergelijken met onze Jan Pieterszoon Coen, de vleesgeworden VOC-mentaliteit, die tot voor kort in Nederland vooral bekend was om zijn uitspraak “Daar en kan in Indië iets groots verricht worden”. De afschuwelijke moordpartijen – op het genocidale af – die hij op zijn naam heeft staan, bleven grotendeels onbelicht. Over de figuur van Coen zijn wij inmiddels heel anders gaan denken. Weinigen zullen het nog aandurven hem als nationaal held en voorbeeld af te schilderen.

Minderheden
Zoiets geldt ook voor John C. Calhoun. Geboren in South Carolina, vertegenwoordigde hij zijn staat in de Amerikaanse Senaat. Tweemaal bracht hij het tot vicepresident. En hij toonde zich in bepaalde noodsituaties, zoals een oorlog met Engeland tussen 1812 en 1815 een knap bestuurder en een groot organisator. Tegelijk was hij een der beste sprekers van zijn tijd. In een winner takes all land land als de Verenigde Staten kwam hij op voor rechten van minderheden. Het Amerikaanse motto e pluribus unum, eenheid in verscheidenheid, lag hem na aan het hart.

Het was dan ook geen wonder dat de beroemde Universiteit van Yale in 1933 een nieuw College noemde naar de grote John C. Calhoun.

Per 1 juli 2017 is dat afgelopen. Vanaf die datum heet het college naar Grace Hopper, een vrouwelijke computerpionier die het ook nog eens  bracht tot vice-admiraal bij de marine. Daaraan gingen felle acties vooraf.

Calhoun nam het namelijk heftig op voor de minderheid waartoe hij zélf behoorde: de slavenhouders in de zuidelijke staten.

De welsprekende senator kreeg ongeveer halverwege zijn loopbaan te maken met een snel groeiende anti-slavernijbeweging die vooral (maar niet uitsluitend) in het noorden van de Verenigde Staten aanhangers vond.  Daarbij werd gebruik gemaakt van actievormen die tot op de huidige dag hun effect bewijzen: pamfletten, bijeenkomsten met vurige sprekers, demonstraties in de open lucht, dramatische getuigenissen van slachtoffers, schokkende illustraties en handtekeningenacties. Regelmatig ontvingen senaat en congres petities waarin om afschaffing van de slavernij gevraagd werd. Dat vereiste een grondwetswijziging want slavernij viel niet onder de federale wetten maar onder die van de afzonderlijke staten.

Slavenmarkt in South Carolina / Austa Malinda French (1810-1880)

Vlijmscherpe geest
Hooghartig zwijgen was naar het oordeel van de zuidelijke politici het beste antwoord op de anti-slavernij actie. In 1837 besloot Calhoun dat te doorbreken. Hij kwam tot de overtuiging dat de slavenhouders het zouden verliezen als zij geen weerwoord boden. Daarom stelde Calhoun voor om de petities meteen krachtig van de hand te wijzen met het argument dat Senaat en Huis van Afgevaardigden daar niet over gingen maar dat het een zaak was van de afzonderlijke staten. En dan nóg. Zijn speech van 6 februari 1837 is een klassiek voorbeeld van alternative facts en framing. Het contrast met de onbeholpenheid van Ben Carson is dan ook treffend. Calhoun was een vlijmscherpe geest en hij kon de belangen van zijn stand briljant verdedigen. Je moet de mensen niet de kost geven die tot op de huidige dag beweren dat Calhoun in het licht van zijn eigen tijd gezien groot gelijk had met zijn verdediging van de slavernij. Juist daarom verdient zijn speech aandacht en studie. Je kunt eruit leren hoe het onverdedigbare verdedigbaar wordt gemaakt. Hoe dat wérkt. Hoe ze je met dezelfde methodes tot op de huidige dag een rad voor ogen proberen te draaien.

Vervelend woord
Om te beginnen: slavernij is een vervelend woord. Het had ook in de tijd van Calhoun al een ongunstige klank. De slimme spreker slaagt er dan ook in dat woord in zijn speech zoveel mogelijk te vermijden. In de Verenigde Staten leer je op school dat hij slavernij a positive good noemde. Zo formuleerde Calhoun het niet precies. Hij had het over de “nu bestaande relatie tussen de twee rassen in de slavenhoudende staten”. Vervolgens betoogde hij dat men daar gezien de omstandigheden de zaken optimaal geregeld had.  Nergens stonden Afrikanen op een hoger peil van beschaving en lichamelijk welzijn. Dat bleek ook uit de snelle bevolkingstoename in hun kring. Het zag er naar uit dat weldra blank en zwart elkaar numeriek in evenwicht zouden houden. En kijk eens naar de liefde en zorgzaamheid waarmee de zwakke of zieke slaaf omringd werd.

Calhoun beperkte zich er niet toe om de slavernij te definiëren als een verhouding tussen twee bevolkingsgroepen. Hij stelde tegelijk vast dat  slavenbezitters geen graaiers waren in tegenstelling tot de kapitalisten in het noorden. Ook bracht hij naar voren dat overal ter wereld er een scheiding bestond tussen de bezittende klasse en de niet bezitters, die met elkaar het werk moesten doen. Dan hadden slaven het gemakkelijker dan uitgebuite dagloners of fabrieksarbeiders. De senator zei hij het er niet bij maar tussen de regels was het duidelijk te horen: er was nu eenmaal een upper class nodig met de nodige vrije tijd om zich te wijden aan het goede, het ware en het schone. Anders zou er van de beschaving niets terecht komen.  Hier zien wij hoe vergoelijking vermengd wordt met intelligent geplaatste jijbakken.

Radicalisering
Daar laat Calhoun het niet bij. Hij demoniseert zijn tegenstanders. Wie meent dat slavernij zondig is, vervalt al gauw tot fanatisme. Die radicaliseert zouden wij heden ten dage zeggen. Dan ligt geweld om de hoek. Dan staan de vrije instellingen van de samenleving op het spel en maakt orde plaats voor chaos. Denk niet dat deze fanatici tevreden zullen zijn met afschaffing van de slavernij, waarschuwt Calhoun. Er zullen steeds nieuwe eisen gesteld worden met als toppunt gelijkheid tussen het blanke en het zwarte ras. Tenslotte zullen de zwarten de blanken onderwerpen en tot slavernij brengen. Tegelijkertijd beweerde hij dat in de Engelse koloniën, waar de slavernij wél was afgeschaft (in 1833) de Afrikaan nu onderhorig was, niet aan een individu maar aan de hele gemeenschap die hem tot arbeid dwong. Voor overredingskracht, zo blijkt hier maar weer, is een consistente redenering niet altijd noodzakelijk.

Verdoezelen
Met allerlei opmerkingen tussendoor probeert Calhoun steeds weer twijfel te zaaien bij wie sympathie heeft voor de afschaffing van de slavernij. Is het dan in de Engelse koloniën zo geweldig? Is het middel niet erger dan de kwaal? En tenslotte: wat zijn de ware bedoelingen van zijn tegenstanders? Willen zij echt de geknechte Afrikanen bevrijden of zijn zij jaloers op de toestanden in het prachtige zuiden waar geld-en graaizucht niet de hoogste waarden zijn? Zit achter dat zogenaamd nobele streven alleen maar de zucht naar gewin? Ondertussen slaagt Calhoun erin het wezenlijke element van de slavernij te verdoezelen. Dat komt in zijn hele betoog geen moment aan de orde. Namelijk dat slaven wettelijk geen rechten hebben en eigenlijk geen persoonlijkheid. Zij zijn roerende goederen die naar willekeur gekocht en verkocht kunnen worden. Dat pijnlijke thema probeerde Calhoun zoveel mogelijk buiten de discussie te houden.

Retorische trucs
Wie de politieke debatten van de laatste weken volgt, stelt onmiddellijk vast dat de retorische trucs van Calhoun nog steeds aan de orde van de dag zijn. De motivaties van andersdenkenden worden verdacht gemaakt. Men gebruikt vergoelijkende termen (“hervormingen”) men vertelt dat de alternatieven nog erger zijn, dat actievoerders met deze methodes en argumenten hun doel voorbijschieten, men demoniseert. Men voorspelt dat “wij” door anderen overspoeld zullen worden en dat vrijheid plaats zal maken voor onderdrukking. Men beschuldigt de tegenstander ervan alleen uit te zijn op winst dan wel eigen eer en glorie. Men beticht hen van jaloezie en egoïsme. Men probeert de onaangename kern van wat men voorstelt of predikt, zoveel mogelijk buiten de discussie te houden. Nog steeds. Elke dag. Volgens het model dat Calhoun al zo briljant toepaste.

Dat is het belang van zijn speech voor het huidige tijdsgewricht. En het werd inderdaad tijd dat Calhoun College naar een nieuwe naamgever zocht. God zal mij bewaren.

Lees hier het artikel van een modern auteur die zich vandaag de dag nog door de woorden van Calhoun laat bedwelmen.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (29)