1.191
15

Politicoloog, publicist

Ik ben politiek filosoof en was onder meer columnist voor Metro en BNR en redacteur voor RTL Late Night.
Sinds 2014 ben ik eigenaar van Slow Politics, het adviesbureau voor bestuur en democratie.
De mode verlangt dat ik mijzelf ‘aanjager’, ‘verbinder’ en ‘trekker’ noem — en dat ben ik ook zeker. Maar mijn kracht ligt in het verdiepen van de dagelijkse ervaring van professionals in de publieke zaak. Hun praktijk is inspiratie voor mijn werk, bewustwording van politieke dilemma’s de brandstof voor het proces, en kwaliteit altijd het ultieme doel. Momenteel werk ik samen met RTL, VNG, Twynstra Gudde en BNR.

Een enge droom voor politici

Het is onder Nederlandse politici heel vanzelfsprekend te denken dat de overheid een bindende vaderrol kan vervullen, maar de burger is de overheid niets verplicht

Het meest memorabele moment van het afgelopen jaar was de toespraak van president Obama bij de dodenherdenking van Newtown. Een hartenkreet: als je niet eens kinderen kunt beschermen dan faal je als samenleving op het meest basale niveau.

 Hun kwetsbaarheid en onschuld verplicht ons hen te beschermen. Lukt dat niet, dan zijn we mislukt. Zo simpel is het. “This is our first task – caring for our children. It’s our first job. If we don’t get that right, we don’t get anything right. That’s how, as a society, we will be judged.”

Obama trok zich het schooldrama niet alleen aan als president, maar ook als vader van twee dochters. Hij sprak zowel als politicus als pater familias. Hij wilde als president Amerikaanse burgers niet slechts beschermen tegen bedreigingen van buitenaf, maar als vader juist ook tegen elkaar onderling. Het grote verdriet van Obama in mijn ogen school juist in de onmogelijke vervulling van die politieke opdracht. Hij besefte als vader des vaderlands eigenlijk maar een heel beperkte maatschappelijke taak te hebben, hoe graag hij ook anders wilde.

Die dubbele taakopvatting van politiek, waarbij de staat niet alleen bewaker is van zijn grenzen, maar ook zorgdrager voor sociale harmonie, is voor de meesten van ons normaal. Toch heeft zij lange tijd niet bestaan. Tot aan de Renaissance ging politiek in wezen over de uitbreiding en handhaving van de staatsmacht tegenover andere staten. De staat bekommerde zich helemaal niet om het maatschappelijke welzijn van haar burgers, dat was de zaak van locale verbanden. Politiek was vooral oorlog, welke lastige consequenties al in de Oudheid beschreven werden. Schrijvers als Homerus en Aeschylus schetsten tragische portretten van het onverzoenlijke conflict tussen familie en staat: de staat eiste van de soldaat de bereidheid te sterven voor de gemeenschap, terwijl zijn familie juist verwachtte dat hij als vader zijn plicht zou vervullen als beschermer en kostwinner.

Sinds de zeventiende eeuw is deze basale opvatting van politiek veranderd. Niet de strijd met de externe vijand, maar de zorg om binnenlandse onderdanen is de centrale opgave van politiek geworden – met als hoogtepunt de twintigste-eeuwse verzorgingsstaat. De Franse filosoof Michel Foucault sprak van biopolitiek: een politiek die gaat over de regulering van de samenleving als ware het een lichaam. Biopolitiek is gebaseerd op het principe een zo groot mogelijke familie te zijn.

Obama’s woorden gingen hierover, of beter gezegd, over de toenemende onmogelijkheid van biopolitiek. Zijn toespraak past in de huidige overgangstijd waarin Westerse staten langzaam maar zeker hun grip verliezen op de samenleving. De biopolitieke droom van de overheid voor haar burgers zoveel mogelijk hoedanigheden te zorgen, zoals ouders voor hun kinderen, komt met de afnemende welvaart en de keten van institutionele implosies langzaam maar zeker aan zijn einde. Illustrerend is dat de wapenverkopen in de VS sinds Newtown geëxplodeerd zijn in plaats van geslonken. Zelfs aan een oprechte politieke bekommering lijken veel mensen geen boodschap meer te hebben.

Het is onder Nederlandse politici nog heel vanzelfsprekend te denken dat de overheid een bindende vaderrol kan vervullen. Specifieker, in Den Haag verwachten velen dat de nationale familieband zelfs kan worden versterkt door een toenemende biopolitiek. Het Haagse refrein is inmiddels al jaren dat zodra de overheid maar dat smeulende vuurtje van de economie weet aan te wakkeren de onderlinge maatschappelijke banden weer zullen versterken.

Niet voor niets kent Nederland als enig land de term “overheid”. Waar normaal de term “staat” wordt gebruikt, zijn wij gewend het te hebben over een staat die ‘boven’ ons staat. Ook in het Duits bestaat de term, maar heet dan Obrigkeitstaat. De betekenis is nogal negatief en staat voor een autoritaire wijze van besturen door een elite waarbij burgers als onderdanen gezien worden. Een recent voorbeeld van deze minachtende attitude is de eis van de KNVB dat coaches en clubs een bestaand handvest opnieuw ondertekenen tegen voetbalgeweld. Alsof zo een verdict leidt tot meer geluk op de voetbalvelden.

Het broederschap Mark Rutte en Diederik Samsom deelt mijns inziens een rotsvast geloof in een vaderlijke overheid. Geef hun een mandaat, dan knappen zij het wel op. In een dagboek in de NRC (22 december jl.) schrijft Samsom daar openhartig naïef (of arrogant) over. De avond na de verkiezingen spraken hij en Rutte de hoop uit niet vier maar acht jaar te gaan regeren. Rutte: “Daarna nemen we een vliegtuig en gaan we in Afrika een land redden.” Het is de mentaliteit van de kolonist en de bestuursstijl van de interim-manager ineen, met het ontbrekende besef dat een toenemende regulatie in deze tijd slechts averechts zal werken.

Voor Rutte en Samsom is het echter alles of niets. Zoals Samsom het apocalyptisch verwoordde in zijn dagboek: “Na tien jaar van eerst ontkenning en daarna onmacht moeten we nu Nederland klaar maken voor een nieuwe realiteit. Dit decennium hebben we nog, anders stormen we de afgrond in.” Een andere mogelijkheid is er niet in zijn ogen. De samenleving zal het kabinet moeten volgen in zijn beleid anders is zij ten dode opgeschreven.

Voor 2013 wens ik Nederlandse politici een toenemend inzicht in de hopeloosheid van deze politieke houding toe. Zolang er een steeds strenger beroep op burgers wordt gedaan door de overheid, terwijl zij inhoudelijk minder en minder te bieden heeft, zal de kloof tussen overheid en samenleving groter worden. Dat inzicht impliceert bijvoorbeeld: geen bestuurlijke schaalvergroting, geen criminaliserend drugsbeleid, geen EPD, geen nationale politie en geen beleidsmatige rechterlijke macht.

Samsom schrijft in zijn dagboek: “Ik zeg keer op keer dat het moeilijke jaren gaan worden, dat het pijn gaat doen. Op de een of andere manier landt dat niet. Maar ik geef toe. Ik zoek naar de juiste balans: tussen optimisme en daadkracht, empathie en realisme. Misschien is er soms bij mij te weinig twijfel en onzekerheid zichtbaar.” Ik zou zeggen: inderdaad Diederik, je boodschap landt niet, omdat je doet alsof je onze vader bent, terwijl je niet eens familie bent. Wen er maar aan.

Volg Gerard Drosterij op Twitter of lees zijn blog

Dit stuk staat in verkorte versie in het Brabants Dagblad, 29 december 2012


Laatste publicatie van Gerard Drosterij

  • De zucht naar goed bestuur in de stad

    (redactie, met Frank Hendriks)

    2012


Geef een reactie

Laatste reacties (15)