2.308
25

Universitair hoofddocent, UvA

Joost van Spanje is universitair hoofddocent politieke communicatie aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is gespecialiseerd in onderzoek naar de reacties van de gevestigde orde op nieuwe politieke partijen. Dit omvat juridische reacties (bijv. strafvervolging), politieke reacties (bijv. cordons sanitaires) en media-reacties (bijv. doodzwijgen). Joost is winnaar van de Jaarprijs Politicologie 2010, van een NWO Veni-onderzoeksbeurs in 2012 en van een NWO Vidi-onderzoeksbeurs in 2015.

Een groot probleem

Wereldwijd zijn steeds meer landen een democratische rechtstaat geworden de laatste decennia. Soms volgt terugval tot dictatuur, zoals momenteel in Turkije. Mede dankzij de stem van honderdduizenden mensen die in West-Europa wonen. Hoe wordt die stem geïnterpreteerd?

“Nederland heeft een groot probleem.” Dit probleem, zo schreef Özcan Akyol vorige week in het AD, is dat tienduizenden mensen in ons land “het geen probleem vinden dat een autocratische leider de vrijheden van mensen inperkt, tegenstanders uitschakelt en mediabedrijven intimideert en opdoekt. Ze zijn zelfs trots op een leider die zich bedient van dit soort praktijken. Dat is angstaanjagend.”

Probleem
Beeld: Kremlin

Aanleiding voor Akyols zorg: een rapport dat de Turkse president Recep Erdogan afgelopen week 73% van de in ons land uitgebrachte stemmen zou hebben ontvangen, bij een opkomst ergens tussen de 33 en 47%. Dus 60.000 tot 90.000 kiesgerechtigde Turkse Nederlanders zouden de moeite hebben genomen om te stemmen op een man die “andersdenkenden de mond snoert, treitert en (…) opsluit.”

Dit strookt met de uitslag van het referendum over wijziging van het Turkse presidentiele stelsel vorig jaar – en met analyses van de stem op Denk, een partij die Erdogans politiek regelmatig verdedigt. Bijvoorbeeld: bij het debuut van Denk bij lokale verkiezingen in maart steeg de opkomst onder Turkse Amsterdammers van 34% (in 2014) naar 48%. Denk kreeg 74% van de stemmen in die groep.

Ongemakkelijk
Het hoofdredactioneel commentaar van NRC Handelsblad was vorige week kort over Erdogan, “een autoritair leider die er niet voor terugdeinsde zijn (politieke) tegenstanders met alle mogelijke middelen te bestrijden.” Zijn aanhangers in ons land “zien het probleem helemaal niet,” aldus Akyol. “Als gevoelens van nationalisme worden aangesproken is Recep Tayyip Erdogan hun grote leider.”

De verkiezingen zijn gehouden terwijl “tienduizenden mensen vanwege onbewezen staatsgevaarlijke activiteiten zijn gedetineerd, de persvrijheid meer en meer onder druk staat” en de Koerdische leider vast zit, somt NRC op. Vanwege de wijziging van het presidentiele stelsel, mede dankzij vele Turks-Nederlandse stemmen, leverden die verkiezingen Erdogan zelfs “nagenoeg absolute macht” op.

De Volkskrant legde afgelopen week uit waarom: Erdogan stelt een nieuwe regering samen zonder premier; “de president zit voortaan de ministerraad voor. Hij kan decreten uitvaardigen, de begroting opstellen, naar hartenlust ministers ontslaan en benoemen. Hij benoemt de vicepresidenten en  topbureaucraten” en adviesorganen rapporteren direct aan hem. Erdogan blijft wellicht aan tot 2032.

En wat deed onze regering? Ten behoeve van die verkiezingen werden er langs snelwegen in ons land verkeersborden geplaatst. Die borden wezen de weg naar stembureaus. Op vragen hierover van Sven Koopmans (VVD) liet staatssecretaris Raymond Knops (CDA) van Binnenlandse Zaken weten dat hij een “ongemakkelijk gevoel” bij deze verkiezingen had maar toch logistieke ondersteuning bood.

Verworvenheden
Erdogans zege werd in ons land uitgebreid gevierd. Ondernemer Yesim Candan schreef vrijdag in de Volkskrant dat ze overal op het Amsterdamse Mercatorplein “Erdogan-liederen” hoorde, “waarin zijn charisma en zijn leiderschap worden bezongen.” Het deed haar denken aan 11 maart 2017, toen ze op tv “opperturken” zag die in Rotterdam tegen de ME “vochten als leeuwen voor hun leider Erdogan.”

Hoe wordt dit gedrag geïnterpreteerd? In Candans interpretatie weet de Turkse gemeenschap niet wat het aan Nederland heeft. Erdogan daarentegen biedt “erkenning en liefde: en voorziet zo hele generaties van een trotse identiteit.” Daarom stelt ze voor dat premier Mark Rutte (VVD) tegen Turks-Nederlandse jongeren zegt: “Erdogan is helemaal niet je leider, dat ben ik. Ik ontferm me over jullie.”

Maar Rutte had een heel andere boodschap. In een uitzending van Zomergasten op 4 september 2016 was de premier duidelijk over Turkse Nederlanders die een journalist stoorden bij de uitoefening van het werk: “Lazer zelf op. Ga zelf terug naar Turkije. Pleur op.” En hij voegde eraan toe, wijzend op onder andere persvrijheid: “Met onze verworvenheden, onze normen en waarden, is het alles of niets.”

Afwijzing
Eenzelfde standpunt werd vorige week verwoord door de Oostenrijkse vicepremier Heinz-Christian Strache (FPÖ) in zijn tweet: “Alle Turken in Oostenrijk die op Erdogan hebben gestemd raad ik een terugkeer naar Turkije aan.” De Erdogan-steun zou naar verluidt in Oostenrijk (72%) vergelijkbaar zijn met die in Frankrijk (64%), Duitsland (65%) en België (75%), alle met opkomst van 30 tot 50%.

Volgens Strache bewijzen deze uitslagen “opnieuw dat de integratie van duizenden Turken een miserabele mislukking is.” In buurland Duitsland gaf de voormalig sociaaldemocratische leider, Martin Schulz, een andere interpretatie. Hij zei afgelopen week tegen de Rheinische Post dat Erdogan Turkse Duitsers trots zou bieden ter compensatie van alle “achterstelling” en discriminatie jegens hen.

Een weer andere interpretatie had Schulz’ collega Cem Özdemir, ex-politiek leider van de Duitse groene partij. Die Welt citeerde hem vorige week: “De feestvierende Duits-Turkse Erdogan-aanhangers juichen niet alleen een alleenheerser toe, maar drukken daarmee meteen ook hun afwijzing van onze democratische rechtstaat uit. Net als de AfD.” Afwijzing van onze democratische rechtstaat.

Als die interpretatie klopt heeft Nederland een groot probleem.

De gegevens over de gemeenteraadsverkiezingen te Amsterdam zijn afkomstig van onderzoek van mijn collega’s Floris Vermeulen en Maria Kranendonk (beiden Universiteit van Amsterdam).

Geef een reactie

Laatste reacties (25)