1.936
26

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Een heel nieuwe betekenis van het woord ‘participatie’

De extreem liberale politiek van nu wil van de hele werkelijkheid één grote markt maken 

Extreem links, extreem rechts – ik moet bekennen dat ik me bij het lezen van deze term steeds vaker erger. Niet dat er geen extremen zouden bestaan, maar wanneer we het woord hanteren zoals we dat doen, op politiek vlak althans, worden grote misverstanden geschapen. Maar er zijn er natuurlijk die baat hebben bij deze misverstanden (en wie misverstanden uit eigenbelang koestert, behoort tot de categorie van leugenaars).

Ik lees weer eens in een buitenlands tijdschrift een beschrijving van de huidige politieke situatie in Nederland. De journalist schets een juist beeld, met cijfers en tabellen, alles prima – totdat hij over de ‘extreme’ partijen begint, met extreem links de SP. Hiermee wordt gesuggereerd dat de partijen die op het moment regeren niet extreem zouden zijn. Ja, door de SP in de hoek van de extremen te duwen, wordt de facto aan de regeringspartijen het imago van degelijke middenvelders verleend.

Extremen zijn eng, gemaakt voor en door drammerige dwepers, gewelddadige fanatici, of – laten we vriendelijk zijn – voor en door mensen die weliswaar gedreven zijn door mooie ideeën en visioenen maar bij wie het aan zakelijkheid en deskundigheid ontbreekt. Kortom, een nuchtere, voorzichtige Nederlander (“doe gewoon dan ben je al gek genoeg”), stemt op iets wat in het midden ligt, en niet op wat algemeen voor extreem wordt aangezien.

Misverstand
Hier schuilt een groot misverstand. Want het ‘midden’ van vandaag, concreet wil dat zeggen de coalitie VVD en PvdA, is even extreem als wat rechts van de VVD zou liggen en links van de PvdA. En mogelijk extremer dan zogenaamd extreem links. We moeten daarom ophouden met ons de zaken als liggende op een horizontale lijn voor te stellen: van links naar rechts PS, PvdA, VVD, PVV. De politiek heeft tegenwoordig de vorm van een driehoek, met drie extremen : extreem rechts, extreem links, extreem liberaal.

Extreem liberaal
Ja, want de hedendaagse liberale politiek, gebaseerd op het vrije-markt-denken van vandaag, is extreem. Het liberale denken van onze tijd wordt vaak met de term neo-liberaal bestempeld. Dit is mijns inziens niet treffend genoeg. Wanneer je ‘neo’ zegt, dan wijs je daarmee op iets wat terugkomt van weg geweest, en dat er, teruggekomen, iets anders uitziet dan toen het nog niet ‘neo’ was. Het betekent zowel ‘opnieuw’ als ‘nieuw’.

Nu is het zo dat het liberalisme van vandaag dusdanig nieuw is in vergelijking met het liberalisme van voorheen, dat het aspect van ‘opnieuw’ erbij verbleekt. Dit zet het woordje ‘neo’ onder druk. Ik denk dat we het daarom beter kunnen hebben over extreem liberalisme. Ja, want waar ligt het nieuwe, dat niet een opnieuw is? Ik baseer me met name op een belangrijke analyse van de Franse sociologen Pierre Dardot en Christian Laval (La nouvelle raison du monde, La Découverte, Parijs, 2009): het klassieke liberale denken beperkte zijn toepassingen tot één enkel domein van de samenleving, namelijk de markt, terwijl de extreem liberale politiek van nu van de hele werkelijkheid één grote markt wil maken.

Ja, hier zit een extreem verschil. Een liberaal beleid dat er mee kan leven dat er domeinen bestaan in de maatschappij waar het concurrentie-denken niet van toepassing is (onderwijs, zorg, verkeer en waterstaat, defensie…), is heel wat anders dan een liberale politiek die alle terreinen van de samenleving aan het vrije markt stelsel wil onderwerpen. Deze laatste politiek is wanneer je die met de eerste vergelijkt met alle recht extreem te noemen. Nee, wie op de VVD of de PvdA stemt is niet degelijk en voorzichtig, hij of zij stemt extreem.

Het woord participatie
Kortom, oppassen met woorden! Wat bedoel je wanneer je het over extreem hebt? Ja, en nog zo’n woord, we hebben het laatst ontdekt: ‘participatie’. In de troonrede van dit jaar wordt het woord ‘participatie’ gebruikt om een houding van mensen aan te duiden die tegengesteld is aan de houding die de verzorgingsstaat met zich mee zou brengen. Alsof de verzorgingsstaat zoals we die sinds het einde van de 2e Wereldoorlog kennen niet de vrucht zou zijn van een democratische politiek, gedragen door een nationaal debat waar de burgers aan ‘participeerden’.

In onze democratie hebben we allemaal ‘geparticipeerd’ aan een politiek die het voor zwakkeren en kansarmen opnam. Natuurlijk, aan deze wezenlijke vorm van participatie denken de extreem-liberalen niet. Zij zien de staat als een winkel (ik citeer Francisco van Jole) en de burger als consument. Je krijgt dingen van de staat, maar het is niet meer genoeg om je handje op te houden, je moet er zelf meer voor doen – meer betalen, bijvoorbeeld. Ja, en dit is nu een prima voorbeeld van hoe het extreem-liberale denken en handelen van de huidige regering de hele werkelijkheid dreigt te koloniseren, en daarmee ook de taal.

Door het woord participatie te claimen voor een houding van voor-jezelf-opkomen (« verantwoordelijkheid nemen voor eigen leven en omgeving »), ontdoe je het van een andere betekenis, die veel oorspronkelijker is, namelijk die van mee-doen in het politieke debat, en bijna – zo niet helemaal – van solidariteit. Ik weet het, niets nieuws onder de zon, elke extreme ideologie probeert het vocabulaire te konfiskeren en voor haar karretje te spannen. Reden om altijd waakzaam te blijven.

Dit artikel verscheen op de website van Caspar Visser ’t Hooft: Schrijver in Frankrijk. Volg Caspar ook op Twitter


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (26)