448
1

Emeritus hoogleraar Gezondheidszorg

Ivan Wolffers (1948) studeerde af als arts. Sindsdien schrijft hij over medische onderwerpen, variërend van medicijnen tot zijn eigen prostaatkanker. Hij promoveerde in de medische antropologie en werd in 1989 benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam waar hij tot zijn emeritaat in 2014 Gezondheidszorg en Cultuur doceerde.

Een hersenkaart van de potentiële partnerkeuze

Iedere dag een gezond weetje. Vandaag: Onze hersenen vertellen ons wat we van een potentiële partner vinden

Ivan Wolffers schrijft elke dag een gezond weetje, gebaseerd op onderzoeken met merkwaardige en soms ongelofelijke uitkomsten. Door de weetjes van Wolffers leer je van alles over bijvoorbeeld verschillende ziektes, medicijngebruik en gezond afvallen, maar ook over de vaak komische verschillen tussen mannen en vrouwen.

Als ik op een verjaardag vertel over de biochemie van de aantrekkingskracht tussen mensen hoor ik vaak protesten omdat het bijna onverdraaglijk is te moeten denken dat partnerkeuze minder door vrije wil bepaald wordt dan we denken. Toch moet wat er gebeurt als er vonken overslaan ook op een of andere manier in ons zenuwstelsel zijn weerslag vinden. Het kan niet anders. Onderzoekers hebben nu een landkaart van de hersenen gemaakt waar hét gebeurt.

Sorry, het is een beetje saai: zenuwactiviteit in twee hersengebieden van de dorsomediale prefrontale cortex (DMPFC), paracingulate cortex, en rostromediale prefrontale cortex (RMPFC) was ervoor bepalend welke ontmoeting tijdens een speeddate sessie uiteindelijk werd voortgezet.

Maar laat me beter uitleggen wat deze tovenaarsleerlingen precies uitgedokterd hebben. 73 mannelijke en 78 vrouwelijke vrijwilligers werden gevraagd mee te doen met een speeddate sessie. Je krijgt daarbij een mogelijkheid van 5 minuten om kennis te maken en je schuift door naar de volgende tafel en wie het meeste indruk op je heeft gemaakt, daar moet je dan maar wat mee zien te regelen.

Maar voor die speeddating kreeg de helft van de vrijwilligers een door een MRI geregistreerde sessie waarbij een aantal leden van het andere geslacht werden getoond en waar van ze moeten aangeven hoe aantrekkelijk ze hem of haar vonden. Dat wisten de onderzoekers dus al vast.

Daarna volgde de speeddate en in 62 procent van de gevallen werd iemand gekozen waarbij ze van te voren aangegeven hadden dat ze daar wel iets in zagen. Logisch zal je zeggen, maar in die eerste sessie was het slechts even snel een foto (uiterlijk dus), maar in de speeddate sessie ging het om een gesprek van 5 minuten, waarin je dus hoort van welke muziek, films en boeken die ander houdt, of hij of zij vroeger een hond of een kat had en of ze meer van hun vader of hun moeder houden. En nu komt het: de beslissingen werden allemaal genomen in die paracingulate schors, die oplichtte bij iemand die in het algemeen als aantrekkelijk werd beschouwd, maar dat de rostromediale prefrontale schors oplichtte bij een enkeling en die door anderen niet als aantrekkelijk werd gezien.

In de snelle evaluatie of je een potentiële partner tegenkomt (iets wat voortdurend gebeurt in ontmoetingen: hé is dat iemand voor mij of juist niet) is er dus één gebied in de hersenen dat kijkt of iemand aantrekkelijk in het algemeen is en één gebied waar de persoonlijkheid van de ander een belangrijke rol speelt. Daar gebeurt het allemaal in een paar seconden. Als je dat een onaantrekkelijk idee vindt, kan ik je troosten, want dat gebeurt natuurlijk alleen bij andere mensen maar niet bij jou.

Volg Ivan Wolffers ook op Twitter
Het weetje dinsdag nalezen: Onthou je positieve woorden beter als je koffie drinkt?
Het meest recente boek van Ivan Wolffers is: Gezond


Laatste publicatie van IvanWolffers

  • Broer van God

    Oktober 2017


Geef een reactie

Laatste reactie