Laatste update 10:33
6.091
9

Columnist, radiomaker

Malou werkt voor radioprogramma's en is columnist voor onder meer Preview magazine.

Kut, een lekker ding op de bank

Nemen zou in dit geval echt een betere optie zijn geweest dan geven maar daar kom ik helaas nèt te laat achter

‘Ik moet nog heel even naar de bank voor mijn pasje en dan race ik naar het strand!’-schreeuw ik in mijn telefoon terwijl ik een groepje Chinese toeristen ontwijk. Waarom kies ik uitgerekend voor de bank op het Leidseplein vraag ik mij al Chinezen-slalommend af.

Het is warm in stad. Dit in combinatie met haast en toerist-ontwijkende capriolen maakt mijn verschijning op zijn zachtst gezegd klammig.

cc-foto: Dennis Skley
cc-foto: Dennis Skley

Mijn hoofd is rood, mijn haar plakt in mijn gezicht, er staan druppeltjes op mijn bovenlip en ik vrees dat mijn keurig bijgetekende wenkbrauw is verhuisd naar mijn wang.

Nahijgend ren ik de bank binnen en stuit tegen een vrolijk joch met een iPad.

‘Waarmee kan ik u helpen mevrouw’, vraagt het glimlachende mannetje.

Ik vind hem aardig maar vraag me wel af of hij aan het eind van de dag niet enorme kramp in zijn kaken heeft. Die glimlach ziet er pijnlijk uit.

Waarmee kan hij mij helpen? Ik grap dat hij mij kan helpen met een gin-tonic maar dat snapt hij niet. Het is immers een bank en geen bar. Wel hebben ze koffie en thee en dat mag ik zelf pakken.

Ik vraag me vaak af of ik de enige ben die altijd ruzie heeft met een koffiemachine. Ik hoop het niet want dat zou betekenen dat alle koffiemachines zich tegen mij hebben gekeerd en dat zou pas écht eng zijn.

Na een minuut op knopjes drukken krijg ik koffie.

Ik wilde thee.

Ik zet mijn koffie op een tafeltje en ga zitten op een Barcelona chair in de hal. Op zo’n stoel is het de bedoeling dat je lekker en comfortabel naar achter zit. Bij mij resulteert dat in een nog klammere rug door het zwarte leer en mijn restant zweet van de Chinezen-slalom. Mijn koffie blijft onaangeroerd omdat ik vanuit deze non-comfortabele houding never nooit bij het kopje op het tafeltje kan komen.

Ik zie het blije iPad-ei mijn kant op wijzen en er komt een man mijn kant op gelopen. Ik vind hem knap en ben me daarom meteen bewust van het feit dat ik met een plakkerig bezweet lijf in een ongemakkelijke houding zit waar ik niet charmant uit ga komen.

‘Kut’, hoor ik mezelf zeggen. Dat vond ik blijkbaar wel gepast.

Hij steekt zijn hand uit om zich voor te stellen maar precies op dat moment vind ik het een beter idee om mijn bekertje koffie te pakken.

‘Kut!’, hoor ik mezelf wéér zeggen.

Ik loop achter hem aan en mag plaatsnemen in een hokje. ‘Moment, ben zo terug’, zegt hij en loopt weer weg. Ik gris in mijn tas, pak mijn telefoon en app mijn bestie om te vertellen dat ik de liefde van mijn leven heb ontmoet. Ik zit nu tegenover hem bij de bank en weet niet wat ik moet doen.

‘Zo, lekker vrij vandaag’, hoor ik hem vragen en semi betrapt leg ik mijn telefoon omgekeerd in vreemdgangers-stand op tafel. Je weet wel, omgekeerd, zodat inkomende berichten niet direct te lezen zijn.

Hij gaat zitten en typt wat op zijn computer. Nooit eerder lette ik op hoe iemand typt maar het valt me op dat hij ontzettend mooi kan typen. Ik geef mijn paspoort en hij typt verder. Ik bedenk me dat ik iets moet zeggen en dat het vreemd is dat ik niet heb geantwoord op zijn eerste vraag.

Ik pak het kopje koffie en op het moment dat ik het bekertje op mijn lip wil zetten en een slokje wil nemen kijkt hij op en vraagt of het een beetje uit te houden is buiten.

‘Ik heb net bijna een toerist aangereden. Dat was wel kut! Dat heb ik best vaak!’

(???????????????????)

Ik herhaal deze zin in mijn hoofd en vervloek de seconde die mij deed beslissen antwoord te geven in plaats van een slok koffie te nemen.

Nemen zou in dit geval echt een betere optie zijn geweest dan geven maar daar kom ik helaas nèt te laat achter.

Ik neem mijn verlies en samen lopen we naar buiten. Zonder telefoonnummer en met de onaangeroerde koffie. Ik pak mijn telefoon en lees het berichtje van mijn bestie:

Ideale situatie! Gewoon zijn kaartje pakken en anders even vragen! Succes en zie je vanmiddag op het strand! Xxxx

‘Kut!’, roep ik als ik langs café De Balie loop. De serveerster moet lachen! Typend loop ik naar mijn fiets.

KUT KUT KUT KUT KUHUT!!!!! NIET GEDAAN!!!!! NIETEENS AAN GEDACHT!!!!! IK HAAT MEZELF!!!!! TOT VANMIDDAG OP HET STRAND!!!! XXXXXXX – schrijf ik terug.

Die middag lig ik met vrienden op het strand. Ik heb afgesproken met mijn bestie maar hij is wat later. Na een tijdje bel ik hem om te vragen of hij soms denkt dat het strand naar hem toe gaat komen.

‘Ssssssttt’ slist hij. ‘Ik sta in de ABN op het Leidseplein. Even dat kaartje scoren van die mooie man. Daar waar jij weer te schijterig voor bent! Je kan godverdomme ook niks zelf!’

Dan is het stil. Alle 395023 oproepen die ik hem aanbied, blijven stil.

Na een uur komt hij het strand op gelopen en ik kan niet zien of hij goed of slecht nieuws gaat brengen.

‘Ja, stomme trut! Als je nou gewoon zijn naam had onthouden en dat op Facebook had ingevuld met de naam van de bank er achter is het de eerste die opduikt! Dan had je gelijk kunnen zien dat hij een vriendin heeft en dan had ik niet voor Jan Lul voor zijn neus gestaan! Domme koe!’

Iedereen moet lachen.

‘Ach lieverd! Hij vond je wel knap op de foto dus die kan je in je zak steken! Kom we gaan zwemmen!’

In het water word ik omgedoopt tot Louser.

Ik troost me met de gedachte dat het leven gelukkig vol verrassingen zit.

Soms druk je op het knopje thee maar krijg je koffie.

Deze column is met liefde overgenomen van De Suikermeisjes

Geef een reactie

Laatste reacties (9)