873
13

Gemeentedichter van Veghel

Bas Geeraets is in 1979 geboren te ’s-Hertogenbosch Noord-Brabant en groeide op in Vught.
Zijn middelbare schoolperiode in Den Bosch bracht hem tijdelijk naar de Lerarenopleiding
Nederlands in Utrecht en vanuit daar naar de Kunstacademie in Breda, waar hij in 2005
afstudeerde als beeldend kunstenaar. Na zijn afstuderen is Bas Geeraets gaan werken en is zich naast zijn werk, vanaf 2010 gaan richten op schrijven. Dat resulteerde in een tweetal gepubliceerde columns in dagblad De Pers en in 2011 een publicatie in dichtbundel ‘Dansen op de maat van het ogenblik’ naar aanleiding van de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd. In 2012 is Bas Geeraets uitverkozen tot de Gemeentedichter van Veghel, debuteerde hij in De Leunstoel www.deleunstoel.nl met korte verhalen, schrijft columns en gedichten voor De Koerier (Veghel) en is werkzaam als copywriter op freelance basis.

Een luxeprobleem op het spoor

De bedoeling lijkt mij nog altijd mensen in de trein te krijgen en ze er niet met een stok uit te slaan. 

Hebt u niets met ‘firstworldproblems’, dan zou ik vooral niet verder lezen. Want dat wat de schrijver aan gaat kaarten is een luxeprobleem – binnen een bepaald kader. In sommige gevallen (echter) zou men het probleem dat weldra aangekaart wordt, als onderdeel zien van een groter geheel. Denkt u daarbij vooral aan een kiezel die men in het water gooit. Hoe groot de buitenste ring ook mag zijn, de oorzaak ligt bij dat kleine kiezeltje.

De schrijver van dit stuk is van mening dat, als men lijdzaam toekijkt hoe er steeds kiezeltjes geworpen worden, er structureel in een land niets verandert. Problemen pak je dus aan bij de kern. In dit geval is dat wederom de NS, met als ruggensteun, een minister Mansveld die ze pusht.

De NS is een bonus beloofd van 10 miljoen euro als ze goed presteren – boven verwachting. Daar staan wel een paar dingen tegenover: gewone intercity’s moeten rijden tot 01:00 in de nacht, de sprinter moeten – enkel en alleen op de langere routes – voorzien zijn van een toilet, bij vertraging of een storing moet er binnen een uur vervangend vervoer geregeld worden. Nou, dat duurde lang. Jaren heeft het geduurd voordat het mokkende volk, dat steevast met een volle blaas een gestrande sprinter uitstapt in een maïsveld alwaar een bus niet kan geraken, iets van een toezegging heeft gekregen. Maar tegen welke prijs?

De kaartjes gaan ‘misschien’ met 10% omhoog gedurende de spitsuren. Uhm, what? Waarom? Wat is daar de reden van? Ik zie het niet, begrijp het niet, en vind het los staan van de prestaties van de NS. Moet de NS winst genereren om een toilet te kunnen bekostigen, dat maken ze toch al? In 2012 was er een winst van 264 miljoen euro. In 2013, is er weliswaar een debacle geweest met de nieuwe trein – die overigens een half land links had laten liggen en uiteindelijk niet zou rijden – echter is dat een risico dat los staat van de service die de NS zou moeten bieden.

Mansveld stelt dat het verhogen van de prijs van een kaartje in de spits zal zorgen voor spreiding van het aantal forenzen gedurende de dag.

Wacht? Waarom?

‘Omdat er nu het flexwerken is.’

Als de schrijver dit leest lacht hij hardop, hij valt van zijn stoel en schuddebuikt op het laminaat. Dat is regelrecht omdenken. Dat is probleemverschuiving van de bovenste plank. De NS heeft een gebrek aan capaciteit om de forens in de spits te vervoeren. Dagelijks zijn er op de sociale media plaatjes te vinden van opeengepakte mensen, die tegen elkaar aanschuren, elkaar ruiken en misschien waarvan er sommige wel moeilijk ter been zijn. Het is een drogreden om in dat geval te stellen dat de NS dan de kaartjes maar moet verhogen, zodat de forens zal spreiden.

De NS zal eens moeten leren dat het vervoer een kwestie is van vraag en aanbod. De vraag is in de spits het hoogst. Dat is nogal wiedes. De NS zou daar het geld op moeten inzetten. De NS zou moeten zeggen, aha ik zie een probleem in de dagelijkse spits, laten we daar iets aan doen. We zetten langere treinen in, zodat de mensen daadwerkelijk eens zittend naar het werk kunnen gaan. Laten wij die kiezel niet gooien. Immers, zorgt juist die kiezel voor een kring aan onvrede onder de forens, leidt dat tot slechtere humeuren op het werk, lijdt het werk daaronder en zullen er ontslagen vallen, met als gevolg dat mensen geen treinkaartjes meer kunnen betalen.

Gelukkigerwijs is er een escape, de boete die de NS kan krijgen is verhoogd. Van 2,75 miljoen naar 6,5 miljoen. Een boete die ze meteen zouden moeten opleggen, en aan het lijstje verbeterpunten van de NS toevoegen: capaciteit in de spits. De bedoeling lijkt mij nog altijd mensen in de trein te krijgen en ze er niet met een stok uit te slaan.

De NS zwaait met cijfers. 93% van de treinen rijdt op tijd, op het traject Utrecht – Leiden is dat 70% want dat is een drukker traject, maar het gaat de reiziger niet alleen om de tijdigheid, het gaat om een zitplaats, het gaat om dat kleine beetje comfort dat je mag eisen voor de prijs van een kaartje. Dat zullen ze niet vermelden, dat hoeven ze nu ook niet meer, want Mansveld en de NS hebben de oplossing gevonden voor een capaciteitsprobleem, je verhoogt gewoon de prijzen in de spits.

De schrijver realiseert zich dat dit een luxeprobleem is, dat er, naast tal van andere luxeproblemen, grotere problemen zijn in Nederland, in Europa, in de wereld. Niettemin is hij van mening dat een klein probleem tot grotere problemen leiden. Hij is van mening, dat als men alles maar lijdzaam toestaat, er dadelijk een tsunami aan grote problemen ontstaat, omdat de vijver vol is gegooid met kiezels, zo vol dat het water nergens meer heen kan.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)