2.547
23

Tweede Kamerlid GroenLinks

Mariko Peters (1969) is Tweede Kamerlid voor GroenLinks sinds 2006. Ze is woordvoerder op Buitenlandse Zaken, Defensie, Privacy, Europese Zaken en Cultuur & Media. Peters was voorheen werkzaam als mensenrechten-jurist bij de OVSE-missie in Bosnië en Herzegovina en als diplomaat in Afghanistan. Zo was zij namens de Nederlandse regering de adviseur van Dr.Rangin Dadfar Spanta, de minister van Buitenlandse Zaken van Afghanistan. Hierbij is ze nauw betrokken geweest bij democratiseringsprocessen en armoedebestrijding. De in al die jaren opgebouwde kennis en ervaringen gebruikt ze nu als Kamerlid om te strijden voor vrede, mensenrechten, democratisering en stabiliteit in de wereld. Ze studeerde rechten aan de Universiteit Leiden tot 1995. In 1996 behaalde zij haar Master of Law aan de Columbia University School of Law in New York.

Een militaire oplossing bestaat niet: ga politie trainen

Hoor ik de laatste tijd nog iemand iets roepen over een politieke strategie voor Afghanistan? Troepenaantallen slaan de klok, terwijl een politiek probleem toch om politieke oplossingen vraagt.

De Taliban is niet militair te verslaan en vormt in de ogen van de meeste Afghanen ook niet het grootste probleem. Zij bekommeren zich eerder om het gebrek aan verzoening tussen de facties die de afgelopen decennia het land in puin gooiden.

Ze eisen verschoning van het politieke toneel en het administratieve apparaat die door krijgsheren worden gedomineerd, en wensen een einde te zien aan de criminaliteit, straffeloosheid en het daarmee gepaard gaande klimaat van onveiligheid. De Taliban spint garen bij de ontevredenheid onder de bevolking over de corruptie van de regering en het gebrek aan legitimiteit van Karzai. Ondertussen is de voortdurende en nu uitdijende Amerikaanse troepenaanwezigheid ook een bron van groeiend antiwesters sentiment aan het worden. Dit zijn politieke oorzaken van het Afghaanse veiligheidsprobleem, waar de nieuwe Obama-strategie niet op in gaat.

De crisis waarin Afghanistan zich nu bevindt en de indringendheid waarmee een oproep op Nederland wordt gedaan om in de wanhoopsronde van Obama’s troepensurge niet achter te blijven, vraagt om meer urgentie en duidelijkheid dan het kabinet zich omwille van binnenlandse politieke spanningen nu laat zien.

Nederland moet het parlementaire njet dat – gelukkig – over een voortgezette grootschalige militaire aanwezigheid in Afghanistan is uitgesproken complementeren met een besluit over wat Nederland wél kan doen. Waarom staart het kabinet zich blind op militaire opties binnen de Navo-formule en kiest het niet voor een forse bijdrage aan de Europese politietrainingsmissie in Afghanistan, Eupol? Dat levert een constructieve bijdrage aan zowel de veiligheids- als de ontwikkelingsagenda en vermijdt de valkuilen van aansluiting bij de risicovolle militaire strategie van Obama.

De huidige politiemissie in Afghanistan kampt chronisch met honderd vacatures die gevuld moeten worden om de geplande missieomvang van 400 te halen. De Nederlandse marechaussee beschikt over één van de beste opleidingscentra van Europa voor uitzending van politietrainers. Waarom ook niet de leiding over die missie nemen? Nederland is, als we mogen afgaan op de vele oproepen om in Afghanistan actief te blijven, een gewaardeerde partner die veel kennis van het land heeft opgebouwd en bovendien nog altijd internationale aanzien geniet waar het op rechtshandhaving en rule of law aankomt.

Nederland kan ook voor de beveiliging van de missie zorgen. Eupol komt nu namelijk nauwelijks de poort uit omdat het voor de beveiliging moet aankloppen bij de Navo, die daar in haar planning niet op ingericht is. Nederland zou er verder aan kunnen bijdragen dat de politiemissie zich uitbreidt, zoals nu in Kosovo gebeurt. In dat klein landje krijgt de EU 2700 politietrainers, rechters, aanklagers en douanebeambten op de been, waaronder mobiele teams.  Dit is het soort missie waar de EU goed in wil zijn en waar Afghanen van dromen. Nederland kan een voortrekkersrol spelen door dit soort Europese vaardigheden inzetbaar te maken in moeilijkere streken als Afghanistan.

De EU zou dit moeten kunnen leveren, maar diplomaten in Kaboel trekken zich de haren uit de kop als de knulligheid van de Europese trainerbevoorrading ter sprake komt. Veel zeuren en leuren in hoofdsteden levert op zijn best handjesvol trainers op, ook uit Nederland, voor korte uitzendperioden. Uit ongeduld met het Europese gedraal zetten de Amerikaanse planners enkele jaren geleden zelf een grootschalig trainingsprogramma voor de Afghaanse politie op. In zes tot acht weken worden honderden welhaast ongeletterde Afghaanse boerenjongens in uniform gehesen, met een geweer omhangen en na wat paramilitaire driloefeningen met een hongersalarisje naar een veldpost geschoven. De desertieaantallen zijn schrikbarend hoog. Het betrouwbaarheidsgehalte schrikwekkend laag. Om van normale politievaardigheden – handhaving van de lokale openbare en rechtsorde – maar niet te spreken. Die zijn non-existent. Toch is dat soort community policing het belangrijkste ordehandhavend instrument waar iedere postconflictsituatie om smeekt. En waar, waarachtig, de Afghaanse bevolking het meest om vraagt.

Politietrainers zijn schaarser dan legertrainers, en hun uitzending is ook moeilijker. Maar waar militaire oplossingen niet blijken te werken moet dit taaie handwerk wel ter hand worden genomen. De vraag is nu niet of Nederland trouw is aan Obama of de Navo maar hoe we van zinvolle betekenis kunnen zijn voor Afghanistan. De morele verplichting daartoe is zwaar, nu wij als internationale gemeenschap zo hebben zitten wroeten in de recente Afghaanse geschiedenis. Het negeren van onderliggende politieke oorzaken creëert bovendien steeds meer veiligheidsrisico’s.

Morgen debatteert de Kamer weer over Afghanistan. Hoe toch mee te doen aan meer van dezelfde militaire strategieën die toch niet hebben gewerkt zou niet de worsteling moeten zijn van het kabinet. De coalitiepartijen zouden hun provinciaalse huwelijksperikelen moeten ontstijgen om met een serieus alternatief te laten zien dat Nederland een positieve bijdrage kan leveren voor het overgrote deel van de Afghanen dat op een functionerende rechtstaat hoopt.

Geef een reactie

Laatste reacties (23)