1.041
28

Hoogleraar Toegepaste Filosofie

Michiel Korthals is hoogleraar Toegepaste Filosofie aan de Wageningen Universiteit. Hij studeerde Filosofie, Sociologie en Duits aan de Universiteit van Amsterdam en de Karl Ruprecht Universität in Heidelberg (BRD). Zijn academische belangstelling richt zich op bioethiek (met name voeding, dieren en milieu), deliberatieve en democratische theorieën en Amerikaans pragmatisme. Hij heeft een verscheidenheid aan publicaties op zijn naam staan.
Korthals is tevens voorzitter van de Stichting FREE (Foundation for the Restoration of European Ecosystems), die ongeveer 1500 Hooglanders, Konikspaarden, Wisenten en Rode Geuzen beheert. De laatste jaren treedt hij veelvuldig op met gedichten over eten, landbouw en natuur.

Een ondoordachte maaltijd is niet de moeite waard

Waarom zou je persoonlijk aandacht moeten geven aan goed eten en de voorbereiding daarvan?

Het filosofisch-ethische antwoord op deze vraag kent vier stappen. Een eerste stap maakten de Griekse denkers uit de oudheid, Plato en Aristoteles; volgens hen is menselijk leven een doordacht leven, een leven dat zijn zin heeft omdat mensen een belangrijke plaats kunnen geven aan samen redeneren, denken en overdenken over wat mensen (jij, ik, iedereen) doen en zijn. Tijdens gesprekken met mensen, op de markt, of bij mensen thuis, wordt gegeten en gedronken en daarom is eten en drinken belangrijk. De gesprekken heten vaak symposia, letterlijk ‘samen drinken’.

Dit idee is door andere filosofen later opgepakt. Een tweede stap maakt de bekendste Verlichting filosoof en vader van de mensenrechten Immanuel Kant. Hij stelt dat iemand onmondig is wanneer hij of zij iets in de mond stopt alleen omdat een ander dat zegt. Zelf je eten kiezen is een teken van mondigheid. Tegelijk is voor Kant samen eten essentieel, omdat het de tongen losmaakt voor een goede conversatie, die motiveert opinies te delen en tot gezamenlijke overtuigingen te komen. Een derde stap maakt Peter Singer, in 1975 met zijn baanbrekende boek Animal Liberation: hij meent dat een doordacht etend leven alleen mogelijk is wanneer de ellende van dieren bij de productie van eten wordt bestreden. De aandacht voor de processen die tot eten leiden zijn onderdeel van een doordacht leven. De vierde stap wordt door de huidige voedselethici gemaakt, die stellen dat een schoon en groen leven tot stand komt door vuile handen temaken bij het produceren of bereiden van voedsel. 

Al deze filosofische overwegingen worden door Rosanne Hertzberger in NRC-Handelsblad van 5 december 2010 met haar pleidooi voor de eenzame teeveemaaltijd van de tafel geveegd. Niks Verlichting, niks mondigheid over je eigen mond, niks bezorgdheid om dierenleed, niks vuile handen maken. Iedereen die haar voorkeur voor volgens haar in de toekomst gezonde en smaakvolle kant-en-klaar etenswaren niet deelt, wordt als slissend, dom, leugenachtig, technologisch primitief, achterlijk en middeleeuws afgeschilderd.  
Zelf kunnen koken is een teken van mondigheid
Rosanne Hertzberger houdt er van zich zelf te pijnigen en anderen die het niet met haar eens zijn af te branden. Bewijs voor het eerste: hoewel ze niet van koken houdt, zit ze iedere avond haar schuldgevoel op te laden door met een magnetronschotel op schoot naar kookprogramma’s te kijken. Ze vindt het heerlijk om zich laten intimideren door kookprogramma’s. Waarom? Ik zie overal om me heen marketing voor fastfood en goedkope etenstroep op straat en in winkels, de voedingsindustrie besteedt er miljarden aan, maar ik heb geleerd de andere kant op te kijken, of ik verafschuw de Toppers, zou ik daarom naar hun voortdurende gekwijl op teevee en andere media moeten kijken? Natuurlijk niet. Later in het artikel beweert Rosanne: “Claimen dat mensen als ze geen kant-en-klaar maaltijd schotel eten ineens een hyperverantwoordelijke maaltijd zullen maken, getuigt van weinig realiteitszin” Wie claimt dat? Is ze vergeten dat ze eerder schreef dat het overloopt van kookprogramma’s op teevee? Iedereen zegt toch juist dat we die ‘hyperverantwoordelijke’ maaltijd – waarom hyper?? – moeten leren, want door de geringe aandacht op school en in de opvoeding voor koken en door nieuwe producten en nieuwe levenstijlen weten we niet meer wat voor eten bij ons past.
Sommige mensen, zoals Rosanne Hertzberger, leven en eten alleen. Voor hen kan een paar dagen in week een kantenklare maaltijd een uitkomst zijn. Maar wat gebeurt er als Rosanne een gezin krijgt? Kan haar partner dan ook niet koken? Kopen ze dan simpel vier kant-en-klaar maatlijden of zien ze dat jonge kinderen misschien wat anders moeten eten? Hoe weet ze dan eigenlijk nog dat de keuze voor een bepaalde maaltijd persoon gebonden is? Geeft ze haar kinderen dan als ontbijt chips en mars mee naar school?

Hier steken de nadelen van een slavernij met betrekking tot– niet: een beheerst gebruik van – voorgekookte maaltijden de kop op. Koken is iets wat je moet leren en ook weer kan verleren. Je kunt een tijdje anderen laten koken maar er is een grens. Als je helemaal niets meer weet van koken, ingrediënten en je eigen smaak, dan verlies je je mondigheid en wordt je geheel en al afhankelijk van de welwillendheid van de voedselindustrie.

Telkens geven voedingsdeskundigen aan, dat tijd besteden aan koken en eten een gezondheidseffect heeft. Met de maaltijd op schoot teevee kijken eten, een onvermijdelijk gevolg van het eten van junkfood, is schadelijk voor opvoeding van kinderen en de gezinsatmosfeer en zorgt ervoor dat er minder kansen zijn voor een normale conversatie.

Waarom leidt een persoonlijke voorkeur tot intolerantie?
Het afbranden van andere eetstijlen: deze karaktertrek deelt ze met de fanatieke foodies die bijvoorbeeld op het azijnpissige foodlog te vinden zijn. Voorkeur voor bepaald eten gaat vaak gepaard met intolerantie ten opzichte van mensen met een andere smaak en keuze. Rosanne is hierbij geen uitzondering. Opvattingen over voeding munten vaak uit door ongenuanceerdheid: voor de mensen van Foodlog is een toxische biologische kip voldoende om biologische kip definitief af te schrijven; een paar artikelen over de gezondheidsvoordelen van een dieet met voornamelijk vlees en foodlog schrijft de verplichting uit dat we dat allemaal moeten eten.

Vanwaar die intolerantie? net als bij andere intolerante mensen, wordt de tegenpartij een monsterachtige groep, die de touwtjes ferm in handen heeft. Het is een ‘grote groep Nederlanders’, het is een ‘voortdurend geriedel’ wat die groep uitslaat.

Kunnen we zonder meer vertrouwen op de voedselindustrie en het laboratorium?
Rosanne maakt het wel heel bont door te speculeren op allerlei smaakverbeteringen in de toekomst, op beloftes van de voedselindustrie nu om minder vette, energierijke en zoute maaltijden te maken. Nog steeds is het zo dat kantenklaar maaltijden ongezond veel zout bevatten en energie bevatten vergeleken met zelf gemaakte maaltijden. Ze gaat er aan voorbij de voedingsindustrie al tientallen jaren wordt voorgehouden dat de wagonladingen zout die ze in het eten stopt moet verminderen. Unilever verkondigt heel trots dat ze in hun producten een paar wagonladingen minder zout doet, maar nog steeds zijn het hele treinen zout die in kantenklaar eten verdwijnen. Bovendien, Unilever doet er iets aan dankzij de grote druk van al die mensen die Rosanne zo verafschuwt. Van Rosanne Hertzberger weet de industrie dat die alles slikt wat haar wordt voorgeschoteld.

Rosanne Hertzberger beschikt over een vermogen dat waarschijnlijk bij maar heel weinig mensen aanwezig is: ze kan de toekomst proeven. Ze geeft toe dat kant en klaart maaltijden nu vaak smakeloos zijn, maar zegt ze, ze zullen smaakvoller worden. Waarom eigenlijk? Er is inderdaad een groep waar de voedingsindustrie bang voor is, en dat zijn de mensen die steeds weer de producten daarvan als smakeloos beoordelen. En daar wordt dan naar geluisterd. Aan fastfood verslaafden zoals Rosanne heeft de industrie geen boodschap, die eten immers alles wel wat ze voorgezet krijgen.

Er zijn redenen tot wantrouwen (naar iedereen, ook naar de voedingsindustrie en mij, dat is mondigheid). De voedingsindustrie heeft een bijzonder belang op het oog: winst maken voor het bedrijf, en dus zoekt ze de wettelijke grenzen op want het zijn geen charitatieve bedrijven die gezondheid en geluk van alle mensen voor ogen hebben. De reclame uitgaven spreken boekdelen: ongeveer 1 miljard gaat er paar naar reclame voor de ongezondste voedsel producten, zoals chips, hamburgers en snoep. Vers fruit en groente, nog steeds het meest gezonde, krijgen nauwelijks reclame aandacht. Als er hypes zijn, of het nu Atkins, Sonja Bakker of Montignac is, dan wil de voedingsindustrie er aan verdienen. Voedingsondernemingen willen dat mensen zoveel mogelijk eten, dus interesseert het ze eigenlijk geen snars als mensen te dik worden, als ze maar kopen en eten. Mondigheid betekent ook hier: kritisch zijn en een alternatief hebben: zelf kunnen koken en zelf ingrediënten uit kunnen kiezen.

Wat de voedingswetenschap en het laboratorium betreft, ook hier is mondigheid geboden. Ik denk dat Rosanne gelijk heeft met haar positieve benadering van de E-nummers. Maar hoe zit het met de vetten? De voedingswetenschap is hierover verdeeld. En de calorieën? Opnieuw, er is hier grote onenigheid of een calorie in een koolhydraat wel hetzelfde is als een calorie in een stuk vlees. Hoe kom je hieruit als consument? Door je verstand te gebruiken, te rade te gaan bij kritische, niet slaafse deskundigen, en dan te beslissen.

Moeten we alle voorbereid eten over één kam scheren?
Voor Rosanne is er een scherpe tweedeling: er is het technologische en kant-en-klaar eten enerzijds en al het natuurlijk, niet-technologische eten anderzijds. Maar dat is echt onzin. Natuurlijk eten is door en door technologisch: appels en peren zijn het resultaat van eeuwenlange kweek experimenten van fruit kwekers, hetzelfde geldt voor groeten. Aan de andere kant, er zijn heel goede mayonaisesausen te krijgen, en Pataks curry sausen of de verse pasta van AH worden ook door Marjoleine de Vos zeer gewaardeerd. Maar moet dan meteen al het kant en klare eten ook positief beoordeeld worden? De nuance is niet besteed aan Rosanne Hertzberger, voor haar is er een diepe kloof tussen mensen die met hun handen een wortel uit de aarde halen of een citroen uitknijpen en al die anderen die iets uit een pakje nemen. Ook: een bewuste keuze om mondigheid opzij te zetten. Soit.

Mondigheid: kom op voor slecht behandelde landbouwdieren, boeren en natuur
De vier stappen van mondigheid met betrekking tot eten worden door Rosanne Hertzberger van tafel geschoven. Ok, moet zij weten, als ze een gezin heeft gekregen zal het hopelijk anders worden. Maar de mondige burger-consument is er gelukkig ook nog, en die heeft oog niet alleen voor de kwaliteit en de sociale kanten van voeding, maar voor de behandeling van dieren, mensen en natuur. Mondigheid strekt zich uit over de aanvaardbare en niet-aanvaardbare kanten van productieprocessen, of het nu gaat om eten of om kledingstukken. Je kunt niet voortdurend bewust mondig zijn, maar je kunt wel proberen routines te kweken die op mondigheid berusten. Een dergelijke routine is vaak zelf koken.

Geef een reactie

Laatste reacties (28)