Laatste update 14:26
1.211
22

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Een oude man zeurt over onderwijs

De doelstellingen zijn nu al weer zo´n twaalf jaar oud en passen niet meer bij de eisen van de tijd. Wat moet er dan gebeuren?

cc foto: David Siu

De Tweede Kamer maakt zich deze week druk over het Nederlandse onderwijs: dat moet op de schop want de leerlingen voelen zich onvoldoende uitgedaagd. Geen wonder, het is verouderd. De doelstellingen zijn nu al weer zo´n twaalf jaar oud en passen niet meer bij de eisen van de tijd. Wat moet er dan gebeuren?

Als je met de stemming in het parlement meegaat, wil je het in elkaar schuiven van vakken tot bepaalde clusters en een aanbod dat de leerlingen relevant vinden. Het moet passen in hun Ipad-cultuur. Boven dit alles zweeft de gedachte dat je niet zoveel meer hoeft te weten omdat je tegenwoordig alles toch kunt opzoeken. Iedereen googlet zich de hele dag de tering niet waar. Wat wij nodig hebben, is niet kennis maar een bundel competenties. Hoe triest is het bijvoorbeeld niet gesteld met vaardigheden als ondernemerschap. Daar maak je op school geen kennis mee.

Vaag klinkt nu een echo van zestig jaar terug  door al dit gelul heen. Marcus Bakker, de roemruchte communist, staat op het spreekgestoelte en roept iets van: ¨Mijnheer de voorzitter, nu de arbeiders hun kinderen eindelijk naar het gymnasium kunnen sturen, wordt het opgeheven¨. Zo ver kwam het niet. Het gymnasium bestaat nog steeds. Maar de eisen die nu aan de kennis van de klassieke talen gesteld worden, zijn geen schaduw van wat deze onderwijsvorm voor de mammoetwet op het eindexamen durfde te vergen.

Meneer Reule treedt uit de schaduwen. Hij gaf Engels. Eens in de maand hadden wij op een maandag proefwerk uit het boekje Pitfalls. Dit bevatte woorden en termen die iets anders betekenden dan je als Nederlander zou denken. Voor Duits bestond ook zo´n boekje Schwere Wörter geheten en de titel van het Franse equivalent ben ik vergeten. Wel herinner ik mij nog hoe mijnheer Schmitz donderde: ¨De kinderen der duisternis zijn slimmer dan de kinderen des lichts¨. Dat deed hij bijvoorbeeld als bleek dat wij de betekenissen van abandonner, aborder en abonder door elkaar haalden. Nu ik er goed over nadenk, in onze boekentassen sleepten wij ook Zeinstra mee. Dat bevatte Latijns idioom.

De derde conjugatie (groep samenhangende werkwoorden) was zeer groot en al die werkwoorden waren onregelmatig een beetje op de manier van onze sterke werkwoorden. Op gezette tijden  troffen wij in ons natuurkundelokaal op de schoolbanken per twee leerlingen een proefopstelling aan. Die waren daar neergezet door een functionaris die de amanuensis heette. Wij moesten nu op aanwijzing van meneer Van Vianen proeven doen en de resultaten noteren. Daar bleken dan bepaalde lijnen in te zitten. Achteraf legde onze leraar uit hoe wij bijvoorbeeld de wet van Boyle zelf hadden herontdekt. Wij wisten dat Van Vianen samen met zijn collega Schweers een natuurkundeleerboek had geschreven dat in heel Nederland werd gebruikt. Ze waren allebei succesvolle leraren waarbij meneer van Vianen in het algemeen de carrot gebruikte en meneer Schweers de stick.

In het algemeen hadden onze docenten weinig op met woorden uit vreemde talen die door onze Nederlandse zinnen zwierven maar nog erger vonden zij barbarisme’s. Dat waren zinswendingen of woorden die slechts een Nederlandse vermomming droegen maar in feite uit een andere taal kwamen: meerdere, in plaats van verscheidene, wit in plaats van blank om een huidskleur aan te geven. In proefwerken en op eindexamen ging daar onverbiddelijk een streep door.

Onze school werd geleid door de rector die daarbij kon rekenen op de steun van de conrector en de prefect. Er zal ook wel een kracht voor administratie en boekhouding zijn geweest. Op dezelfde manier kende de HBS-afdeling een directeur en een onderdirecteur. Kantinebeheer en onderhoud waren de verantwoordelijkheid van twee conciërges voor wie wij in grote vrees leefden. En dan was er natuurlijk nog die amanuensis. Vlak hem niet uit. Ook bij het scheikundepracticum leverde hij zijn onmisbare diensten. Wij wisten dat hij van stiel fijn instrumentmaker was.

In 1967 haalde ik mijn eindexamen, volgeladen met kennis en weetjes. Op basis daarvan kon ik gericht zoeken in naslagwerken en monografieën. Dit deden wij toen in zogenaamde bibliotheken. Daar stonden zogenaamde boeken in. Dat waren om zo te zeggen hele dunne Ipad’s met aan beide kanten een scherm, die dan op één rand aan elkaar geplakt of genaaid waren zodat je ze afzonderlijk kon bekijken.  Het verschil met hedendaagse Ipad’s, is dat je op die schermen altijd precies hetzelfde zag, wat je ook probeerde; meestal een heleboel letters bij elkaar en soms een plaatje.

Dankzij de basis van meneer Reule en consorten was ik in staat zinnen en alinea´s heel precies te vertalen als dat noodzakelijk was. In drie moderne talen. Dus niet zo´n beetje de grote lijn herkennen en zo´n beetje de inhoud begrijpen maar gewoon heel precies vaststellen wat de auteur wilde meedelen. Soms vraag ik me wel eens af of ze me misschien niet beter Spaans en Chinees hadden kunnen leren in plaats van al dat Grieks en Latijn want ook die kennen een structuur waardoor de geest wordt gescherpt maar de geestelijke bagage van  dat oude gymnasium  stelt me wél in staat op het internet kaf en koren van elkaar te scheiden, het nepnieuws tijdig te ontmaskeren. Wie niks wéét, kan ook niet goed zoeken en zeker geen gegevens op hun werkelijke waarde schatten.

Ik heb mijnheer Reule vervloekt en dat boekje van Zeinstra net als Pitfalls regelmatig door mijn kamertje gesmeten als bepaalde woorden en betekenissen weigerden zich in mijn geheugen te nestelen. God zal mij bewaren, wat sloot dat allemaal slecht aan bij mijn belevingswereld. Welk een vervreemding bracht de kennis met zich mee waarop het docentencorps ons aanhoudend toetste.  Toch klonken mijn werkelijkheid en mijn wereld boven alles uit: op het boekenrekje was nog plaats voor een middengolfontvangertje van Philips. Dat stond standaard afgestemd op radio London.

Bekijk hier de brief van staatssecretaris Dekker die op 20 april ter sprake kwam en hier de Staat van het Onderwijs 2015/2016.

 

 


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (22)