1.819
50

Impact consultant

Maurits Appeldoorn (1991) studeerde politieke filosofie en politieke wetenschappen aan de Universiteit van Leiden en de Universiteit van Amsterdam. Hij werkt in het dagelijkse leven als impact consultant en is freelance journalist.

Een pleidooi tegen gelijke kansen

Als sociaaldemocraten zich gaan inzetten om ervoor te zorgen dat iedereen op min of meer gelijke voet kan meedoen aan de wedstrijd of op de markt, accepteren ze het logische resultaat daarvan: winnaars en verliezers

cc-foto: Mari Hildung, Perspektivet Museum

Nieuwbakken PvdA-kamerlid Habtamu de Hoop oogstte vorige maand lof van vriend en vijand met zijn maidenspeech. Daarin pleitte hij voor meer kansengelijkheid, zodat iedereen ‘kan worden wat hij of zij wil’. Niet alleen De Hoop, ook Ploumen en andere PvdA-politici pleiten voor meer kansengelijkheid. Kennelijk is het een belangrijke pijler voor veel sociaaldemocraten.

Hoewel een pleidooi voor kansengelijkheid misschien sociaal klinkt, is het dat in de kern niet. Het draagt bij aan en bevestigt de liberale, meritocratische illusie waarin mensen wordt wijsgemaakt dat individuele zelfbeschikking vrijwel ongelimiteerd is en dat men dus verantwoordelijk is voor zijn of haar eigen lot. En dat een rechtvaardige samenleving slechts vereist dat we eventuele beperkingen daartoe wegnemen. Daarmee maakt een pleidooi voor meer kansengelijkheid het systeem misschien iets socialer, maar verandert dat systeem niet. Sterker nog, het legitimeert dat systeem. Kansengelijkheid zou daarom niet het uitgangspunt van sociaaldemocraten moeten zijn.

Het kernprincipe van een meritocratie is dat men krijgt wat men toekomt. Als men hard werkt, talenten benut en goede keuzes maakt, dan krijgt men veel. Doet men het tegenovergestelde, dan krijgt men minder. Een dergelijk systeem kan leiden tot grote ongelijkheid. Er zijn immers altijd mensen die harder werken of slimmere keuzes maken dan anderen. Als je zo’n systeem rechtvaardig vindt, dan is het moeilijk om haar uitkomsten onrechtvaardig te vinden, ook als die zwaar ongelijk zijn.

Sociaaldemocraten en andere linkse politici die kansengelijkheid tot hun speerpunt maken omarmen het meritocratische systeem. In plaats van het systeem te bekritiseren, zijn ze zich gaan richten op het verkleinen van de negatieve uitwassen, het realiseren van een bestaansminimum voor mensen die niet goed in het systeem kunnen meedraaien of pech hebben en het wegnemen van barrières die het slagen van (minderheids)groepen in het systeem beperken, zoals systematisch racisme en discriminatie. Door niet het systeem te bevragen, maar het proberen bij te schaven, dragen ze bij aan de impliciete legitimering ervan.

Dit systeem, de meritocratie, is in de kern niet of slechts heel beperkt sociaal te noemen. In een sociale samenleving wordt de welvaart niet of slechts beperkt verdeeld op basis van merites, maar op basis van rechtvaardigheidsprincipes, zoals solidariteit. Haar uitgangspunt is, hoewel er vele interpretaties mogelijk zijn, dat welvaart in grote mate van gelijkheid wordt verdeeld. Dat betekent dat mensen, ongeacht hoe hard ze werken, hoe goed hun keuzes zijn of in hoeverre ze hun talenten benutten, een fatsoenlijk leven toekomt. Een fatsoenlijk leven is niet het bestaansminimum, maar een leven dat in grote mate gelijk is aan dat van zogenaamd ‘succesvolle’ mensen. Met andere woorden, een echt sociaal systeem is een systeem dat zeer gelijkmatige uitkomsten realiseert, ook als mensen hun kansen niet benutten. Een fundamenteel andere insteek dan die van de meritocratie.

De ideale meritocratische samenleving is goed te vergelijken met een sportwedstrijd waarin mensen strijden om de overwinning, of met een markt waarop mensen elkaar beconcurreren om welvaart. Als sociaaldemocraten zich gaan inzetten om ervoor te zorgen dat iedereen op min of meer gelijke voet kan meedoen aan de wedstrijd of op de markt, accepteren ze het logische resultaat daarvan: winnaars en verliezers. Dat zorgt ook voor de continue bevestiging van het systeem waarin competitie en zelfbeschikking centraal staan. Terwijl juist deze twee principes op gespannen voet staan met socialere principes zoals samenwerking en solidariteit.

Daarom moeten ze pleiten om de wedstrijd of markt structureel te veranderen of te beperken. In plaats van ervoor te zorgen dat mensen beter in staat worden gesteld om mee te doen aan het spel, zouden sociaaldemocraten voor een verandering van de regels, fundamenten en uitgangspunten van het spel moeten pleiten. Daarom zouden sociaaldemocraten niet moeten vechten om iedereen gelijk aan de start te krijgen, maar om iedereen gelijker over de finish te krijgen. Ze zouden moeten pleiten voor gelijkere uitkomsten, niet gelijkere kansen.

Terug naar De Hoop. Hij zegt in de Kamer te zitten om ervoor te zorgen dat iedere jongere kan worden wat hij of zij wil. Dat klinkt mooi en sociaal, maar het is precies de liberale, meritocratische belofte die inmiddels zo hol klinkt. Verheffing behelst niet dat alle arbeiders filmsterren of advocaten kunnen worden. Echte verheffing is de waarde van die arbeid vergroten, zowel door deze financieel beter te belonen als haar immateriële waarde te vergroten. Dat is niet makkelijk, maar wel sociaal.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)