755
11

Psycholoog, auteur, columnist

Roos Vonk is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze is daar onder meer betrokken bij de master-opleiding Gedragsverandering.

Daarnaast heeft ze jarenlange ervaring als coach en trainer op het gebied van zelfkennis, authenticiteit, en zelfontwikkeling. Ze staat bekend om haar talent om wetenschappelijke inzichten op begrijpelijke en onderhoudende wijze te presenteren aan een breed publiek.

Vonk heeft een column in Psychologie Magazine en schreef eerder de bestsellers Ego’s en andere ongemakken, Menselijke gebreken voor gevorderden en Liefde, lust en ellende.

Een ‘strategisch beraad’ heeft geen betekenis

Drie redenen waarom Strategisch beraad bij middenpartijen niet werkt. Geloofwaardigheid is geen imago-tool, het is een kenmerk dat van binnen zit.

Als je je mening steeds aanpast aan de omstandigheden, ben je niet principieel. Politici roepen geregeld die verdenking over zich af (‘draaien’). Anderzijds: als je standpunt vastligt en je van geen wijken wilt weten, ook niet in het licht van nieuwe informatie, ben je dogmatisch en rechtlijnig. ‘Wie nooit van gedachten verandert, heeft nooit nagedacht.’ Herziening van je standpunt kan getuigen van redelijkheid en zelfs wijsheid, zoals onlangs het CDA inzake de hypotheekrenteaftrek. De kunst is principieel én flexibel te zijn.

Volgens de sociale beoordelingstheorie van Sherif en Hovland heeft iedere mening een positie op een continuüm. Gaat het bijvoorbeeld over de hypotheekrenteaftrek, dan kunnen we aan het ene extreem de mening van het kabinet plaatsen: handen er vanaf. Aan het andere extreem past het standpunt dat de aftrek per direct volledig afgeschaft moet worden. Ertussenin zitten vele standpunten, van ‘geleidelijk afbouwen’ en ‘gedeeltelijk afschaffen’ tot ‘behouden maar grote aflossingsvrije hypotheek verbieden’. Alle standpunten liggen op een continuüm dat loopt van anti tot pro.

Ieders standpunt kan op zo’n continuüm geplaatst worden. Daar omheen hebben mensen een omringend gebied van standpunten die ze ook nog aanvaardbaar vinden. Ikzelf ben voor geleidelijke afschaffing; maar ik zie dat er best iets te zeggen valt voor snel afschaffen, en aan de andere kant ook voor beperkt afschaffen. Al die standpunten vallen binnen mijn zogenoemde acceptatiegebied. Er zijn ook standpunten die daarbuiten vallen. Sommige daarvan vallen in mijn onverschilligheidsgebied, andere vind ik verwerpelijk, bijvoorbeeld het standpunt van het kabinet.
De grootte van de gebieden is afhankelijk van iemands betrokkenheid bij het onderwerp. Mensen met een sterke betrokkenheid hebben een groot verwerpingsgebied: ze zien veel standpunten als verwerpelijk (bijvoorbeeld de PVV als het om immigratie gaat). Dat roept tegenspraak op, maar dat is zinloos: mensen zullen zeer zelden opschuiven naar een standpunt dat in hun verwerpingsgebied ligt. Een hoge betrokkenheid gaat dus vaak gepaard met weinig openheid voor andere meningen, maar betekent wel dat mensen pal staan voor hun standpunt en consistent zijn. In de politiek maakt dat de zaken simpel, geloofwaardig en duidelijk voor de kiezer. Middenpartijen zoals CDA en PvdA hebben daar last van. Ze zijn gewend om te polderen, coalities te vormen en iedereen te vriend te houden. Dat roept vragen op: waar sta je nou eigenlijk voor?

Om die vraag te beantwoorden, hebben deze partijen nu intern beraad gehouden. In mijn optiek zijn er drie redenen waarom dat niet gaat helpen. De eerste is dat het veelal gaat om vage termen als “eigen geluid”, “eigen kleur” en “nieuw verhaal”, om waarden en accenten die zo breed zijn dat ze zelfs overeenkomen tussen CDA en PvdA (solidariteit en gerechtigheid/eerlijkheid) en waar je alle kanten mee op kunt, en om lege besluiten zoals “het gaat om onze beginselen/ideologie/ideeën”. Al deze woorden geven de leden misschien een we-zijn-goed-bezig-gevoel, maar geven geen antwoord op  de vraag naar het bestaansrecht van de partij.

Alleen aan concrete besluiten kun je zien waar een partij nu echt voor staat, en dat is het tweede probleem. Zo is er volgens het CDA geen aanleiding om kabinetsplannen te dwarsbomen, ook al lijken de beginselen hiermee op gespannen voet te staan (bijvoorbeeld waar het gaat om asielzoekers en natuurbescherming). De hervonden principes bestrijken kennelijk een zo breed acceptatiegebied dat ze onderhandelbaar zijn: “in de politiek moet je nu eenmaal concessies doen”, is het antwoord op de vraag van journalisten die een wel erg grote spanning signaleren. Dat klopt, maar wanneer onduidelijk is welke punten zo wezenlijk voor je zijn dat je géén concessies doet, ben je met het ontdekken van je kernwaarden en beginselen geen mallemoer opgeschoten. Een cruciaal kenmerk van waarden en principes is immers dat je er niet mee sjoemelt (= onderhandelt) en ze trouw blijft zelfs als het slecht uitkomt. Dus ook als het kabinet erop zou springen. Het CDA noemt dat “het weglopen van verantwoordelijkheid”, maar dat zie ik als een andere manier om te zeggen “we willen aan de macht blijven”. Weliswaar is het Strategisch Akkoord gemaakt voor ‘later’, maar als je kernwaarden en beginselen kunt opstellen ‘voor later als het beter uitkomt’ vervalt hun waarde.

Daarmee kom ik bij het derde probleem, en daar zit de kern. Het lijkt erop dat het strategisch beraad precies is wat het woord zegt: strategisch. Het is een reactie op het verlies van zetels in de peilingen: ‘we moeten bedenken waar we voor staan, dan kunnen we dat aan de kiezer duidelijk maken.’ Maar als principes strategische instrumenten worden, staat het paard achter de wagen. Het probleem van te weinig geloofwaardigheid los je niet op door naar buiten te kijken om te zien wat op anderen geloofwaardig overkomt, maar alleen door naar binnen te kijken: waar geloof ík in? Waar is het mij om te doen, wat vind ik zó belangrijk dat ik er pal voor sta, ook als het lastig wordt? Waarom wilde ik de politiek in? Op die ‘heilige’ punten zul je staan voor je principes omdat je acceptatiegebied daar niet zo rekbaar is. En als je gaandeweg merkt dat je ergens aan meedoet waar je niet (meer) in gelooft, of je hebt laten verleiden om je principes uit het oog te verliezen, dan betekent integriteit dat je tegen de ander zegt: “Het spijt me enorm, ik heb me vergist. Dit punt is voor mij zo cruciaal dat onze wegen hier moeten scheiden.”

Geloofwaardigheid is geen imago-tool, het is een kenmerk dat van binnen zit. Als je dat uitdraagt, kun je op andere fronten – waar je verwerpingsgebied kleiner is – naar hartelust polderen, ‘verbinden’ en je welwillendheid tonen, zonder dat mensen vergeten waar je voor staat. In een tijd dat kiezers niet honkvast zijn, is de verleiding groot je te oriënteren op hun wensen en behoeftes, maar die zijn reactief en variëren met de dagkoersen van de peilingen. Juist daarom hebben we leiders nodig die aanwijsbaar ergens voor staan en koers houden op ‘het ware Noorden’, in de woorden van managementgoeroe Stephen Covey. Ik ben heel benieuwd waar komende tijd het kompas van CDA en PvdA op is gericht; wat hun principes zijn die het verschil gaan maken.

Volg Roos Vonk op Twitter


Laatste publicatie van RoosVonk

  • De eerste indruk

    2017


Geef een reactie

Laatste reacties (11)