910
35

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Een troonrede van niks

Soms klettert iets, als een mes dat wordt geslepen

De Rutte van 1845 heette Floris Adriaan van Hall. Ook hij stelde zijn soeverein een slap verhaal ter hand dat deze bij wijze van troonrede in de Ridderzaal moest voorlezen.

In de Arnhemsche Courant van 4 november 1845 kwam toen het volgende: “Wien het hart warm klopt voor vorst en vaderland, moet de jongste troonrede diep gegriefd hebben. Ons heeft zij zoo zeer geschokt, zo diep verontwaardigd, dat onze volksrede, zoo zich dat zeggen laat, heeft plaatsgemaakt voor een verslagen stilzwijgen, un morne silence, uitwerksel der troonrede. En zoo de troonrede denzelfden indruk op het volk, als op ons, heeft teweeggebragt, dan laat het zich begrijpen, hoe alles in de tegenwoordige oogenblikken zoo rustig is, een zoo kalm aanzien heeft. Is dat uiterlijk het getrouw afdruksel van wat er in het binnenste des volks omgaat? Dwaas wie het geloove; ja geen minister, zelfs de blinde vledermuizen niet, die het gelooven. De troonrede heeft der vrije drukpers ruime stof tot beschouwingen, tot waarschuwingen gegeven en teregt. Want zij is eene tweede, verbeterde uitgave van het programma der regering. Niet enkel de vrije pers, evenwel, heeft zich de troonrede aangetrokken; ook de gehuurde pennen hebben menig stuk onschuldig papier bezoedeld met den zwadder des lasters, want wij noemen het laster eene troonrede als de tegenwoordige  te willen doen doorgaan voor een staattstuk dat agting verdient.

De Nieuwe Rotterdamsche Courant behoefde waarlijk niet den bal op te werpen der vooronderstelling dat de heer Van Hall de steller der troonrede zijn zou, Het gehele stuk ademt de onkieschheid, de verwatenheid, de wijsbegeerte, de onbeschoftheid, den transactiegeest van den verdediger der slechte grondwet en der bedorven aardappelen. Wil men die troonrede lezen zonder stuiptrekkingen of flauwten, men houde de aijnlfesch in de eene, de troonrede in de andere hand”.

U ziet: onze voorouders vonden ook dat alles geschreven moest kunnen worden. Uitgever C.A. Thieme kreeg een proces wegens majesteitsschennis aan zijn broek, dat hij uiteindelijk voor de Hoge Raad won. Maar dat doet er nu niet toe. Je hoeft geen voorzanger te zijn in de linkse kerk om van Ruttes tweede troonrede een flauw gevoel in de maag te krijgen. Die rede was een geestloze samenvatting van wat al in de miljoenennota te vinden was. Het bevatte niets van een visie. Het riep de Nederlanders op geen enkele wijze op om gezamenlijk de schouders eronder te zetten nu er serieus zwaar weer aan zit te komen. Het was opsommerig gezemel over een regenbui die misschien wel komt, terwijl in de verte al het geloei te horen is van de aanwakkerende storm. Als wij de commentator van de Arnhemsche Courant mogen geloven – het was overigens diens onbekookte zoon – dan werd Van Halls troonrede ten minste nog gekruid door onkieschheid, verwatenheid en onbeschoftheid, in die van Rutte is alleen transactie-geest (met iedereen dealtjes willen maken) te vinden. Aan wijsbegeerte kwam de premier zeker niet toe.

Inderdaad, het was een troonrede van niks, je kunt er alleen maar een flauw gevoel aan overhouden. Wilders noemde de troonrede een “serieus stuk”, maar ik denk dat de gemiddelde Nederlander er schouderophalend aan voorbij gaat, aan dat  serieuze stuk. Tegelijk klinkt vaag een dreigende echo van het verleden. Is dat schouderophalen inderdaad wat er in de boezem des volks omgaat? Hier is nóg een oud krantenstukje, ditmaal uit de Augsburgsche Allgemeine Zeitung van 1842. Door onze correspondent Heinrich Heine. Over de toestand in Frankrijk. Even vertalen:

Het is overal stil zoals in een winternacht met sneeuw –

alleen een zacht monotoon vallen van druppels
Dat zijn de rentes die de kapitaalrekeningen in vloeien,
die voortdurend aanzwellen,
men hoort gewoon, hoe ze groeien
de rijkdommen van de rijken.
Daar tussendoor het zachte snikken van de armoe,
Soms klettert iets,
als een mes dat wordt geslepen.

Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (35)