20.993
349

GroenLinks Raadslid Amsterdam

Jan Hoek is voor GroenLinks lid van de Amsterdamse gemeenteraad, blogt over Maatschappelijk Vastgoed (http://www.maatschappelijkvastgoedbeweegt.blogspot.nl/) en volgt een Master Staat- en Bestuursrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Daarvoor was hij portefeuillehouder in een Amsterdams stadsdeel.

Een uitkering is geen gunst, het is een recht

Het vinden van een baan, dat is de tegenprestatie die mensen met uitkering moeten leveren. Niks minder, maar ook niks meer

Een tegenprestatie. De VVD houdt in de Kamer bij hoog en laag vast aan de verplichte tegenprestatie voor ontvangers van een bijstandsuitkering. Want als je geld krijgt van de samenleving, is het niet meer dan normaal dat je er iets voor terug doet. Maar die tegenprestatie is helemaal niet normaal. Het eisen van een tegenprestatie is principieel onjuist, beledigend, demotiverend en bureaucratisch.

Bijstand is een recht
Van genade naar recht; dat was het motto bij de invoering van de Bijstandswet in 1965. Wie voldoet aan de eisen die de Bijstandswet stelt, heeft recht op een uitkering. En aan de toekenning van dat recht horen slechts voorwaarden te worden gesteld, die verband houden met de reden dat iemand recht heeft op een uitkering. In goed Nederlands: je krijgt een uitkering als je geen baan hebt, en aan die uitkering kunnen geen andere voorwaarden worden gesteld dan de eis zo snel mogelijk weer een baan te zoeken. Andere eisen, zoals de tegenprestatie, zijn dan principieel onjuist. Die hebben immers niet tot doel dat de uitkeringsgerechtigde zo snel mogelijk een baan vindt. Een uitkering is geen gunst, het is een recht.

Beledigend
Het overgrote deel van de bijstandsgerechtigde wil juist dolgraag werken. Je doet iets nuttigs, komt onder de mensen en inkomen uit arbeid is vrijwel altijd meer dan die karige uitkering. De enkeling die wel de bijstand wil, maar liever geen baan zoekt, wordt al stevig aangepakt. Met waarschuwingen, kortingen of beëindiging van de uitkering. Door dan toch over die tegenprestatie te gaan zeuren, zegt de overheid dat al die bijstandsgerechtigden uitvreters zijn. Wat zeg je tegen mensen, als je roept dat ze maar moeten gaan sneeuwruimen? Je zegt dat ze nutteloze leden van de samenleving zijn. Dat is beledigend.

Mensen wegzetten als uitvreters is bovendien demotiverend. Hoe moeilijk is het wel niet om je best te blijven doen om een baan te vinden, als de overheid steeds zegt dat je dat helemaal niet wil? Tot ze een baan vinden, doen veel mensen met een uitkering al vrijwilligerswerk, daar vaak toe aangemoedigd door de Sociale Dienst. Want met vrijwilligerswerk maak je je ook nuttig, vul je je tijd, blijf je onder de mensen en vergroot je je kans op werk. Hoe naar is het dan wanneer de overheid de hele tijd roeptoetert dat je er de kantjes van af loopt?

Het eisen van een tegenprestatie – die velen dus vaak al op de een of andere manier leveren – betekent dat de overheid een heel circus moet optuigen om te controleren of mensen die eis wel nakomen. Nog meer regels, nog meer ambtenaren, nog meer verspilde energie, nog meer bureaucratie. Daar zouden we geen zuurverdiend belastinggeld aan uit moeten willen geven.

Mensen met een uitkering – uitzonderingen daargelaten – willen dolgraag aan het werk. Het brengt ze een hoger inkomen, sociale contacten en iedere dag de voldoening van een welbestede dag. Die mensen verdienen een overheid die in ze gelooft. Ze verdienen een overheid die hen uitdaagt het beste uit zich zelf te halen. Die hen steunt en helpt bij het zoeken van een baan. Het vinden van een baan, dat is de tegenprestatie die mensen met uitkering moeten leveren. Niks minder, maar ook niks meer.

Geef een reactie

Laatste reacties (349)