2.179
44

Filosoof en homorechtenactivist

Vincent W.J. van Gerven Oei (1983) promoveerde in Media & Communications aan de European Graduate School en Modern Thought aan de University of Aberdeen. Hij is filoloog en co-directeur van open access uitgeverij punctum books. Van Gerven Oei woont in Den Haag en Tirana.

Een vergeten Europa

Waarom Albanië van Timmermans geen kandidaat-lid mag worden van de EU ... het is symboolpolitiek

Bar weinig las ik laatste dagen over de Nederlandse blokkade van het Albanese EU kandidaat-lidmaatschap, waartoe afgelopen donderdag een motie in het parlement werd aangenomen. Hier en daar wordt wel vermeld dat Nederland alleen staat in dit standpunt – minister van buitenlandse zaken Timmermans zou nog op zoek zijn naar medestanders want alleen durven we het natuurlijk niet aan – maar zoals gewoonlijk blinkt de vaderlandse media weer uit in de afwezigheid van iedere analyse die iets verder graaft dan de oppervlakkigheid van een persbericht.

Inmiddels hebben zowel het Europees Parlement als de Europese Commissie zich uitgesproken voor het toekennen van de het kandidaat-lidmaatschap, maar Nederland lijkt zijn poot stijf te houden: Niet nog eens een fout zoals met die Bulgaren en Roemenen… We hebben ons lesje nu wel geleerd, heet het.

Symboolpolitiek
De in de ogen van de Nederlandse (rechtse) politiek geflopte toetreding van Bulgarije en Roemenië is echter geenszins te vergelijken met de huidige beslissing waar de EU voor staat. Ten eerste gaat het niet om toetreding, maar om een kandidaat-lidmaatschap, volgens Timmermans zelf nota bene ‘een puur politieke formule zonder enige juridische consequentie’. Vanaf de toekenning van een dergelijk kandidaatschap kan het nog wel een behoorlijk aantal jaren duren voordat Albanië echt mag toetreden, en dan zijn er nog allerlei secondaire criteria voor het toetreden tot de Eurozone, Schengen enzovoort. Zo’n vaart zal het dus niet lopen. Nee, het weigeren van het Albanese kandidaat-lidmaatschap dient te worden geïnterpreteerd precies zoals Timmermans zelf aangaf: als het weigeren van ‘een puur politieke formule’, met andere woorden, als symboolpolitiek.

Nu is het inderdaad zo dat de Europese Unie als symbool op zeer verschillende wijzen wordt ervaren. Waar in Oekraïne de EU staat voor de hoop zich eindelijk los te kunnen weken van de verstikkende invloed van Rusland en waar in Kosovo de invloed van EU onlosmakelijk verbonden is met de zekerheid dat de bloedige oorlog van 1999 niet nog eens herhaald wordt (zoals de EU ook ooit stond voor ‘dit nooit meer’), valt de mogelijke toekenning van het Albanese kandidaat-lidmaatschap aankomende week samen met een grote omwenteling binnen de Albanese politiek.

Moslimland
In september trad een nieuwe linkse regering toe, gekozen met een overweldigende meerderheid in de eerste vrije en eerlijke verkiezingen sinds de val van het communistische regime in 1991. Deze regering erfde een land dat volstrekt was leeggezogen door een uitermate corrupt politiek systeem geleid door een centrum-rechts coalitie die het land nagenoeg bankroet en weggeliberaliseerd achterliet. Hier betekent Timmermans’ ‘puur politieke formule zonder enige juridische consequentie’ het omslaan van een nieuwe bladzij, een steun in de rug voor een regering die daadwerkelijk veranderingsgezind is.

Maar waarom dan toch die Nederlandse weigering om mee te spelen in het symboolpolitieke spel? Is het misschien omdat Albanië een ‘moslimland’ is? Het zou me niet verbazen als er in Nederland inmiddels meer moskeeën staan, en ik heb nog niet eerder in een land gewoond waar de scheiding tussen kerk en staat zo totaal is dat er niet eens een religieuze politieke partij bestaat. In Nederland zal het nog wel even duren voordat de christenfundamentalisten en ‘joods-christelijke’ apologeten hun plekje bij het vuilnis van de geschiedenis hebben gevonden.

Of is de coalitiepartner van Timmermans’ partij wellicht nog steeds bang dat de PVV nog harder haar onsmakelijke, racistische stereotypen zal uitschreeuwen richting het lamgeslagen en achterdochtig gedrilde volk? Gezien de huidige vergiftigde staat van het Nederlandse debat rondom ‘buitenlanders’ – van Zwarte Piet tot een Chinese student – lijkt me dat geen onwaarschijnlijkheid. Relnicht Gordon heeft nog zo goed verwoord: ‘We hebben ons in Nederland al enorm laten overlopen door alles en iedereen. […] Het is absoluut absurd wat er gebeurt nu.’ Pim had het niet beter kunnen zeggen!

Timmermans zegt toegeeflijk: ‘zeker volgend jaar’, heel goed wetende dat er dan inmiddels de Europese Verkiezingen geweest zijn, waarbij extreem-rechts verwacht wordt ruim te winnen. Door te stellen dat het kandidaat-lidmaatschap in 2014 komt, zegt Timmermans eigenlijk: we gaan dit lekker aan het volgende ongetwijfeld veel eurosceptischer (lees: nationalistischer) EU-parlement overlaten, dan hoef ik geen definitieve spelbreker te zijn en kan ik tegelijk ook niet door die PVV’ers beschuldigd worden van een slappe rug. En Albanië weet dan ook dat we het beste met ze op hebben! Wat een fantastische win-win situatie heeft onze hoofddiplomaat toch weer uitgedokterd.

Brief van Rutte
Ik kan het nog wel even iets cynischer stellen. Tijdens de Koninginnedag-receptie op de Nederlandse ambassade in Tirana vertrouwde een van de daar geplaatste diplomaten mij toe dat de ambassade feitelijk een soort vooruitgeschoven handelspost was voor Heineken, Amstel en Shell: ‘Zij zijn de enige reden dat we hier überhaupt nog zijn.’ Laat ik daar dan ook nog even bij vermelden dat slechts een maand nadat de nieuwe regering was aangetreden, de Nederlandse ambassadeur in Albanië, Martin de la Beij, een ‘vriendschappelijk’ bezoek bracht aan oud-minister-president Berisha in zijn nieuwe kantoor – dat overigens vol hangt met ‘gedoneerde’ kunst. Bij dit bezoek aan deze fabelachtig corrupte man, overhandigde De la Beij een brief van onze minister-president Rutte waarin hij de goede relaties tussen Nederland en Albanië benadrukte en hem bedankte voor de samenwerking. Laten we de brief er even bij halen, let wel, vertaald uit het Albanees naar het Nederlands, van Berisha’s Facebook pagina:

Beste Dr. Berisha,

Nu dat uw mandaat als minister-president ten einde is gekomen wil ik van deze gelegenheid gebruikmaken om mijn erkentenis uit te spreken voor de goede werkrelaties die we hebben gehad.

De betrekkingen tussen onze twee landen zijn altijd hartelijk geweest, en ik ben ervan overtuigd dat deze zich zullen blijven ontwikkelend onder uw opvolger.

Ik wens u veel succes in uw toekomstige professionele en persoonlijke ondernemingen.

Bedoelde hij met ‘goede werkrelaties’ misschien de enorme belastingvoordelen voor de Nederlandse bedrijven tijdens Berisha’s regime? Doelde hij misschien op de hartelijke relaties met een van de meest nepotistische regimes van Europa? En is onze rechtse vriend Rutte misschien nu ineens heel erg bezorgd dat er een linkse kunstenaar (een kunstenaar!) minister-president van Albanië is geworden die niet alleen druk bezig is – met hulp van de EU – corruptie groots aan te pakken en – ach en wee! – een progressief belastingstelsel in te voeren, maar misschien ook nog wel eens een paar procentjes belasting extra op die lucratieve concessies van Nederlandse bedrijven zal heffen?

Dat is een VOC-mentaliteit waar Balkenende nog wel een puntje aan kan zuigen!

Geef een reactie

Laatste reacties (44)