1.367
7

Journalist

Marcel van der Steen woont in Sarajevo en werkt daar als freelance journalist voor verschillende Nederlandse en Belgische media, waaronder VRT en BNR. Daarnaast is hij parttime Rotterdammer.

Een vroege lente op de Balkan?

De Bosnische bevolking heeft zich twintig jaar koest gehouden, in de vrees ook dat te verliezen: breekbare vrede en een droge boterham.

Er vallen geen doden in Bosnië. Er liggen geen snipers op de daken in Sarajevo, zoals in Oekraïne nu, waar de volkswoede lijkt om te slaan in een burgeroorlog. Desondanks is het ook spannend in Bosnië en Herzegovina. Vandaag twee weken geleden uitten jongeren hier brandstichtend en vernielend hun woede over de slechte economische situatie in het land, de uitzichtloosheid en de corrupte politici, die het land tot stilstand hebben gebracht. Deels geïnspireerd door protesten in de regio; Oekraïne, Bulgarije en Roemenië lijkt het Bosnische protest niet meer te stoppen. En inmiddels gaan mensen ook de straat op in andere delen van voormalig Joegoslavië: Macedonië, Montenegro, Kosovo. Is er sprake van een vroege lente op de Balkan?

Het is rustig in Sarajevo. De zon schijnt. Het is lente in februari. Het verkeer wordt in een deel van de stad geblokkeerd door demonstranten. Maar dat went. Veertien dagen staan ze er al. En ze gaan niet weg. Taxichauffeurs rijden er omheen en verdienen zo een paar Mark extra. Ondertussen staan de terrassen weer buiten en doen de meeste Sarajevanen wat ze het liefste doen: koffiedrinken in de zon.

Vorige week vrijdag zag de stad er compleet anders uit. De zon scheen ook. Maar die kwam niet meer door de zwarte rookwolken heen. Politieauto’s brandden, het kantongebouw ging deels in vlammen op. En zelfs het presidentieel paleis was door de politie niet te verdedigen. Ook daar gingen ruiten in en brandde een deel van het gebouw uit.

Serieus
De dagen erna raapte de stad haar moed bij elkaar. Het geweld en de vernielingen werd door de meesten afgekeurd. Maar in ieder geval, eindelijk leek er geluisterd te worden. Dus misschien was dit nodig, zeggen de mensen op straat. Door het hele land – want niet alleen in Sarajevo brandden er overheidsgebouwen – traden er politici af. Niet de grote jongens, die doen nog alsof hun neus bloedt of proberen de protesten toe te schrijven aan een groep hooligans. Eventueel betaald door de politieke tegenstander.

Dus gaan de mensen opnieuw de straat op. Vreedzaam vanaf nu, maar de eerste dagen na de rellen nog volledig ongeorganiseerd. De demonstranten trekken als een zenuwachtig snake-spelletje door de stad. Eerst naar het presidentiële gebouw, dan naar het politiebureau, waar de opgepakte demonstranten toch niet blijken vast te zitten. Dus door naar de gevangenis, het kantoor van het Openbaar Ministerie, om uiteindelijk te eindigen op een kruispunt. Waar het protest elke dag iets meer vorm krijgt. Vaste grond.

En met het groeien van het protest voelt de Bosnische bevolking zich na bijna twintig jaar na-oorlogse ellende eindelijk serieus genomen. Steeds meer mensen gaan de straat op. Om verandering te eisen, het aftreden van de ‘bende’. Gepensioneerden en oorlogsveteranen willen een fatsoenlijke oude dag. Studenten roepen om een kansrijke toekomst. Zo’n veertig procent van de Bosnische bevolking is werkloos. Onder jongeren ligt dit percentage nog hoger.

Zooitje
Inmiddels, bijna twee weken later, protesteert de Bosnische bevolking niet alleen dagelijks, maar is er inmiddels ook een duidelijke organisatie ontstaan. Zonder leiders, want het moet zo democratisch mogelijk. Een organisatie die de stem van het volk wil zijn, en eisen stelt aan de regering. Vijf keer heeft er nu een plenum plaatsgevonden in Sarajevo. Een vergadering waarbij iedereen die maar wil zijn persoonlijke eisen kan stellen, zijn verhaal kwijt kan.

De eerste bijeenkomst mislukte omdat er teveel mensen op af kwamen, in een veel te klein gebouw op de campus van de universiteit. Het werd een zootje. De tweede bracht zo’n zevenhonderd mensen bijeen, in Dom Mladih (huis van de jeugd) in het centrum van de stad, waar vroeger grote bands uit Joegoslavische tijden optraden. Zeker vijftig mensen wilden die avond de microfoon. Studenten, oorlogsveteranen, gepensioneerden, professoren, niet iedereen kwam aan de beurt.

1992-1995
Bosnië en Herzegovina ontstond in de huidige vorm in 1992, na een referendum over onafhankelijkheid en afscheiding van Joegoslavië. Dit referendum werd geboycot door de Bosnisch Servische minderheid die fel tegen onafhankelijkheid was. Een bloedige oorlog brak uit, etnische zuivering van grote delen van Bosnië volgde, het beleg van Sarajevo, de genocide van Srebrenica. De Internationale gemeenschap keek de andere kant uit.

Pas in 1995 kwam het tot een akkoord tussen de strijdende partijen. In het Amerikaanse Dayton werd afgesproken dat Bosnië werd opgedeeld in de Federatie van Bosnië en Herzegovina waar de Bosnische moslims (nu Bosniakken) en Kroaten de dienst uitmaken en een Servische Republiek waar de Bosnische Serviërs het voor het zeggen hebben. Het Daytonakkoord zorgde voor een einde aan het bloedvergieten maar creeerde tegelijkertijd een politiek monster, onbestuurbaar, met alleen maar tegengestelde belangen.

De Bosnische bevolking heeft zich twintig jaar koest gehouden, in de vrees ook dat te verliezen: breekbare vrede en een droge boterham.

Ultimatum
Inmiddels zijn de internationale journalisten weer vertrokken. Na de rellen van vorige week vrijdag kwamen ze massaal naar Sarajevo. Te laat, de teruggekeerde relatieve rust van het weekend erna zal ze teleurgesteld hebben. En nu ze weer vertrokken zijn, missen ze het proces dat misschien niet in twee minuten tv-journaal is uit te leggen, maar nog veel  interessanter is dan rellende jongeren en brandende gebouwen. Want de rust, de zon, de meisjes die hun voorzichtige benen laten zien; het is relatief. Het is wachten op de machthebbers nu. Ze hebben een ultimatum van 72 uur. Sarajevo wacht rustig af en drinkt koffie. Tot vrijdagmiddag.

Maandagavond kwam het plenum voor de vijfde keer bijeen. Dit keer zouden al die verhalen, klachten en eisen worden samengevat in een concreet document aan de regering. Die van het kanton om mee te beginnen. Zo moet bijvoorbeeld het volledige parlement aftreden en moet er een tijdelijke regering komen die uit enkel niet-politieke leden bestaat. Aan de eisen voor de federatie wordt gewerkt, in samenwerking met andere plenen. Daarnaast bestaan er nog gemeenten, de Servische republiek en een staatsoverheid met ondermeer drie presidenten, voor elke etniciteit één. Bosnië is niet alleen een politiek monster, het heeft ook een waterhoofd.

Lef
De vraag is hoe dit verdergaat. De geest is overduidelijk uit de fles. De Bosnische bevolking ging eerder de straat op, maar niet eerder in twintig jaar was er zoveel lef. Wie bij één van de plenen is geweest, heeft gezien: deze mensen laten zich niet meer de mond snoeren. Niet eerder durfden mensen zich zo openlijk uit te spreken, altijd uit angst voor verlies van baan en vrienden. Maar Bosniërs hebben niets meer te verliezen. Terwijl de voormalige Joegslavische landen om hen heen flirten met of toetreden tot de EU, gaat in Bosnië juist de Europese geldkraan weer deels dicht. Omdat de regering te verdeeld is om aan bepaalde toetredingseisen te kunnen of willen voldoen.

Tot nu toe hebben de protesten niets te maken met oude etnische vetes. Weliswaar vinden de demonstraties vooral binnen de federatie plaats, maar ook in Banja Luka en Prijedor gingen mensen de straat op. Vandaag nog protesteerden zo’n duizend Bosnisch Servische oorlogsveteranen tegen de regering van de republiek. Ondertussen probeert hun president, Milorad Dodik de demonstraties als gevaarlijke moslimagressie te framen. Voor hem een extra reden om er nog maar eens op te hameren dat Bosnië en Herzegovina ten dode is opgeschreven, en de Servische republiek zich moet afscheiden.

Molensteen
En daarmee komt opnieuw de breekbare vrede in gevaar. Iedereen die ik in Sarajevo op straat spreek, benadrukt dat zij een verenigd Bosnië willen. Niet drie presidenten, maar één leider, die alle groepen samenbindt. Een nieuwe Tito desnoods. Zij willen niet langer in een land leven dat in tweeën is verdeeld, met Serviërs die bang zijn voor Bosniakken en Kroaten. En andersom. Zij willen af van Dayton, de vrede die een molensteen werd. En zij geloven niet meer in hun politici die twintig jaar de nationalistische kaart speelden en ondertussen hun eigen zakken bleven vullen.

Maar in de Servische republiek regeert Dodik, met nog grote steun van de bevolking. En de komende tijd zal blijken of de Bosnische Serviërs hetzelfde lef hebben, geinspireerd door hun oude vijanden, om in opstand te komen, verandering te eisen, een belegde boterham en een einde aan de nationalistische retoriek. Van massaal protest is daar nog geen sprake. Oude angsten en verse wonden spelen een grote rol.

Nu flaneert Sarajevo weer in de zon. Ondertussen wordt het kruispunt opnieuw bezet. Kinderen spelen er met een oude Bosnische vlag. De taxichauffeur rijdt om. En de klok telt af. Tot vrijdagmiddag half zes. Nog een paar uur nu. De Bosnische lente is vroeg, maar in de bergen sneeuwt het nog.

Geef een reactie

Laatste reacties (7)