1.716
69

Fractievoorzitter D66

Fractievoorzitter van D66 die zich voortdurend inzet voor een open, tolerante en vrijzinnige samenleving, met kansen voor iedereen, en die daarover steeds volop het debat aangaat. Dat deed hij al als wethouder van Leiden, als burgemeester van Wageningen, als partijvoorzitter, als minister voor bestuurlijke vernieuwing en als kandidaat-lijsttrekker.

Alexander is geboren in 1965 en studeerde in Leiden kunstgeschiedenis en archeologie. Hij werkte voor hij de politiek in ging als veilingmeester bij Van Stockum's Veilingen. Op 30-jarige leeftijd werd hij wethouder in Leiden. Nadat hij in maart 2005 Thom de Graaf opvolgde als minister, werkte hij met veel energie aan uitvoering van zijn agenda voor democratische vernieuwing.

Lijsttrekker D66 bij de verkiezingen in november 2006.

Eerst nadenken….

Abel Herzberglezing: Over tolerantie, xenofobie en herstel van vertrouwen.

alleenD66-leider Alexander Pechtold betoogde bij de 21e editie van de Abel Herzberglezing i in Amsterdam dat de westerse wereld, en Nederland in het bijzonder, op een tweesprong staat: kiezen voor polarisatie en provocatie of voor toenadering en inlevingsvermogen.

We mogen Abel Herzberg wel eeuwig dankbaar zijn. Zijn leven en werk blijven prikkelen. Blijven inspireren, maar ook intrigeren. Hij wordt wel vergeleken met Nathan der Weise, de mythische figuur van De Goede Jood.

Deze Nathan is gevormd door een geschiedenis van onderdrukking en vervolging. Toch is hij mild en vergevingsgezind gebleven. Zijn kracht ligt in zijn wijsheid. Ja, de gelijkenis met Herzberg is treffend.

Herzberg groeide op in een onredelijke en bij vlagen krankzinnige wereld. Maar zelf bleef hij altijd zijn hoofd gebruiken. Altijd maar nadenken. Over geweld, racisme en uitsluiting. Over wat de ander bezielt. Hij verstond ook de kunst om tot tien te tellen, of tot een veelvoud daarvan. Nooit meteen reageren. Altijd eerst nadenken. Ik wil daar graag een voorbeeld aan nemen. En ik kan dat ook anderen aanraden. 

Het lijkt mij een houding waarmee in onze tijd veel te winnen valt. Inlevingsvermogen en analyse, dat is wat we, juist vandaag, nodig hebben. En, iets meer vertrouwen over en weer. Want vertrouwen is het cement van onze samenleving. Als dat afbrokkelt, ontstaan gevaarlijke scheuren in het sociale bouwwerk.

Hoe tekenend is het dat we een SIRE-reclame nodig hebben om elkaar weer te begrijpen en te verdragen? U kent ‘m wel, dat SIRE-spotje: ‘Aardige mensen. Hoe gaan we er mee om?’. Minder wantrouwen dus. Dat klinkt misschien vreemd uit mijn mond. Ik word immers voor mijn wantrouwen betaald.

Het is mijn werk als parlementariër om een regering argwanend te volgen in alles wat zij doet of nalaat. Maar wat ik vooral wantrouw is een beleid dat gebaseerd is op wantrouwen, en op het aanwakkeren daarvan. En dat is waar we vandaag de dag mee te maken hebben. 

De polarisatie is weer helemaal terug. Polarisatie als zodanig is het probleem niet. Ik juich de keuze er voor niet toe. Polarisatie werkt verlammend en het getuigt van intellectuele gemakzucht. Maar de keuze voor polarisatie is een legitieme! De spelregels van onze democratie sluiten die niet uit.

Wie, – laat ik zeggen – met de helft plus één wil gaan regeren, mag zijn goddelijke gang gaan. En al is dat moeilijk, zo’n regering kan een samenbindende functie vervullen. Het kabinet Den Uyl trad ook aan in een tijd dat polarisatie in de mode was. Het was daar zelfs het resultaat van. Maar het was ook diezelfde Den Uyl die het primair als zijn taak zag om ‘de boel bij elkaar te houden’. Ja, die uitdrukking is ouder dan sommigen vermoeden… 

Echter, wanneer polarisatie gepaard gaat met stigmatisering en uitsluiting, met verruwing en vergroving, – alles onder het mom van de vrijheid van meningsuiting – dán wordt het een heel ander verhaal. Dán splijt de samenleving.  

Ik maak liever een andere keuze. Ik wil geen bijdrage leveren aan het verscherpen van die tegenstellingen. Ik zou liever het tussengebied verkennen. Niet omdat ‘de waarheid’ per definitie in het midden ligt, maar omdat we moeten proberen die van alle kanten te bekijken.  

Dat klinkt natuurlijk heel eenvoudig. Maar hoe makkelijk is het om dat ook echt te doen? Om verschanste posities te verlaten? Om een conflict vanuit het perspectief van je opponent te bezien? De praktijk laat zien dat dàt vaak ingewikkeld is. En dat het moed vergt.  

Dames en heren, wat mij betreft staan twee vragen centraal: Wat hebben we te verliezen bij polarisatie en stigmatisering? En wat hebber we te winnen bij toenadering, begrip en tolerantie? Daar wil ik vandaag op ingaan. Het is inspirerend om te zien hoe men dat elders aanpakt.

Mag ik met u even over de grens kijken? Geen hele ‘tour d’horizon’, zoals ze in diplomatieke kringen zeggen. Alleen even via Londen naar New York en Washington. Een rondje Angelsaksische wereld dus. Dat is toch zeker ook de wereld waarmee Nederland zich, met al zijn Atlantische tradities, verbonden voelt? Waar het van oudsher zijn inspiratie vandaan haalt? En overigens: andersom evenzeer. 

Het was deze zomer precies vijf jaar geleden dat extremisten bomaanslagen pleegden in de Londense Metro. De burgemeester van Londen, Ken Livingstone, was altijd zo trots geweest op zijn stad. Hier leeft iedereen “zij aan zij en in harmonie met elkaar”, had hij uitgeroepen. 

De aanslagen van 7 juli 2005 maakten een einde aan dat ideaalbeeld. Wat had de burgemeester nu nog te zeggen? Hij veroordeelde de aanslag. Dat sprak voor zich. Hij liet ook weten geen greintje sympathie te hebben voor de daders. Sprak ook voor zich. Hij sprak ook over de ongelijkheden in de wereld, over de rol van het Westen in de jaren ’80, en over de voedingsbodem van het Islamitisch terrorisme. Dat sprak iets minder voor zich…

Het leverde hem kritische reacties op. Ook in Nederland. ‘Een kruiperig mea culpa’ (1), klonk het een jaar geleden vanaf deze plek. Misschien wáren sommige uitlatingen van de burgemeester ook niet zo gelukkig. Gelukkig was wel dat hij zijn vertrouwen uitsprak in de stad en zijn inwoners. En dat hij een polariserend debat wist te vermijden. Als het doel van de terroristen was om bevolkingsgroepen uit elkaar te drijven, dan hebben ze dat doel gemist. De bevolking sloot juist de rijen.

Kennelijk kan een multi-etnische en veelkleurige samenleving ook kracht en vastberadenheid ten toon spreiden. Kennelijk hoeft de strijd tegen extremisme en geweld niet gepaard te gaan met felle polemieken, morele scherpslijperij of anti Islam retoriek. En kennelijk heeft Londen iets wat in ons land is zoek geraakt. “Hier in Londen”, zei Livingstone vijf jaar na dato, “hebben de mensen geaccepteerd dat diversiteit de kern is van wat Londen tot zo’n succesvolle stad heeft gemaakt. We verwachten niet van mensen dat ze hun levenswijze veranderen. De belangrijkste waarde is: leven en laten leven.”

Ik vraag me af: staat die uitdrukking nog in de Hollandse Van Dale? Of staat daar bij dan als typering ‘archaïsch taalgebruik’? Nieuwerwetse woorden als ‘inburgeringcursus’ en ‘gedogen’ staan er wel in, Maar die zijn weer niet te vertalen naar het Engels. En dat is veelzeggend… ‘Apartheid’ is tot nu toe het enige ‘zuiver’ Nederlandse woord dat in het buitenland begrepen wordt. En bij dat ene woord moet het wat mij betreft voorlopig maar even blijven. 

Wat Livingstone deed in Londen, doet Bloomberg in New York. Zij staan allebei heel verschillend in het leven. – Roder dan ‘Rode Ken’ kan je bijna niet zijn. – Rijker dan de steenrijke Mike is ook bijna niet mogelijk. Maar als het gaat over diversiteit en immigratie, vallen ze elkaar in de armen. Bloomberg beschouwt migranten niet als probleem, maar als oplossing. Om te voorkomen dat die oplossing omslaat in een probleem, gaat hij vrijdags naar de moskee, zaterdags naar de synagoge en op zondag naar de kerk. Over het wekken van vertrouwen gesproken…

Dames en heren, op 3 augustus ging de monumentencommissie van New York akkoord met de sloop van een aantal oude panden. Daarmee kwam, – althans in fysieke zin – ruimte vrij voor de bouw van een Islamitisch centrum in Manhattan.
Niet op de plek van Ground Zero, zoals wordt gesuggereerd, maar wel in de buurt. Dezelfde buurt trouwens waar ook een joods gemeenschapscentrum gevestigd is, dat overigens nog nooit door iemand een synagoge is genoemd.

Diezelfde dag hield Bloomberg een toespraak waarvan ik het niet erg zou hebben gevonden als die in Nederland live zou zijn uitgezonden. (2) In zijn betoog ging hij terug naar die warte dag in september 2001. Hij herinnerde er aan dat duizenden vrijwilligers die dag nog duizenden mensenlevens hebben gered. Meer dan 400 vrijwilligers zouden het zelf niet overleven.

“Terwijl zij de brandende gebouwen binnenstormden”, zo zei Bloomberg, “stelde geen van hen de vraag: ‘In welke god gelooft u?'” Bloombergs conclusie: “Wij eren hun levens niet door de constitutionele rechten waar zij voor stierven, te ontkennen. Wij eren hun levens door die rechten te verdedigen en de vrijheid die de terroristen aanvielen.”

Was er dan helemaal niets aan te merken op zijn verhaal? Ja, toch wel. Eén passage is vandaag de dag een beetje pijnlijk. Daarin memoreert hij dat New York is geworteld in ‘Dutch tolerance’. Ja, New York was ooit Nieuw Amsterdam. En onze hoofdstad heeft de reputatie een vrijhaven te zijn waar de tolerantie is ingebakken.

Die reputatie is ook niet onverdiend. Door de eeuwen heen werden buitenlandse bezoekers van steden als Amsterdam en Leiden aangenaam verrast door het klimaat dat zij daar antroffen. Het klimaat van wetenschappelijke, culturele en persoonlijke vrijheid dat mensen als Descartes naar Nederland trok.

De tolerante sfeer in deze steden strekte zich echter niet uit tot het hele land. En dat is een nuance die veel buitenlandse bezoekers ontging, waardoor de mythe van de ‘Hollandse tolerantie’ over de hele wereld kon uitzwermen. Met de deelname van een Hollander aan de protestmanifestatie tegen de bouw van een islamitisch centrum zal dat misverstand nog niet uit de wereld geholpen zijn. Maar de volgende keer zal Bloomberg een gelijksoortige passage zeker uit zijn toespraak schrappen…

Die volgende keer zou 11 september 2011 kunnen zijn. Het islamitisch centrum zal tegen die tijd geen twistpunt meer zijn. Misschien is de bouw zelfs wel stopgezet. Maar zou dat voor Stop Islamization Now een reden zijn om het kalmer aan te doen? 

Of eerder een aansporing om door te gaan? Om ook de sluiting van moskeeën elders af te dwingen? Al met al is de kentering moeilijk te doorgronden. Tot september van dit jaar had de jaarlijkse manifestatie het karakter van een herdenkingsplechtigheid. Vanwaar dan nu opeens die politieke ophef en verdeeldheid? Negen jaar na dato…!

De huidige, grimmige sfeer valt dan ook niet primair te verklaren uit de verschrikkingen van de aanslag. De oorzaak kan ook niet gevonden worden in houding en gedrag van de financiers van het Islamitisch centrum. Dat zijn juist hele gematigde moslims. Daisy Khan, een van de initiatiefneemsters, zet zich al jaren in voor integratie. De Moskee – preciezer gezegd: het wijkcentrum met gebedsruimte – past in dat streven. Khan zegt: “Om goed te integreren hebben we instituten nodig om ons met de gemeenschap te verbinden.” (3) 

Nee, het initiatief van mevrouw Khan kan niet de ware oorzaak zijn van de ophef. Die moet gezocht worden in het veranderende politieke klimaat in de Verenigde Staten. En in het activisme van extreem rechtse en nationalistische groeperingen. Zij hebben Ground Zero ontdekt als platform voor radicale propaganda en xenofobie.

Wat Bloomberg is voor New York, wil Barack Obama zijn voor Amerika en de rest van de wereld. Misschien moet ik wel zeggen: hàd willen zijn. Hij slaat bruggen tussen landen en continenten. Smeedt nieuwe coalities. Maar ligt in eigen land zwaar onder vuur. Heeft hij zich vertild? Misschien wel. Het lijkt ook haast een wetmatigheid. De machtigste man ter wereld loopt vroeg of laat tegen de grenzen van zijn macht op. 

Peter Beinart, ex-hoofdredacteur van The New Republic, noemt dit een typisch voorbeeld van het Icarus Syndroom. (4) De mythische figuur Icarus had vleugels van een houten raamwerk, veren en was. Hij mocht niet te hoog vliegen, want dan zou de was smelten. Hij deed dat toch en stortte in de zee. Hij was het slachtoffer van zogeheten ‘hybris’.Daar is geen goed Nederlands woord voor, maar overdreven trots, hoogmoed, grootheidswaan, onbeschaamdheid en arrogantie komen allemaal in de buurt.

Het bijzondere van Obama is, dat hij zich volledig bewust lijkt van dat risico, maar toch- zonder hoogmoed aan de dag te leggen – grote hoogtes opzoekt. Ambitie heeft hij wel, maar arrogant is hij niet. Die twee begrippen worden wel eens door elkaar gehaald, maar zijn in wezen precies het tegenovergestelde van elkaar.

Arrogantie is het gevoel dat je alles kunt maken en je weinig van anderen hoeft aan te trekken. Ambitie is het besef dat je juist alles op alles moet zetten om je doelen te bereiken en dat je daarom ook anderen nodig hebt. 

Het is met die ambitie dat Obama zaken oppakt. Ook zaken die zijn voorgangers hebben laten liggen, omdat die er hun vleugels niet aan wilden branden. Zijn handreiking bijvoorbeeld in Caïro aan de moslimwereld, met zijn pleidooi om wantrouwen en meningsverschillen te overwinnen. En waar zijn voorganger het geschil tussen Israel en de Palestijnen liet voortsudderen, probeert hij het overleg toch weer los te wrikken. In hoeverre hij zijn missie kan voltooien, is nog maar de vraag. Het optimisme van de begindagen is al lang geweken. De aanhoudende economische recessie wordt hem zwaar aangerekend. 

Intussen draait de anti-Obama campagne op volle toeren. Zo trekt Pamela Geller van Stop Islamization Now, alle registers open als de naam Obama valt: ‘Een zieke man’, ‘een ‘lafaard’ en ‘een man die praat als een moslimterrorist’. De campagne is niet primair gericht op het beleid van Obama, maar op de persoon Obama.
– Reist hij naar het buitenland, dan maakt hij daarmee duidelijk dat hij zich niet verbonden voelt met zijn eigen land.
– Loopt hij niet over de met olie besmeurde stranden bij Louisiana, dan geeft hij daarmee te kennen dat de olieramp hem niets kan schelen.
– Gaat hij naar Martha’s Vineyard op vakantie, dan laat hij daarmee zien dat hij liever onder de rijken vertoeft dan onder de armen.

Op deze manier is er natuurlijk altijd wel wat te vinden. Trouwens, hij heet toch eigenlijk Barack Hussein Obama? Dan is hij deep down toch een Moslim?

Ik zou niet weten hoe je dat conservatief, nationalistische allegaartje zou moeten typeren. Hebben ze gemeenschappelijke idealen? Hebben ze een gezamenlijk programma? Haat en angst, dat is wat hen bindt. Boze blanken, homohaters, anti-abortus activisten. En dominee Terry Jones met zijn 50 volgelingen, die exemplaren van de Koran had willen verbranden; allemaal gaven ze gehoor aan de oproep om op 11 september in New York te demonstreren.

En bij zo’n gezelschap sloot onze geblondeerde Verlosser zich graag aan… Inspirerend is de anti-Obama campagne zeker niet. Maar ik moet toegeven: die zet óók aan tot nadenken. Waar kan politieke verruwing en vergroving toe leiden? Waar ligt de grens tussen kritiek en karaktermoord?

U denkt nu misschien dat ik me blindstaar op de Angelsaksische wereld. Daarom ook nog even een tussenstop in Brazilië. Luiz Inácio Lula da Silva, zíjn bijnaam is Lula, is sinds 2003 president van het land. Een land, van oudsher gekenmerkt door diepe kloven:
– tussen rijk en arm
– tussen grootgrondbezitters en landarbeiders
– tussen burgers en militairen. 

Die tegenstellingen bestaan nog steeds. Maar Lula heeft het land wél verenigd
rond een gematigde, sociaal-democratische politiek. De armen gaan er spontaan de straat voor op, terwijl de generaals in de kazerne blijven. Decennia lang was de blik van de regering naar binnen gericht, maar Lula omarmt de globalisering. Intussen wordt Brazilië volwassen en ontvluchten steeds meer mensen de armoede.

Nog een veelzeggend detail: Lula zelf heeft zijn lagere school niet afgemaakt, maar hij heeft wel veertien nieuwe universiteiten gesticht. Natuurlijk weet ik niet hoe het avontuur afloopt, maar Lula laat zien wat de kunst van het compromis vermag.

Dames en heren, door wie of wat willen wíj ons laten inspireren? Door mensen als Livingstone, Bloomberg of Obama? Of liever door Sarah Palin of Pamela Geller?

Heeft ons land ook inspirerende verhalen? Is er trouwens nog iets over van ‘Nederland Gidsland’? Waar zijn we trots op? Wat zegt de buitenlandse pers over ons?

Van de zomer sloeg ik wel eens een buitenlandse krant open en dan schrok ik van de manier waarop over ‘the Dutch’ geschreven wordt. De eigenschappen die ons worden toegedicht. ‘Dirty’, ‘mean’, ‘ugly’ en ’cruel’. 

Gelukkig hadden die kwalificaties slechts betrekking op Oranje op het WK voetbal. Sommigen denken dat over Oranje zo kritisch geschreven werd, omdat het imago van Nederland in het buitenland gekanteld is: van speels en frivool naar hard en ruw.
Dat kan ik niet beoordelen, maar ik weet wel dat we niet meer gezien worden als in de zomer van 1974, toen we die andere finale verloren.

Natuurlijk zijn er ook dingen die we goed kunnen. Een voorbeeld. The Dutch Approach in Afghanistan. Die is wereldwijd geprezen. Onze soldaten traden de bevolking soms zelfs blootshoofds tegemoet. Om te praten en om thee te drinken. Ja, u hoort het goed! Thee drinken! 

Nu moet ik er wel bij zeggen dat zoiets als thee drinken in Uruzgan nog niet zo verdacht en omstreden is als in Nederland…. In alle ernst. Vertrouwen wekken, dat was hun specialisme. Helaas, de toenmalige coalitiepartners in Den Haag waren in dat opzicht zélf minder begenadigd. 

De confidence building-missie in Afghanistan kon geen passend vervolg krijgen. Wegens gebrek aan vertrouwen in politiek Den Haag.. Wat een bittere ironie! De afgelopen jaren voltrokken zich in ons land tegenstrijdige processen op het gebied van integratie dan wel segregatie. Die bleven deels onder de radar.

Het valt helaas lang niet iedereen op, maar steeds meer allochtonen werken hard aan hun plaats in de samenleving. De tweede generatie nieuwkomers doet het aanzienlijk beter dan de eerste. De deelname aan het hoger onderwijs stijgt spectaculair. Er ontstaat een allochtone middenklasse

– die lid wordt van clubs en organisaties
– die de Nederlandse media volgt
– die even hoge opkomstcijfers laat zien bij verkiezingen
– en die zich zelfs aansluit bij partijen die aan de wieg van het homohuwelijk en euthanasie hebben gestaan.

Het heeft even geduurd, maar nu gebeurde het vanzelf! Het klinkt nu haast als vloeken in de kerk, maar de integratie verliep in veel opzichten succesvol! Diezelfde jaren voltrok zich in Nederland ook nog een andere trend. Een trend die daar haaks op staat. De gezindheid tegenover alles wat niet-Nederlands was, veranderde. De bereidheid om nieuwkomers te aanvaarden, nam juist af. 

‘Multicultureel’ werd in sommige kringen een woord dat nog alleen op honende toon wordt uitgesproken. Ook onze jeugd springt er niet gunstig uit. Nederlandse scholieren blijken lang niet zo tolerant als internationale leeftijdgenoten. Migrantenkinderen hebben minder recht op onderwijs dan zij zelf, vinden ze.

Onderzoeker Ralf Maslovski verbindt daar deze conclusie aan: “Het publieke debat is veranderd en die ontwikkeling heeft de uitwerking op jongeren kennelijk niet gemist.” (5) Ook niet op allochtone jongeren. Uit cijfers blijkt dat hun geloof in de eigen toekomst afneemt, terwijl hun opleidingsniveau juist stijgt! 

Een veranderende gezindheid dus. Die werd manifest op 9 juni. Wat ook voor mij een ontnuchterende ervaring was. We zijn nu drie maanden verder. En kunnen vasttellen dat de verkiezingsuitslag een dijkdoorbraak betekende.

Het Nederland zoals we dat gekend hebben, bestaat niet meer. Het politieke midden is weg geslagen. Nederland was altijd een driestromenland, maar lijkt op weg naar een tweedeling. Alleen al het vooruitzicht van een polariserend kabinet, leidde tot een breuklijn die uniek is in onze geschiedenis. Het ging, en gaat niet louter om de vraag: ben je voor of tegen polarisatie?

Het gaat er ook om: kun je regeren met een partij,
– die een loopje neemt met de rechtstaat,
– die van stigmatiseren zijn handelsmerk heeft gemaakt
– en zich bij voorkeur bedient van kwetsend taalgebruik?  

Ik zie het nu als dè opgave van dat andere Nederland om voor het voetlicht te brengen dat er grenzen zijn. En dat er een beschaafd alternatief is. Niet gericht op uitsluiting, maar op insluiting. Niet gebaseerd op wantrouwen, maar gericht op herstel van vertouwen. Als dat ónze ‘ferme wil’ is, moeten we eerst doorgronden wat er gaande is.

Hoe valt de omslag in ons klimaat te begrijpen? Wat zit er achter? Van welke problemen en obstakels zullen we ons rekenschap moeten geven? Ik noem er een paar. Een deel van het antwoord ligt in het huidige tijdsgewricht, waarin traditionele zekerheden afbrokkelen. De industriële samenleving en de klassieke verzorgingsstaat zijn op hun retour.

De kenniseconomie in wording biedt nieuwe kansen en zekerheden, maar die liggen nog niet voor iedereen binnen handbereik. En daar komt nu een economische crisis bovenop, met toenemende zorgen over werk en inkomen. In zulke omstandigheden wordt ook in ons land de hang naar nostalgie sterker. En is het lonend geworden om krachtige taal uit te slaan richting allochtonen en immigranten. 

Het vermolmde karakter van onze democratie maakt het er ook niet gemakkelijker op. We hebben een ‘minimalistische democratie’. Elke vier jaar mag worden gestemd. En dat vindt men wel genoeg. Maar politieke partijen kunnen hun kiezers daardoor niet binden. Dat is een structurele tekortkoming van de Nederlandse politiek. Het resultaat: chronische electorale instabiliteit. 

Die begon toen de zuilen leegliepen en partijen hun rol als bindmiddel verloren. Sindsdien kampen partijen met leegloop en een mokkend electoraat. En toch blijft de politiek maar aanhikken tegen meer vormen van directe democratie. Een verklaring voor het gebrek aan tolerantie vinden we ook in onze geschiedenis. 

Nederland heeft een lange historie van godsdiensttwisten. De kracht van de zuilenmaatschappij lag in de pacificatie. De elites spraken met elkaar en deden zaken. We leken daarom tolerant, maar mensen uit die verschillende groepen kwamen elkaar nauwelijks tegen. Die zaten veilig in hun eigen zuil. Die gingen niet met elkaar om.

Hoezo tolerant en verdraagzaam? En dan nu opeens samenleven met honderd andere nationaliteiten? In een tijd waarin niets zeker is? Waarin de wereld zeer dynamisch is, maar allesbehalve overzichtelijk? Dat is een beproeving voor wie dat niet gewend is, of niet de kans ziet zich daarin staande te houden. 

Dames en heren, ik zei al, we hebben analyse en inlevingsvermogen nodig. Wanneer jongeren antisemitische spreekkoren inzetten moeten we dan altijd meteen van het ergste uitgaan? Moeten we dan niet… eerst even nadenken? 

Met wie of wat hebben we eigenlijk te maken? Gaat het om antisemitisme dat met lokjoden moet worden bestreden? Of om opgeschoten jongeren met een teveel aan testosteron? We zullen de waarheid van alle kanten moeten bekijken. Een conflict ook vanuit het perspectief van onze opponent moeten bezien. En daarmee ook die inmiddels magische anderhalf miljoen Nederlandse kiezers – die sinds 9 juni zo duidelijk op de kaart staan – begrijpen én bereiken.

Want laten we ons realiseren: wie dagelijks in de Rotterdamse Koopgoot de hoofddoekjes ziet, denkt niet in de eerste plaats aan grondrechten, aan de vrijheid van godsdienst. Als gematigden die een brug willen slaan, moeten we op twee fronten strijd leveren. Met de radicalen aan de ene kant én met de radicalen aan de andere kant. Met de rechtse en xenofobe ‘Hollanders’, maar evengoed met fanatieke moslims. Waarbij we ons er van bewust moeten zijn dat zij elkaar steeds de bal toespelen, over onze hoofden heen. 

De Imam, die radicale en onverzoenlijke taal uitslaat, speelt uiteraard de populisten in de kaart die de islam als oorlogszuchtig willen bestempelen. En andersom: woeste aanvallen op de Islam zijn weer koren op de molen van conservatieve moslims. Zo dragen radicalen in beide kampen de munitie aan voor de verbale aanvallen op elkaar.

Nikolaos van Dam, de voormalige ambassadeur van Nederland in Indonesië, wees daar ook op (6). Turken en Marokkanen zijn volledig verschillend, ook al zijn ze moslim. Maar de perceptie is dat alle moslims hetzelfde zijn. Door onze fixatie op de islam, waarschuwde hij, wordt het een self-fulfilling prophecy. 

Veel moslims beginnen zichzelf steeds meer als moslim te zien, terwijl zij zich daar vroeger niet zo van bewust waren. Voor mij als geboren Nederlander is het al niet eenvoudig om op twee fronten actief te zijn. Maar hoe vergaat het de gematigde moslims onder ons? 

Preciezer gezegd: al die individuen met een moslimachtergrond? Zij zitten nog veel meer in de knel. Elke keer dat een moslim haat predikt, – of hij dat nu doet vanuit een moskee in Teheran of Slotervaart of vanuit de grotten bij Tora Bora – elke keer weer wordt argwanend gekeken naar de honderdduizenden in ons land die er niets mee te maken hebben. 

“Het moslimfanatisme heeft zijn eigen mensen in een hoekje gedrukt”, zegt de schrijfster Nazmiye Oral (7). Al zegt ze elke dag dat ze niet in Allah gelooft, ze wordt toch steevast als moslima bejegend. Met waarschijnlijk dubieuze bedoelingen. We zijn in wezen allemaal slachtoffer, zegt ze. Ik citeer:

 “Ze – (de extremisten) – hebben gewonnen omdat hun manier van denken de boventoon voert. Denken dat is gestoeld op haat, op onbegrip, op verdeeldheid en op angst. Het is het denken dat geboren is uit een gevoel van achtergesteld zijn. En overheersing door een groep die ze als vijandig ervaren.” 

Een rake beschrijving, maar ik maak er één kanttekening bij. ‘Ze’ hebben natuurlijk nog niet gewonnen. Dat hebben ze pas als wij ons hoofd buigen. Ze hebben al wel laten zien wat we te verliezen, dan wel te winnen hebben. Het is een duur woord, maar het is onze vrijheid die hier op het spel staat. 

Dames en heren, terwijl de economische crisis aanhoudt, worden in veel landen de tegenstellingen scherper. En groeit de onvrede. Onvrede over de globalisering. En over de nationale politici die geen antwoord lijken te hebben. En die dan hun toevlucht zoeken in populisme. 

Het is helaas een beproefde methode: om de achterban weer in het gareel te krijgen, richten leiders – ter maskering van de eigen onmacht – de aandacht op de zogenaamde ‘vreemde elementen’ in hun land. Het idee om een klopjacht op zigeuners te organiseren is dan één van de eerste dingen die opkomt. Zigeuners worden meestal toch al met de nek aangekeken. En zijn dus een aantrekkelijk doelwit, zo zal men ook in het Elysée hebben gedacht. 

Ze worden als groep – dus zonder onderscheid des persoons – Frankrijk uitgezet. Dat is in strijd met het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens. Maar dat is niet het type kritiek waar de president van wakker ligt. Hij zal zich eerder afvragen of hij nu iets te pakken heeft waarmee hij zijn tanende populariteit kan opvijzelen.

En in Nederland is een partij met tanende populariteit hem inmiddels gevolgd… In Italië en Hongarije begint het ook steeds meer te rommelen. En in Duitsland springen de lichten op oranje. Zou dat nou echt komen omdat de problemen met immigratie, overlast en criminaliteit groter zijn geworden? Of zijn die nu alleen maar beter verkoopbaar? 

“De problemen beginnen bij de immigranten”, zegt de leider van de Zweede anti-Islampartij die vorig weekend verrassend twintig zetels won. Waar dit alles toe kan leiden, zien we al zo’n tien jaar in Denemarken, met z’n ‘opt outs’ in Europa, als het om de verworvenheden van de rechtsstaat gaat. Er heerst daar een oorverdovende stilte. Een normale discussie over islam en immigratiebeleid wordt er gemeden als de pest. Ik vind het verontrustend: in Denemarken groeit een heel nieuwe generatie op die niet beter weet…

De westerse wereld staat op een tweesprong. Kiezen voor polarisatie en provocatie? Of voor toenadering en inlevingsvermogen? Zeilen we gemakzuchtig mee op de golven van het wantrouwen en populisme? Of sturen we aan op herstel van vertrouwen? 

Mijn uitgangspunt daarbij is, en blijft, dat normaal samenleven met al diegenen die ‘anders’ zijn de enig begaanbare weg is. Maar dat alleen zéggen, overtuigt niet meer. De opdracht is met een alternatief te komen dat verder gaat dan de morele verontwaardiging alleen.

Daarin geef ik Bas Heijne gelijk in zijn analyse onlangs in de NRC (8). Een alternatief, dat mensen het geloof teruggeeft dat hun ongenoegen wordt gehoord. Een ongenoegen dat broeit door de hele samenleving heen. Een ongenoegen dat breder gaat dan over islam en immigratie.

Het gaat óók  over verlies van zekerheden in het dagelijks bestaan. Van chagrijn over lege cellen, terwijl er toch voldoende raddraaiers rondlopen, tot aan de boosheid van mensen die hun pensioen zien verdampen na een leven lang werken. Het gaat verder dan de frustratie over de gestolen en fiets en de tasjesroof. Het zit dieper. Mensen zijn vervreemd geraakt van hun oude, vertrouwde omgeving en voelen zich achtergelaten in de krimpgebieden. 

Dames en heren, de Nederlandse geschiedenis is niet rijk aan charismatische leiders die de weg wijzen. Dat is ook niet zo erg. De oude Drees was ook goed in zijn tijd… Maar de vraag is nu: Wat voor leiders hebben we vandaag nodig? Wie zien we liever de vliegtuigtrap afkomen? Leiders die binden of leiders die polariseren?

Gaat onze minister president met Bloomberg nog eens naar het Islamitisch wijkcentrum in New York? Of samen met Sarah Palin op jacht in Alaska?

Noten
(1) Nausicaa Marbe, Abel Herzberglezing, 20 september 2009
(2) Mike Bloomberg, Remarks on the proposed Mosque and community Center, Toespraak op bijeenkomst met religieuze leiders op 3 augustus 2010, Zie www.mikebloomberg.com
(3) Interview met Daisy Kahn op Nieuwsuur, 7 september 2010
(4) Peter Beinard, The Icarus Syndrome: A History of American Hubris, HarperCollins, June 1, 2010
(5) Bart Funnekotter, ‘Burgerschapsles gewoon bij scholen gedumpt; Onderwijsonderzoeker Maslovski hekelt ‘halfslachtige’ aanpak van burgerschapsvorming bij scholieren’, NRC Handelsblad, 29 juni 2010
(6) Nikolaos van Dam, voormalig Nederlands ambassadeur in Indonesië, toespraak Jakarta Convention Center, 29 april 2009, http://www.nikolaosvandam.com/pdf/speech20090429uk.pdf
(7) Nazmiye Oral, de Volkskrant, 6 september 2010.
(8) Bas Heijne, ‘Wie populisme niet snapt, verliest het debat’, NRC Handelsblad, 6 september 2010.

Geef een reactie

Laatste reacties (69)